De scepsis over het hoofdlijnenakkoord tussen de Verenigde Staten en Iran is levensgroot in Libanon. Israël trekt zich niets aan van de afspraken en gaat door met wat de ‘puindoctrine’ is gaan heten: vernietiging zonder wederopbouw.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Het begint een vertrouwd beeld te worden: Libanese ontheemden die massaal terugkeren naar het zuiden van hun land, de auto’s bumper aan bumper. Met het nieuws in het achterhoofd van het prille staakt-het-vuren in Libanon, een onderdeel van het hoofdlijnenakkoord tussen Amerika en Iran, liep de snelweg maandagochtend in hoog tempo vol. Het deed denken aan eerdere bestandsakkoorden: in november 2024 en april.
Op sommige plekken klonk onverzettelijke muziek en werd er gezwaaid met vlaggen van de militante beweging Hezbollah. Triomfantelijke chauffeurs staken voor het oog van de camera’s twee vingers in de lucht: een V van victorie. ‘We hopen dat de oorlog voorbij is’, zei watertransporteur George Darbali aan de telefoon vanuit de zuidelijke stad Tyrus.
Tegelijkertijd is de scepsis levensgroot. Israël acht zich bij monde van premier Benjamin Netanyahu ‘niet gebonden’ en liet dat meteen blijken. Luttele uren na de aankondiging van het bestand werd een woning nabij Sidon gebombardeerd, met twee doden als gevolg. Elders in het zuiden werden Israëlische droneaanvallen gemeld en beschietingen met artillerie. De boodschap aan gewone Libanezen was duidelijk: deze oorlog is niet voorbij. En waag het niet om terug te keren naar jullie huizen.
Burgemeesters van zuidelijke steden als Nabatieh riepen hun burgers op tot geduld. Wacht een paar dagen, klonk het, tot de situatie duidelijker wordt. De militante beweging Hezbollah sloot zich bij die oproep aan. ‘Eerlijk gezegd aarzelen we’, zei Mona Mazeh, een ontheemde vrouw die in Beiroet is beland, tegen persbureau Reuters. ‘We kunnen Israël niet vertrouwen.’
De gebeurtenissen van de voorbije 48 uur tonen eens te meer hoezeer Libanon gevangen zit tussen oorlogsfronten. Enerzijds is er het front Amerika-Iran en anderzijds dat tussen Hezbollah (een nauwe bondgenoot van Iran) en Israël. Voor de Israëlische regering van premier Benjamin Netanyahu zou een koppeling tussen de fronten een blamage zijn. Het zou erop neerkomen dat Israël ondanks zijn regionale hegemonie als een kleuter tot de orde wordt geroepen door de tandem Teheran–Washington.
Zondag lukte het Netanyahu’s regering op een haartje na het akkoord te kielhalen met een bombardement (drie doden) op de zuidelijke buitenwijken van Beiroet, waar Hezbollah de dienst uitmaakt. De timing was bewust: Netanyahu wist dat het Iraanse regime een rode lijn had getrokken rond de Libanese hoofdstad. Volgens bronnen van The New York Times dreigde Teheran vervolgens terug te slaan met rakettensalvo’s richting Israël, maar zag daar na Amerikaanse bemiddeling vanaf.
Dit alles zou zich een uur voor de aanvankelijke aankondiging van de deal hebben afgespeeld. ‘Waarom moest Bibi (Netanyahu, red.) nou per se aanvallen?’, brieste Trump tegen een verslaggever van nieuwssite Axios. ‘Ik was zo kwaad. Ik heb het hem ook gezegd. Hij heeft geen greintje fatsoen.’ Enkele uren later lag er alsnog een akkoord.
Er wordt, kortom, hoog spel gespeeld met de honderdduizenden gevluchte bewoners van Zuid-Libanon als gijzelaars in een soort regionaal potje klaverjassen. Het gaat allang niet meer over de vraag of er wel of geen bestand is, maar vooral over de vraag wiens handtekening zo’n bestand draagt.
De Libanese regering zag zich bij monde van president Joseph Aoun gedwongen om publiekelijk zijn dankbaarheid uit te spreken aan de VS en Iran voor het gesloten akkoord. Toch is dit precies waar Aoun en de zijnen vanaf willen, namelijk dat Iran (niet voor het eerst) namens Beiroet spreekt.
Wie aan het langste eind gaat trekken, laat zich moeilijk voorspellen. Met Israëlische parlementsverkiezingen (eind oktober) voor de boeg, lijkt het uitgesloten dat Netanyahu zich door Trump zal laten terugfluiten in Libanon. Uit Washington komen scheldkanonnades, maar geen concrete stappen. Zolang de Libanon-oorlog zich voortsleept, kan Netanyahu tegenover zijn eigen electoraat met de spierballen blijven rollen, zonder dat hij lastige vragen hoeft te beantwoorden over zijn falen in de aanloop naar de Hamas-aanval van 7 oktober.
Dit alles past in de zogeheten ‘puindoctrine’ die analist Nathan Brown ontwaarde in een veel gedeelde analyse voor denktank Carnegie Middle East Center. Israëls opeenvolgende oorlogen in Gaza, Iran en Libanon dienen volgens Brown geen hoger strategisch doel – ze zijn een doel op zich geworden. ‘Dominantie zonder oplossing’, in zijn woorden, en ‘vernietiging zonder wederopbouw’. Het puin is de strategie.
Wat de boel nog ingewikkelder maakt, is dat de raamovereenkomst tussen Amerika en Iran meer weg heeft van een tijdelijke pauze dan van een echte vredesdeal. Heikele thema’s (atoomwapens, ballistische raketten) zijn op de lange baan geschoven, en de Iraniërs zijn niet vergeten dat Trump eerdere onderhandelingsrondes voortijdig afbrak. Het wantrouwen is groot. Zo bezien zou de Iraanse Revolutionaire Garde een nieuwe wig kunnen drijven tussen Trump en Netanyahu. Die kan Israëls optreden in Libanon aangrijpen om opnieuw te escaleren. Trump komt dan nog verder in het nauw.
Scholier Zahraa Hussein, 17 jaar oud, komt uit het zuiden en is met haar familie verdreven naar de bergen boven Beiroet. ‘We zijn aan het inpakken’, zegt ze maandag in een reeks appjes. Het gezin denkt eraan dinsdag terug te keren. Maar zeker is het allerminst.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant