De Pakistaanse regering schrapt na juridische druk van jonge vrouwen de btw van 18 procent op menstruatieproducten en anticonceptiemiddelen. Pakistan behoort tot een kleine groep landen die een dergelijke maatregel hebben genomen om zogeheten menstruatiearmoede tegen te gaan.
is correspondent Zuid-Azië voor de Volkskrant
De afgelopen decennia is wereldwijd het besef gegroeid dat vrouwen vaak extra kosten maken, bijvoorbeeld voor het kopen van menstruatieproducten. Van de 1,8 miljard mensen die maandelijks ongesteld worden, heeft ongeveer een kwart niet altijd genoeg geld voor of toegang tot maandverband en tampons.
Dat kan grote gevolgen hebben voor zowel de gezondheid als de verdere levensloop. Zo blijven meisjes vaker thuis van school, missen vrouwen werk en mijden sommigen sociale activiteiten, omdat ze geen toegang hebben tot geschikte producten.
In armere landen zoals Pakistan ligt het aantal vrouwen dat kampt met menstruatiearmoede nog hoger. Zo gebruikt slechts 16 procent van de vrouwen op het Pakistaanse platteland maandverband. De meeste vrouwen (61 procent) gebruiken oude doeken om het bloed op te vangen, 12 procent gebruikt helemaal niets.
Voor de 25-jarige Pakistaanse advocaat Mahnoor Omer was dat onaanvaardbaar. Terwijl ze opgroeide, zag ze hoe vrouwen ‘hun eigen gezondheid op de allerlaatste plaats zetten’, vertelt ze telefonisch. ‘Onze hulp in huis vertelde dat ze nooit maandverband had gebruikt. En in 2022, na een grote overstroming, gebruikten getroffen vrouwen stukken tentzeil als maandverband.’
Afgelopen september was voor Omer de maat vol. Geïnspireerd door een zaak van twee juristen in Nepal, daagde ze de Pakistaanse overheid voor de rechter. Ze eiste dat de autoriteiten menstruatieproducten zouden classificeren als ‘essentiële goederen’, net als melk, kaas en stierenzaad (voor de landbouw cruciaal). Daardoor zouden maandverband en tampons voortaan niet meer worden belast met 18 procent btw.
Omer werd vanwege haar vasthoudendheid door het Amerikaanse tijdschrift Time uitgeroepen tot een van zestien ‘women of the year’ van 2026. Haar strijd kreeg bovendien navolging: de 25-jarige Alisha Shabbir startte een vergelijkbare zaak bij een ander gerechtshof.
De maatschappelijke en juridische druk heeft effect, zo bleek vrijdag. Op de Pakistaanse equivalent van Prinsjesdag maakte de regering bekend dat het menstruatieproducten en anticonceptiemiddelen vanaf 1 juli niet meer gaat belasten.
Omer was ‘blij verrast’. ‘Door de maatregel loopt de overheid belastinginkomsten mis, dus ik had verwacht dat er veel discussie over gevoerd zou worden. Maar dit is een belangrijke stap.’
Toch is ze nog niet helemaal tevreden. Veel grondstoffen voor het maandverband worden geïmporteerd, en daar wordt 25 procent importheffing op geheven. Bij de rechter eist ze dat ook die belasting wordt geschrapt. ‘In een ideale situatie zouden menstruatieproducten volledig belastingvrij zijn.’
Pakistan voegt zich bij een kleine groep landen die de stap heeft gezet. Het gaat om zo’n 25 landen, waaronder Canada, Mexico, Colombia, Nigeria, Zuid-Afrika, India en Australië.
In Europa hebben alleen het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Oostenrijk die belasting compleet geschrapt. De meeste andere landen, waaronder Nederland, hebben menstruatieproducten een lager btw-tarief gegeven. In Nederland valt maandverband onder het lage tarief van 9 procent, net als water, voedsel en medicijnen. Over andere producten wordt 21 procent belasting geheven.
Het schrappen van de Pakistaanse belasting op maandverband is een van de opvallendste beslissingen in de staatsbegroting. De regering is veruit het meeste geld kwijt aan het afbetalen van de Pakistaanse staatsschuld (73 procent van de begroting) en aan haar defensie-uitgaven (17 procent).
Source: Volkskrant