Amerikaanse universiteiten liggen al onder vuur. Daar komt nog een rapport bovenop van academici die het ‘relativisme’ van de sociale wetenschappen hekelen.
Een van de gebouwen van de universiteit van Harvard, in de Amerikaanse staat Massachusetts.
Heeft ‘links’ het weer gedaan? Amerikaanse geesteswetenschappers krijgen er in een recent rapport van langs omdat ze het streven naar kennis en objectieve waarheid ondergeschikt dreigen te maken aan het najagen van sociale en politieke doelen.
In het State of scholarship-rapport, gemaakt op verzoek van twee Amerikaanse universiteiten, bekritiseert een groep academici het ‘postmoderne relativisme’ van de geesteswetenschappen. Die worden volgens hen met name in de antropologie en genderstudies beheerst door het idee dat kennis relatief is en ‘altijd al politiek’, en dan maar beter een progressief, emancipatoir doel kan dienen.
De situatie is niet kritiek, maar wel ernstig, aldus het rapport. In zijn botte vorm is de kritiek dat de geesteswetenschappen ten prooi zijn gevallen aan het idee dat objectieve kennis niet bestaat onjuist, aldus de auteurs. Maar, menen ze, elke discipline die ze onderzochten vertoont wel „sporen van deze pathologie”.
De bewijsvoering in het overzichtelijke rapport is mager. De auteurs volstaan met een reeks citaten uit antropologie, genderstudies en feministische epistemologie dat kennis nooit neutraal is, altijd sociaal geconstrueerd en politiek beladen. Die overtuiging leidt tot de ondermijning van wetenschappelijke standaarden voor onderzoek, menen zij, en tot abstract proza „dat grenst aan onzin”.
Het is bekende kritiek, die al in de jaren tachtig klonk. Opmerkelijker is dat die nu komt van gerenommeerde filosofen als de hoofdauteur Paul Boghossian, Kwame Anthony Appiah en Kit Fine. De groep is zich bewust van de gevoelige context van hun rapport, nu de Amerikaanse universiteiten zwaar onder vuur liggen van de regering-Trump. Ze waarschuwen tegen drastische ingrepen. Niet de politieke oriëntatie van wetenschappers is het probleem, schrijven ze, maar de sluipende erosie van standaarden waar onderzoek aan moet voldoen. Een ideologische ‘correctie’ zou de zaken „alleen maar verergeren”.
Reacties op het rapport zijn verdeeld. Een enkeling is enthousiast over het betoog van Boghossian en de zijnen, veel critici doen het af als een onwelkome herhaling van de culture wars uit de jaren negentig over ‘postmoderne’ wetenschap. Boghossian voerde daar al eens een uitgebreide polemiek tegen in zijn boek Fear of Knowledge. Against Relativism and Constructivism (2006).
Ondanks de waarschuwingen van de auteurs tegen politisering van hun bevindingen zal het rapport „onvermijdelijk zuurstof geven aan de anti-intellectuele krachten die academisch onderzoek nu bedreigen”, meent de Amerikaanse filosoof Jason Stanley. Hij hekelt ook de filosofische „warboel” in het rapport, dat van alles onder de noemer schaart van een verwerpelijk ‘relativisme’ over feiten en waarden.
De kritiek dat vooraanstaande universiteiten te ‘politiek’ of links’ zijn, zwelt in de VS aan. Harvard zegt te willen streven naar meer ‘diversiteit in standpunten’ onder hoogleraren, Yale trok in april het boetekleed aan nadat een rapport had geconcludeerd dat universiteiten debet zijn aan dalend publiek vertrouwen door hoge collegegelden, onduidelijke academische normen en inperking van de vrijheid van meningsuiting.
Iedere week bespreekt de redactie wetenschap hier ophef in de wetenschap.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin