Voor het eerst in meer dan dertig jaar heeft Japan weer een rente die economen als normaal beschouwen. In navolging van de Europese Centrale Bank (ECB) verhoogde de centrale bank van Japan vandaag de rente met 0,25 procentpunt. Die rente komt nu uit op 1 procent.
is verslaggever macro-economie bij de Volkskrant. Hij volgt de wereld van de aandelenbeurzen, de grootbanken en het monetaire beleid.
Reden voor de verhoging is dezelfde als in Europa: voorkomen dat de inflatie uit de hand loopt. Een hogere rente betekent dat investeren duurder wordt en sparen lucratiever. Dat remt de economie en daarmee de prijsverhogingen.
Volgens de Japanse centrale bank zijn de gevolgen van de hoge olieprijs nu al zichtbaar in meerdere onderdelen van de economie – en dus niet alleen aan de pomp. Ruim 90 procent van de olie die Japan gebruikt, komt uit de Golfstaten (de eigen productie is verwaarloosbaar), en dus raakt het conflict in het Midden-Oosten de economie hard.
Centrale bankiers zijn sinds 2022 zeer gevoelig voor dat soort signalen. Na de grootschalige Russische invasie van Oekraïne meende de Europese Centrale Bank (ECB) dat de prijsschokken als gevolg hiervan tijdelijk zouden zijn, en dus geen reden om de rente te verhogen. De ECB onderschatte daarmee de effecten van de hogere energieprijzen schromelijk, waardoor de inflatie kon oplopen tot boven de 10 procent.
Herhaling van een dergelijk scenario voorkomen staat bovenaan het prioriteitenlijstje van elke centrale bankier, vandaar het vroege ingrijpen van de ECB en de Japanse centrale bank.
Voor Japan komt met de verhoging een einde aan 31 jaar van extreem lage rente. In de jaren negentig lag de Japanse economie op apegapen na het knappen van een enorme bubbel op de aandelen- en vastgoedmarkt in 1991. Banken zaten met oninbare schulden, consumenten en bedrijven waren bang geworden om hun geld uit te geven. De centrale bank probeerde de economie aan te jagen door de rente terug te brengen tot tussen de 0,5 en 0 procent, en tussen 2016 en 2023 zelfs tot een negatieve rente van min 0,1 procent.
Dat was een moeizaam proces, want Japan was in de greep van deflatie, waarbij de prijzen dalen. Economisch onwenselijk, want dan wachten consumenten met hun uitgaven; volgend jaar is die televisie of die nieuwe bank misschien nog goedkoper.
Daarom kocht de Japanse centrale bank ook nog eens enorme hoeveelheden staatsobligaties op, ook met het doel de rente laag te houden. Dat ruime monetaire beleid heeft ertoe geleid dat Japan verreweg de grootste staatsschuld ter wereld heeft, relatief gezien. De schuld bedraagt nu meer dan 200 procent van het bbp.
De centrale bank kondigde vandaag, zoals verwacht, aan in april volgend jaar ook te stoppen met het opkopen van die obligaties. Daarmee keert het land terug naar min of meer normaal monetair beleid.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant