Terwijl volgens schrijver Rolf Bos de Fifa geruisloos buigt voor het Amerikaanse inreisverbod en voetbalbestuurders zijn veranderd in ruggengraatloze pluimstrijkers, rijst de vraag: wat doet het Internationaal Olympisch Comité als over twee jaar de Spelen in Los Angeles worden gehouden.
Vluchtelingen zijn de ultieme herinnering aan de rauwe werkelijkheid van onze planeet. Op de Olympische Spelen van Parijs in 2024 vormde hun eigen delegatie, het Refugee Olympic Team, een van de meest aangrijpende verhalen van het toernooi. Toen boksster Cindy Ngamba de allereerste medaille voor dit team binnensleepte, applaudisseerde de wereld voor menselijke veerkracht. De ruggengraat van die ploeg werd gevormd door sporters die de repressie in eigen land ontvluchtten, met Iraniërs en Afghanen voorop.
Parijs ’24 bood de wereld prachtige Olympische Spelen – iedereen was in Frankrijk, zoals het hoort, welkom. Dat zal over twee jaar in Los Angeles anders zijn. Ongetwijfeld maakt men zich in Lausanne, het Zwitserse hoofdkwartier van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), dezer dagen grote zorgen. Sinds olympisch zwemkampioene Kirsty Coventry uit Zimbabwe de hamer heeft overgenomen als nieuwe IOC-president, ligt de loodzware taak om de olympische beginselen te beschermen direct op haar bord.
Over de auteur
Rolf Bos is oud-redacteur van de Volkskrant. Hij schreef Een Duitse Zomer, een boek over de Olympische Spelen van 1972, dat genomineerd werd voor de Libris Geschiedenisprijs. Hij won met Russische Spelen in 2025 de Nico Scheepmakerbeker, de jaarlijkse prijs voor het beste sportboek.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het net begonnen WK voetbal kent met 48 landen een recordaantal deelnemers. Ruwweg gesteld trapt een kwart van alle landen ter wereld dezer dagen in Canada, de VS en Mexico tegen een balletje. Als je tenminste de VS binnenkomt, zoals de ploeg van Iran en een Somalische scheidsrechter pijnlijk moesten ondervinden. Fifa-baas Gianni Infantino en zijn medebestuurders zwijgen; zij tonen zich de ultieme kruipers – op papier machtige bobo’s die echter soepeltjes buigen voor corrupte wereldleiders.
Het IOC brengt over twee jaar echter geen 48, maar liefst 206 verschillende delegaties op de been – inclusief – ook dat is een pijnpunt – wellicht weer Rusland en Wit-Rusland onder eigen vlag. De olympische gedachte schrijft in principe voor dat elke sporter, uit elk land, het recht heeft om te strijden op het hoogste podium. Maar wat is die belofte waard met Donald Trump als gastheer? Met zijn onvoorspelbare buitenlandbeleid en het inreisverbod voor burgers uit twaalf specifieke landen heeft hij nu al een diplomatieke tijdbom onder de sportwereld gelegd. Durft IOC-president Coventry wél een vuist te maken tegen Washington als Trump de duimschroeven verder aandraait?
In Parijs stonden bijvoorbeeld de Palestijnen nog trots met een officiële delegatie onder hun eigen vlag, maar onder het regime van Trump komt Palestina er straks gegarandeerd niet in. Gaat Coventry dán haar tanden laten zien en eisen dat elke erkende olympische natie welkom is, of sluit zij zich aan bij het leger van pluimstrijkende sportbestuurders?
De Spelen worden in 2028 voor de derde maal in Los Angeles gehouden. Trump heeft een bloedhekel aan het progressieve, democratische Californië. Als staatshoofd hoort hij traditioneel de Spelen te openen met een gortdroge olympische formule: ‘Ik verklaar de Olympische Spelen ter viering van de 34ste Olympiade geopend.’ Houdt hij zich over twee jaar braaf aan dat protocollaire script, of grijpt hij de microfoon en de mondiale zendtijd aan om live op het veld van het Los Angeles Memorial Coliseum zijn gal te spuwen over de ‘linkse dictatuur’ van de gaststaat Californië?
In Los Angeles zal hij naar alle waarschijnlijkheid sowieso worden getrakteerd op een striemend fluitconcert. We krijgen straks het bizarre schouwspel van een president die een deel van de wereld de toegang ontzegt, terwijl hij in eigen land door veel burgers openlijk wordt veracht.
Dit alles speelt zich af in de absolute herfst van zijn ambtstermijn. Het zijn in 2028 – waarschijnlijk, je weet het maar nooit – Trumps laatste maanden in het Witte Huis, en de man heeft letterlijk niets meer te verliezen. Zeker als de binnenlandse peilingen op dat moment diep democratisch gekleurd zijn, zal Trump lak hebben aan diplomatiek decorum.
Eerlijk gezegd heb ik er een hard hoofd in dat Kirsty Coventry de benodigde standvastigheid zal tonen. De tijd van de écht krachtige IOC-presidenten is definitief voorbij. Figuren als Avery Brundage (de baas tussen 1952-1972) waren weliswaar conservatieve hardliners die er twijfelachtige morele standaarden op nahielden, maar ze bezaten tenminste nog de ijzeren wil om hun regels aan gastlanden op te leggen.
Die olympische zwaargewichten zijn er niet meer. De Fifa is al verloren en bestaat alleen nog maar uit pluimstrijkers, met voorop Infantino en zijn belachelijke ‘vredesprijs’. En Coventry? Zij staat symbool voor een nieuwe generatie sportbestuurders: gladgestreken diplomaten die liever meewaaien met de geopolitieke wind dan een vuist maken. Haar voorganger Thomas Bach liet het IOC al achter als een risicomijdend miljardenbedrijf, en het is de vraag of Coventry bereid is haar pas verworven pluche op het spel te zetten voor olympische principes.
Haar kille optreden tijdens de recente Winterspelen in Milaan-Cortina spreekt wat dat betreft boekdelen. Toen de Oekraïense skeletonner Vladyslav Heraskevych wilde starten met een ‘herdenkingshelm’ – bekleed met de portretten van in de oorlog gesneuvelde landgenoten en jonge sporters – greep Coventry persoonlijk in. Ze stuurde hem naar huis. Wat als straks een zwarte Amerikaanse atleet voor de ogen van Trump de vuist balt op het erepodium, net als in Mexico 1968?
Het antwoord laat zich raden. Met deze moedeloze realiteit moeten wij, sportliefhebbers, maar hopen dat de olympische vlam in 2028 niet definitief wordt uitgeblazen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant