Home

Huurders veel groter deel inkomen kwijt aan woonlasten

Starters op de woningmarkt besteden verhoudingsgewijs een groot deel van hun inkomen aan woonlasten, vooral als ze in de private sector huren. Huiseigenaren zijn relatief het minste kwijt aan woonlasten.

Doorsnee huurders in de private sector besteedden in 2024 30 procent van hun inkomen aan woonlasten, de zogeheten woonquote. Voor starters binnen deze groep was dit 35,1 procent. Huiseigenaren hadden relatief de laagste woonlasten, in doorsnee 16,3 procent van het besteedbaar inkomen. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.

Na een verhuizing zijn de procentuele woonlasten hoger dan voor bewoners die al langer in dezelfde woning wonen. Ook hebben starters op de woningmarkt een hogere woonquote dan doorstromers. Dit geldt voor zowel huiseigenaren als huurders. Startende huiseigenaren zijn een relatief kleiner deel van hun inkomen kwijt aan woonlasten dan doorstromende huurders.

De procentuele woonlasten nemen de laatste jaren wel voor alle groepen op de woningmarkt af. Voor huurders van een woningcorporatie daalde het aandeel van het inkomen dat besteed wordt aan woonlasten het sterkst, van 31 procent in 2018 naar 24,6 procent in 2024. De daling komt volgens het CBS doordat inkomens sterker zijn gestegen dan woonlasten.

Hoewel het aandeel van het besteedbaar inkomen dat opgaat aan woonlasten de afgelopen jaren afneemt, nemen de absolute woonlasten toe. Voor huurders in de private sector is de stijging het grootst, van 853 euro per maand in 2018 naar 1.045 euro per maand in 2023, het laatste jaar waarvoor cijfers beschikbaar zijn. Deze groep huurders is ook in absolute zin meer kwijt aan woonlasten dan huiseigenaren.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next