Japanse keizer Dat de troonopvolging in Japan strikt via de mannelijke lijn verloopt, zet het voortbestaan van de keizerlijke familie op het spel. Maar hoewel de politiek naarstig naar oplossingen zoekt, staat deze beperking niet ter discussie.
Prinses Aiko, dochter van het Japanse keizerlijk paar, ontving eerder dit jaar in Tokio Japanse medaillewinnaars van de Olympische Winterspelen. Hoewel de keizerlijke familie kampt met een gebrek aan mogelijke troonopvolgers, komt de populaire prinses als vrouw niet in aanmerking.
Het staatsbezoek van keizer Naruhito en keizerin Masako begint woensdag met het vertrouwde repertoire van de monarchie: volksliederen, een erewacht en een uitgebreid staatsbanket. Koning Willem-Alexander en koningin Máxima ontvangen het Japanse keizerlijk paar met hetzelfde gepaste ceremonieel als henzelf ten deel viel toen ze elf jaar geleden in Tokio op bezoek waren. De beide families onderhouden hechte vriendschappelijke banden.
Maar het staatsbezoek legt een pijnlijk contrast bloot: bij het staatsbanket op woensdag zit ook kroonprinses Amalia aan tafel, de eerste Oranje in de lijn van de troonopvolging. In Nederland is dat inmiddels vanzelfsprekend, maar in Japan is de troonopvolging onderwerp van veel debat.
Onder de huidige regels kunnen alleen mannen keizer worden, die bovendien via hun vader van de keizerlijke lijn moeten afstammen. Dochters zijn uitgesloten, net als mannen die via hun moeder aan de keizer zijn verbonden.
Vrouwelijke leden van de familie moeten bovendien hun keizerlijke titels opgeven zodra zij met een gewone burger trouwen. Dat gebeurde recent nog met prinses Mako, het oudste kind van kroonprins Akishino. Zij trouwde in 2021 met een studiegenoot, verliet het hof en verhuisde vervolgens, vanwege de overweldigende media-aandacht in Japan, naar de Verenigde Staten.
Zo verdwijnen de prinsessen, terwijl er nauwelijks prinsen worden geboren. Wat naar buiten toe verschijnt als een eeuwenoud en onaantastbaar instituut, wordt dus door strenge opvolgingsregels stap voor stap uitgehold.
Met een beetje pech kan de keizerlijke familie daardoor binnen enkele generaties uitsterven. Nog maar drie mannen staan nu in de lijn van troonopvolging van keizer Naruhito: als eerste zijn zestigjarige broer kroonprins Akishino, dan diens negentienjarige zoon prins Hisahito, en tot slot prins Hitachi (90), de enige broer van Naruhito’s vader, de vorige keizer Akihito. Toen de jonge Hisahito als eerste prins in ruim veertig jaar afgelopen september zijn traditionele volwassenheidsceremonie onderging, kreeg dat daarom veel aandacht.
Nu zoekt de Japanse politiek naar noodmaatregelen. Al sinds 2005 buigen commissies zich over dit hoofdpijndossier. Vlak voor het bezoek van het keizerlijk paar aan Nederland presenteerden de commissievoorzitters twee voorstellen.
Het eerste moet voorkomen dat prinsessen automatisch uit het hof verdwijnen: vrouwelijke leden van het keizerlijk huis zouden ook na hun huwelijk hun status mogen behouden. Dat is een populaire maatregel. In een recente peiling van de krant Asahi steunde ruim tweederde van de ondervraagden dit voorstel, in lijn met andere peilingen.
Het tweede voorstel ligt gevoeliger: mannelijke nakomelingen van voormalige keizerlijke zijtakken zouden via adoptie kunnen terugkeren in het hof. Het gaat om elf families die tot 1947 bij het keizerlijk huis hoorden, maar na de oorlog hun status verloren en sindsdien als gewone burgers leven.
Volgens een stamboom gepubliceerd in 2019 door de conservatieve partij Nippon Ishin no Kai, coalitiepartner van de regerende Liberaal-Democratische Partij (LDP), zouden er in deze families nog ongeveer tien ongehuwde mannen zijn die in aanmerking komen.
Deze mannen zijn echter geboren en getogen als normale burgers, en een zogenaamde ‘terugkeer’ betekent dat ze zonder opleiding binnen het hof in een publieke rol met strenge verwachtingen terechtkomen. Daarom stelt de opvolgingscommissie dat bij adoptie zorgvuldig moet worden gekeken naar de leeftijd van de kandidaat en zijn persoonlijke instemming. Deze mannen zouden zelf geen aanspraak kunnen maken op de troonopvolging, maar hun eventuele zonen wel.
Wat er níét in het voorstel staat, is minstens zo veelzeggend. De commissie laat vrouwelijke troonopvolging volledig buiten beschouwing. Daarmee blijft ook de populaire prinses Aiko, de enige dochter van keizer Naruhito en keizerin Masako, buiten beeld.
De vraag of iemand via de vrouwelijke lijn de Chrysantentroon mag bestijgen wordt dus op de lange baan geschoven. De commissie zoekt vooral naar manieren om het hof groter te houden, zonder de opvolgingsregels te veranderen waardoor het hof gekrompen is.
Dat staat haaks op de publieke opinie. In een recente peiling van krant Asahi zegt ruim zeven op de tien Japanners dat opvolging via de vrouwelijke lijn mogelijk moet worden. Voor het adoptieplan was de steun veel minder groot: minder dan de helft was voor, ruim een derde tegen.
De samenleving lijkt daarmee progressiever dan de overwegend mannelijke opvolgingscommissie. Maar ook de eerste vrouwelijke premier van Japan, Sanae Takaichi, beweerde in februari dat „er in de Japanse geschiedenis misschien wel vrouwelijke keizers zijn geweest”, maar dat „deze altijd uit de mannelijke lijn kwamen”. Ze zegt daarom aan die regel vast te willen houden.
De keizerlijke familie wuift naar het publiek tijdens de viering van de verjaardag van keizer Naruhito (derde van links) in februari. Zijn broer, kroonprins Akishono (tweede van links), is de eerste in lijn van de troonopvolging, gevolgd door diens 19-jarige zoon Hisahito (uiterst rechts).
Keizer Naruhito zelf houdt zich afzijdig in het debat. In een besloten persconferentie voorafgaand aan het staatsbezoek zei hij zich te willen onthouden van commentaar op „zaken die het systeem betreffen”. Wel sprak hij de hoop uit dat de discussie over het behoud van voldoende leden binnen de keizerlijke familie „begrip zal krijgen van de bevolking”.
Dat maakt het contrast met Europese monarchieën tijdens het aankomende bezoek extra opvallend. In Nederland gingen al drie koninginnen kroonprinses Amalia voor, in België is prinses Elisabeth de vanzelfsprekende opvolger, en in Zweden staat kroonprinses Victoria al sinds 1980 vooraan in de rij, nadat ook daar de wet werd aangepast zodat het oudste kind de troon erft, ongeacht geslacht.
De voorstellen van de Japanse opvolgingscommissie zijn inmiddels goedgekeurd door regeringspartij LDP, die in het Lagerhuis een ruime meerderheid heeft en zonder goedkeuring van het Hogerhuis de wet kan aanpassen. Oppositiepartijen hebben de LDP wel laten toezeggen dat de regels elke twintig à dertig jaar opnieuw worden bekeken. Maar de ongemakkelijke conclusie blijft: Japan zoekt de toekomst van het hof liever bij mannen in families die in 1947 het keizerlijk huis werden uitgezet, dan bij de vrouwen die er nu al deel van uitmaken.