Een museumvloer ingesmeerd met pindakaas, Vermeers Melkmeisje in beton, een zes meter hoge drol in het park: telkens wist Wim T. Schippers de kijker op het verkeerde been te zetten. Vorige week overleed hij, 83 jaar oud.
schrijft voor de Volkskrant over beeldende kunst.
Wie verzint zoiets? Dat was toch altijd de eerste gedachte die bij je opkwam bij het zien van een kunstwerk van Wim T. Schippers. Of het nu een museumvloer was die Schippers had ingesmeerd met pindakaas. Een zes meter hoge drol in het park. Een zwevende rots boven een sokkel. Of kerktoren die boven het water uitsteekt.
Steeds was de reactie: Hè? Wat? Nee, toch!
Weinig kunstenaars zo inventief, tegendraads en onvoorspelbaar als Wim T. Schippers, die op 10 juni op 83-jarige leeftijd overleed. Zijn stichting maakte dat maandag bekend. Steeds weer dat verkeerde been waarop je werd gezet. Steeds weer die in eerste instantie kleine, onschuldige, maar hilarische verontwaardiging. Steeds weer die aangename ontregeling.
Het begon al met zijn eerste publieke optreden in Museum Fodor in Amsterdam. We schrijven het jaar 1962. Schippers was pas 20 en alleen bekend in kleine kring, maar werd door Stedelijk Museum directeur Willem Sandberg (onder wiens directoraat ook de Fodor-dependance viel) uitgenodigd een paar zalen te vullen.
Ook toen was de eerste reactie: Hè? Wat krijgen we nou? De kunstenaar had namelijk een ruimte volgestort met gebroken glas en een andere met zout, waarin hij een fonteintje had gezet. ‘Alles kon toen nog,’ liet hij onlangs weten tegenover Trouw. ‘Een leuke tijd met ongekende mogelijkheden.’
‘Feitenkunst’ noemde Schippers zijn type werk. Hij wilde zich afzetten tegen het wilde geschilder van Cobra-kunstenaars als Karel Appel en Corneille, en het Amerikaanse abstract expressionisme van Jackson Pollock en consorten. Het moest nuchterder. Zakelijker. Minder gevoelig. Door het publiek te plaatsen voor voldongen feiten.
Tot dan toe was Schippers enkel een student geweest aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, voorloper van de Gerrit Rietveld Academie. Hij vertrok er toen de directeur hem op het matje had geroepen. Schippers had een paar tekeningen te koop aangeboden die volgens de directeur geestelijk eigendom van de school waren.
Weg was Schippers. Zoiets liet hij zich niet zeggen. Het tekende de eigengereidheid en het verzet tegen autoritair gedrag dat zijn hele leven zou kenmerken. Al vanaf het begin, toen hij nog in anonimiteit zijn ‘werk’ presenteerde.
Door eenvoudigweg een Mars op straat te leggen. Of door een verpakte baksteen naar het adres van zijn ouders te sturen en dat pakketje vervolgens samen met zijn vader in ontvangst te nemen. ‘Mijn vader vroeg zich totaal verbouwereerd af wie hem dat nu weer had toegestuurd.’
Al snel werd hij in de armen gesloten van de Fluxus-beweging, die Amerika en West-Europa in zijn greep hield. De roemruchte stroming die alles – vooral het kunst-establishment met zijn statische producten, strakke gezichten en officiële taalgebruik – ter discussie wilde stellen, maar dan wel met een knipoog. Die de bestaande orde op een ludieke manier omver wilde gooien middels ‘acties’, ‘performances’ en ‘happenings’ – woorden die relatief nieuw waren in het bestaande kunstvocabulaire.
Er zat een flink portie meligheid in, natuurlijk. Pesterigheid. Gekte. Om op het podium precies vijftien minuutjes te roken, te eten, níet te roken en níet te eten. Om een rotje te laten ontploffen als ‘ekonomisch konsert’. Door met zes man in formatie van het Amsterdamse Centraal Station naar het Rembrandtsplein te lopen.
Door het leeggieten van een flesje Green Spot limonade (‘zonder prik’) in de Noordzee, aan het strand bij Petten. Eerst in 1961, in stilte. Twee jaar later nog eens, maar dan gefilmd en bij de Vara uitgezonden.
De jaren zestig waren de hoogtijdagen van Schippers als performancekunstenaar. Nadien zou hij zich vooral toeleggen op beelden en schilderijen (Vermeers Melkmeisje in beton; de trouwzaal in het Amsterdamse gemeentehuis met draaiende tafel en meubilair tegen de muur) – en meer nog natuurlijk op zijn roemruchte theater-, radio- en tv-producties.
Een internationale kunstcarrière hoefde hij niet te maken. Toen hij een uitnodiging kreeg om te exposeren in het Guggenheim Museum in New York, sloeg hij die af. Het was hem te gewichtig. Waarschijnlijk ook te kunstig.
Dit jaar werd in het Amsterdamse Stedelijk nog een heus Schippers-kabinet ingericht met vier werken uit zijn omvangrijke oeuvre, met onder meer op een tv-toestel een uitzending van het VPRO-programma Van Oekel’s Discohoek.
Recentelijk bekende Schippers aan Trouw dat hij met zijn ‘laatste werk’ bezig was: een omgevallen kwast met verf op een tafeltje waarop ook zand ligt, een flessendop, schelpen en de afdrukken van zijn voeten en handen. Dat alles als een laatste salut. Titel: Wim is weg. Toch wel iets serieuzer en melancholischer dan zijn vroegere werk. Zijn commentaar: ‘Ik maak het maar steeds niet af, want dan denk ik dat ik doodga.’
Dat laatste is nu gebeurd. Wim T. Schippers is niet meer.
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Source: Volkskrant