De Britse regering heeft de actiegroep ‘Palestine Action’ terecht bestempeld als een verboden ‘terreurorganisatie’. Dat heeft het Britse Hof van Beroep maandag bepaald. Dit oordeel vernietigt een besluit van een lagere rechtbank, die zich eerder tegen een verbod had uitgesproken.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa en Zuidoost-Azië.
De uitspraak kwam als een opluchting voor de Britse regering. Zij was van alle kanten onder vuur komen te liggen sinds de minister van Binnenlandse Zaken Palestine Action in augustus op de lijst van verboden organisaties had geplaatst. In februari zette een rechtbank het geschil verder kracht bij door het verbod te schrappen, met als argument dat het in strijd zou zijn met fundamentele rechten van de mens, zoals vrijheid van meningsuiting en vereniging.
Volgens die rechtbank overtrad Palestine Action de wet met zijn acties, maar de rechters achtten de overtredingen niet ernstig genoeg om de groep te brandmerken als ‘terroristische organisatie’. Ze overtraden de wet, maar deden dat met mate.
De voorzitter van de vijf rechters van het Hof van Beroep, Sue Carr, voerde maandag echter aan dat Palestine Action wel degelijk voldeed aan alle kenmerken van een terreurorganisatie: ze werkte als een ondergrondse organisatie, met autonome geheime cellen, ‘om ontdekking en vervolging te voorkomen’ van ‘degenen die geweld gebruiken, eigendommen vernielen en mensen verwonden’.
Carr noemde meermalen een ‘draaiboek voor actie’ dat de politie had gevonden als bewijs voor de werkwijze van de actiegroep. Palestine Action nam bovendien geen afstand van acties waarbij wetten werden overtreden. Ook veroordeelde de groep die acties niet.
De Britse regering bestempelde drie acties vorig jaar al als ‘terrorisme’. Een daarvan was een inbraak in de Britse fabriek van het Israëlische bedrijf Elbit Systems, in 2024. Daar vernielden actievoerders drones, uit protest tegen de genocidale oorlog van Israël in Gaza. Vrijdag werden vier actievoerders veroordeeld voor hun aandeel in die inbraak. De vier kregen gevangenisstraffen variërend van 4 jaar en 8 maanden tot 7 jaar en acht maanden. Alle veroordeelden kregen bovendien een jaar voorwaardelijk.
In juni braken actievoerders in bij een Britse luchtmachtbasis, waar ze twee militaire vliegtuigen met verf bekladden uit protest tegen Britse steun aan de Israëlische invasie van Gaza. Deze laatste inbraak was voor de regering aanleiding om Palestine Action op de antiterreurlijst te zetten.
Rechter Carr benadrukte dat het Hof van Beroep voor de uitspraak van maandag de rechten van burgers – vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging – had afgewogen tegen ‘het belang van de doelstellingen om nationale veiligheid te beschermen en de rechten en vrijheden van anderen’. Uiteindelijk besloot het Hof dat die nationale veiligheid het zwaarste moest wegen.
Het besluit om Palestine Action te verbieden, had volgens Carr nooit door een rechtbank mogen worden vernietigd: ‘De regering is doorgaans beter dan een rechtbank in staat zaken van nationale veiligheid te beoordelen. De rechtbank is de ultieme arbiter, maar rechters moeten erkennen dat ministers een grote bandbreedte moeten hebben om in dit complexe terrein te handelen.’
Huda Ammori, mede-oprichter van Palestine Action, reageerde maandag woedend op de nieuwe uitspraak. Hij had het verbod van meet af aan aangevochten en kondigde aan ‘tot het uiterste’ te zullen gaan, tot en met het Hooggerechtshof en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.
Ruim 3.300 mensen zijn inmiddels aangehouden omdat zij steun betuigden aan het inmiddels verboden Palestine Action. Zevenhonderd actievoerders zijn aangeklaagd. Bij het gerechtsgebouw werden opnieuw honderd sympathisanten van Palestine Action gearresteerd.
Palestine Action was in 2025 de eerste Britse groepering die werd verboden in het kader van de antiterreurwet. De organisatie staat op een lijst met de schimmige ‘Maniacs Murder Cult’ en de ‘Russian Imperial Movement’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant