Home

Nederland moet weer een gidsland worden, zegt deze Trimbos-onderzoeker: ‘Ik zag heroïnegebruikers niet als verslaafden, maar als kameraden’

Drugsonderzoeker John-Peter Kools van het Trimbos-instituut stond ooit aan de wieg van de schonespuitenruil, die talloze heroïnegebruikers het leven redde. Na veertig jaar in het veld neemt hij afscheid met een waarschuwing: het progressieve drugsbeleid van Nederland, dat internationaal navolging kreeg, staat onder druk.

is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland. Hij schrijft veel over drugs.

Vertederd kijkt drugsonderzoeker John-Peter Kools (67) naar de drie kleine wietplantjes op het balkon van zijn flatgebouw in de Amsterdamse Bijlmer. ‘Ben ik sinds kort aan het kweken’, zegt hij met een accent dat verraadt dat hij in Zeeland is opgegroeid. ‘Ik hoop dat het wat wordt.’

Kools, internationaal een gerespecteerde naam in het drugsonderzoeksveld, kweekt de cannabis vooral voor de lol. Roken doet hij al jaren niet meer. ‘Al wil ik nog eens uitzoeken hoe ik dit zonder tabak zou kunnen roken, want ik ben wel nieuwsgierig.’

Kools, die zijn hele werkzame leven beroepsmatig met drugs is bezig geweest, is zelf nauwelijks een gebruiker. Hij houdt van ‘een goed glas wijn’, en dat is het wel. ‘In mijn studententijd nam ik misschien eens een lijntje speed, en ik blowde wat, maar nooit problematisch. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik er nooit gevoelig voor ben geweest.’

Na ruim vier decennia in het drugsveld is Kools per 1 mei met pensioen gegaan. Met voldoening kijkt hij terug op een loopbaan die grotendeels in het teken stond van harm reduction: het beperken van gezondheidsschade als gevolg van drugsgebruik. Dus geen harde repressie, zoals in de jaren zeventig gebeurde jegens heroïnegebruikers op de Zeedijk – die door de politie met de bullenpees werden geslagen – maar door vanuit het perspectief van de gebruiker te kijken hoe de schade zo klein mogelijk kan blijven. In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld het uitdelen van schone naalden en basepijpen, of het verstrekken van methadon of heroïne op recept.

Met die aanpak reisde hij de wereld over: van aidspreventieprogramma’s in Russische gevangenissen tot trainingen voor jongerenwerkers in townships in Kaapstad in Zuid-Afrika. Juist daarom baart het hem zorgen dat het harm-reduction-model wereldwijd, ook in Nederland, onder steeds grotere druk staat.

Hij ziet het in de Verenigde Staten, waar de regering-Trump in internationale wateren geregeld vermeende drugsboten opblaast, waarbij al tientallen doden zijn gevallen. Voor Kools is dat een schoolvoorbeeld van een drugsbeleid waarin gewelddadige repressie de overhand krijgt en preventie en zorg naar de achtergrond verdwijnen.

Maar ook in Nederland ziet hij het tij keren. Waar Nederland ooit een van de grootste financiers was van mondiale programma’s gericht op preventie en zorg voor drugsgebruikers, wordt inmiddels zelfs in eigen land bezuinigd op organisaties in die sector.

Zo zag Kools dit jaar de Nederlandse stichting Mainline verdwijnen, de hulporganisatie voor drugsverslaafden die hij in de jaren tachtig mede oprichtte. Enkele maanden geleden maakte de stichting bekend na 36 jaar te moeten stoppen, nadat opnieuw subsidies waren weggevallen. Ook bij zijn eigen kennisinstelling, het Trimbos-instituut, verdwenen onlangs enkele tientallen banen door bezuinigingen. Het ging om medewerkers die zich bezighielden met preventie rond het gebruik van alcohol, tabak en andere drugs. ‘Daar heb ik wel de smoor over in.’

En dat is niet het enige wat Kools zorgen baart. Namens de Medisch-sociale Dienst Heroïne Gebruikers (MDHG) was hij in de jaren tachtig nauw betrokken bij de schonespuitenruil, waar gebruikers hun gebruikte injectienaald konden inleveren voor een schone. Het was een van de eerste antwoorden op de destijds om zich grijpende heroïne- en aidscrisis. ‘Wij waren de eersten ter wereld die daarmee begonnen.’

Nu neemt hij afscheid terwijl in steden als Amsterdam en Rotterdam een nieuwe drugsuitbraak zichtbaar is: op plekken als het Oosterpark en de Nieuwe Binnenweg wordt openlijk de zwaar verslavende drug crack gerookt door voornamelijk dakloze verslaafden. Daarmee is crack voor het eerst de meest gebruikte harddrug onder mensen die één of meer keer per week harddrugs nemen. Naar schatting 27.900 mensen gebruiken de drug wekelijks, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2012.

Rond 1980 piekte het aantal heroïnegebruikers ook op zo’n dertigduizend mensen. Is dit een echo van de heroïne-ellende op de Amsterdamse Zeedijk in de jaren zeventig en Perron Nul in Rotterdam in de jaren tachtig en negentig?

‘De situatie is wat de ernst betreft niet te vergelijken: er stierven toen veel meer mensen dan nu. Een belangrijk verschil is bijvoorbeeld de verwoestende aidsepidemie in de jaren tachtig. Crack wordt niet geïnjecteerd, dus dat vormt een ander volksgezondheidsrisico, maar de huidige beelden roepen soms wel herinneringen bij me op. Kwetsbare mensen, vaak met een migratieachtergrond, die tussen wal en schip zijn gevallen en op straat in zichzelf aan het praten zijn.’

John-Peter Kools komt uit de krakerswereld en kreeg in de jaren tachtig voor het eerst te maken met heroïnegebruikers. Hij was politiek links geëngageerd, maakte radio bij de illegale zender De Vrije Keyser en interviewde daar ooit medewerkers van de Medisch-sociale Dienst Heroïne Gebruikers. De vrije sfeer daar, de sociale betrokkenheid – daar wilde hij zelf ook wel werken.

‘Het kantelpunt was 1984, het uitbreken van aids’, zegt Kools. ‘De angst onder drugsgebruikers was echt waanzinnig groot. De blínde paniek staat me nog helder voor de geest. Ik heb in die jaren tientallen begrafenissen bijgewoond. Maar met de spuitenruil en gerichte voorlichting kwamen we erachter dat we er echt iets aan konden doen. Toen ontdekte ik dat ik zingeving haalde uit dit werk.’

Tijs van den Boomen, uw huisgenoot destijds en ook mede-oprichter van Mainline, vertelde me dat de heroïnegebruikers gewoon bij jullie over de vloer kwamen.

‘Ik zag ze als kameraden. Op zondag gingen we frisbeeën in het Vondelpark en een blowtje roken, en daarna bij ons thuis spaghetti koken. Die jongens en meisjes werden ontzettend gestigmatiseerd, maar het waren gewoon leeftijdsgenoten van ons. Mensen met wie we soms bevriend waren en die we wilden helpen. We zaten in dezelfde culturele hoek. We luisterden naar David Bowie en Lou Reed, en ik was ook fan van junkdichters als Jotie T’Hooft.’

Van den Boomen zei dat u zich goed kon verplaatsen in verslaafden. Gebruikers met een acute craving, maar zonder schone spuit, raadde u soms aan eerst een beetje te ‘Chinezen’ – heroïne roken – en pas daarna op zoek te gaan naar een schone spuit. Leerde u daar denken vanuit het perspectief van de gebruiker?

‘Dat heb ik daar inderdaad geleerd. Gewoon door met die mensen te praten. Dat was ook het idee achter het tijdschrift dat we met Mainline maakten. Daar stonden straatreportages in over het leven van een drugsverslaafde, precies het soort verhalen dat gebruikers wilden lezen. Maar ondertussen verwerkten we er ook voorlichting in over aidsmedicijnen en veiliger gebruik.’

U maakt zich zorgen om het harm-reductionmodel in Nederland. Maar is dat niet stevig verankerd in de gezondheidszorg?

‘Dat klopt. We hebben gebruikersruimtes in heel Nederland. Drugstesten in heel Nederland. Spuitomruil en methadonverstrekking in heel Nederland. Ook voortzetting van behandelingen in gevangenissen is breed geregeld.

‘In het Nederlandse gezondheidssysteem kent iedereen het begrip harm reduction. Iedereen beseft dat er zorg en hulp moet zijn voor mensen die drugs gebruiken: van het Leger des Heils tot ziekenhuizen, verslavingsartsen en sociaal werkers.

‘Dat is goed ontwikkeld, en dat is heel positief. Maar dat betekent niet dat er niets aan de hand is. De maatschappelijke noden zijn de afgelopen jaren verergerd: mentale gezondheidsproblemen, de wooncrisis, dakloosheid, arbeidsmigranten die aan lager wal raken en op straat belanden. Het crackgebruik dat je nu ziet, is eerder een symptoom dan een oorzaak van zulke problemen.

‘Ons harm-reductionmodel moet meegroeien met die problemen. In Amsterdam ontwikkelt de GGD nu een gericht zorgaanbod voor drugsgebruikers op straat: denk aan veldwerk, inloophuizen en gebruikersruimten. Maar we moeten met veel meer van zulke innovatieve oplossingen komen. Zo hebben we hebben na al die jaren nog steeds geen landelijke richtlijn voor harm reduction, dat is toch vreemd?

‘Nederland is allang geen gidsland meer. Sterker nog: er wordt juist bezuinigd.’

Voorstanders van het harm-reductionmodel zullen wijzen op het wietexperiment. Daar zijn de meeste betrokkenen, ondanks problemen met geuroverlast in Hellevoetsluis, nu tevreden over.

‘We volgen daarmee de trend in landen zoals Canada, Uruguay en sommige staten in de VS. Maar het is belangrijk: wetenschappelijk en innovatief. Het is goed dat Nederland experimenteert, en daar vervolgens lering uit trekt en beleid op voert. Want het cannabisbeleid dat we vijftig jaar hebben gehad, hinkte te veel op twee gedachten: enerzijds was de verkoop gedoogd, maar de inkoop door coffeeshops was wel illegaal.

‘Toch is het niet ondenkbaar dat het project uiteindelijk wordt afgeblazen. Partijen zoals het CDA en de VVD staan allesbehalve te springen, dus ik ben benieuwd hoe het afloopt. Dan zouden we weer terug bij af zijn, want het oude achterdeurbeleid van coffeeshops was ideaal voor criminelen.’

Onderschatten we het gevaar van cannabis niet? In rechtszaken zoals rond de Rotterdamse seriemoordenaar Sendric S. en de ‘Erasmussteker’ Ayoub M. lijkt het erop dat cannabisgebruik vaak mede ten grondslag ligt aan hun psychische problemen.

‘Voor vrijwel alle drugs geldt: doe het niet, en als je het wel doet, is matiging de sleutel. Uit landelijke cijfers blijkt inderdaad dat van alle mensen die voor drugsproblemen in behandeling zitten de groep met een cannabisprobleem, na alcoholgebruikers, het grootst is.

‘Maar het blijft een kip-en-eiverhaal. Cannabis veroorzaakt zulke aandoeningen waarschijnlijk niet zelfstandig. Wel kan het bij een kwetsbare psyche precies het zetje de verkeerde kant op geven. Juist daarom is het verstandig om de cannabismarkt niet aan de maffia over te laten.’

Bart De Wever en Ahmed Aboutaleb, de toenmalige burgemeesters van Antwerpen en Rotterdam, wilden het in 2022 nog op de ouderwetse manier doen. De war on drugs werkt niet? ‘Begín er eens aan’, zei De Wever.

‘Een volkomen gedateerde manier van denken. Drugs uitroeien is een missie die volledig onhaalbaar is.’

Hoe kijkt u naar de campagne van de gemeente Rotterdam uit 2023, Jouw lijntje, zijn liquidatie, die erop gericht was om drugsgebruikers aan te spreken op hun morele verantwoordelijkheid?

‘Ik vond het geen verstandige campagne. De gebruiker is slechts één onderdeel van een hele mondiale keten en er is geen legaal alternatief. Uit onderzoeken blijkt ook dat het niet effectief is: jongeren die drugs gebruiken wéten namelijk al grotendeels welke ellende het illegale drugscircuit met zich meebrengt. We kunnen het geld beter investeren door met ze in gesprek te gaan.’

Is het drugsveld complexer geworden?

‘Vooral online bestelbare synthetische drugs hebben de markt fundamenteel veranderd. Het is nu extreem makkelijk om drugs online te bestellen. Dat zijn synthetische middelen, die overal gemaakt kunnen worden. Dat hoeft niet meer door het Suezkanaal of met containerschepen door de Rotterdamse haven.

‘Bij websites als Funcaps hebben we gezien dat zij met allerlei agressieve marketing mensen weten te verleiden om hun spullen te kopen. Inmiddels worden tientallen doden daaraan gelinkt. Ze verkopen ook vaak niet wat ze beloven. Zoals de populaire drug 3-MMC, die vaak heel andere stoffen blijkt te bevatten.’

De laatste tijd gaat het in discussies over drugs ook vaak over synthetische opioïden zoals fentanyl en nitazenen, zeer verslavende en gevaarlijke pijnstillers. Vormen die een bedreiging in Nederland?

‘Voorlopig zijn die drugs in Nederland nog niet in grote hoeveelheden aangetroffen. Maar daar waren we bij het Trimbos-instituut wel altijd beducht voor. Zulke drugs zijn vaak aanbodgestuurd: er hoeft maar één halve gare een mogelijkheid te zien om geld te verdienen, en het kan opduiken. Heroïne was in de jaren zeventig in Nederland ook ineens te verkrijgen omdat Chinese handelaren het hier op de markt brachten.’

Bent u voorstander van beperkte legalisering van middelen als cocaïne?

‘Ik ben een groot voorstander van regulering. Het is nog ver weg, maar theoretisch zou je ook de verstrekking van coke en mdma in gereguleerde shops niet moeten uitsluiten. Ik ben een sociaaldemocraat en voorstander van de controle terugpakken. Als zaken gevaarlijk en onoverzichtelijk zijn, moet je als overheid naar voren stappen en je verantwoordelijkheid nemen.

‘Bij het autoverkeer, dat ontzettend gevaarlijk is, maken we toch ook regels? Dan zorgen we ervoor dat auto’s elke zoveel jaar gekeurd worden, en hebben we duidelijke regels wie er voorrang heeft en wie niet. Hetzelfde moeten we doen met drugs: dat is niet vrijgeven, maar reguleren.’

Horen drugs bij het leven?

‘Middelengebruik is van alle eeuwen. Ze worden gebruikt in rites, voor spirituele doeleinden, soms om rustig te worden en ellende even te vergeten, of juist om energie te krijgen. Dat zit in ons. Al moeten we het ook niet groter maken dan het is. 10 procent van de Nederlandse volwassen bevolking heeft het afgelopen jaar een illegaal middel gebruikt. Ik zou zeker niet zeggen dat drugsgebruik in Nederland is genormaliseerd.’

Wat beschouwt u als een hoogtepunt uit uw carrière?

In 2024 werd de term harm reduction voor het eerst expliciet erkend in een resolutie van de Verenigde Naties. Landen worden daarin aangespoord om methadonprogramma’s en gebruikersruimtes te ontwikkelen. Wat ooit begon met die spuitenruil in Amsterdam is nu erkend op het wereldtoneel. Dat is een mijlpaal, ondanks het zware weer waarin harm reduction zich wereldwijd bevindt.

‘Laten we er in Nederland alles aan doen om die traditie vast te houden, en weer een voortrekkersrol te spelen. Dat kunnen we doen door internationale initiatieven opnieuw mede te financieren en nationaal door harm reduction weer het speerpunt van ons drugsbeleid te maken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next