Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Mark Broere (43) dacht een rustige zondagsdienst tegemoet te gaan. Het werd een bizarre dag.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Afgelopen december had ik een bizarre zondagsdienst, die aangeeft hoe hectisch ons werk kan zijn. Eerst moest ik naar een aanrijding met letsel op de A7, daarna naar een vrouw die haar zoontje van 5 gijzelde, vervolgens naar fors geweld waardoor collega’s in Assen in nood waren, toen dat was afgehandeld werd ik weggeroepen naar een dodelijk ongeval in Harkstede, en die dienst eindigde met een reanimatie. Dan heb je het wel even gehad.
‘Ik licht die gijzelende vrouw eruit, want het scheelde niks of zij of ik kon dat niet meer navertellen. In een dorp in Noord-Nederland, ik noem de naam liever niet, stonden al drie collega’s voor een woonhuis. Alle gordijnen waren dicht en de voordeur was met zware meubels gebarricadeerd.
‘Drie of vier kinderen waren door hun moeder onder dreiging van een mes naar buiten gestuurd. Alleen haar jongste zoon van 5 hield ze binnen gegijzeld. Ze dacht dat hij was bezeten door de duivel, vertelde een puberzoon aan mijn collega’s. Ik ging naar de achterzijde van het huis. Ook daar waren alle gordijnen dicht, maar ik hoorde dat die vrouw daar in de woonkamer was. Ik voelde aan de achterdeur. Die zat met twee klemhaken aan de boven- en benedenkant vast, maar zat niet met de sleutel op slot.
‘Een van de collega’s die ons kwam versterken, kwam ook achterom. Ik vertelde hem over de situatie. Hij zei: ‘Ik ga kijken of ik een koevoet heb’, en vertrok weer naar de politiebus. Meteen daarna schreeuwde die vrouw: ‘Ik maak hem dood! Hij moet nu dood! Hij is bezeten door de duivel!’
‘Ik riep door mijn portofoon: ‘We moeten nú ingrijpen!’ Toen heb ik eerst heel hard op de ramen gebonsd en ‘Politie!’ geroepen om haar af te leiden. De ramen trilden ervan, ik sloeg er bijna doorheen.
‘Op dat moment zag ik door de achterdeur dat ze naar de bijkeuken liep, uit een keukenla een groot vleesmes pakte en weer terugging naar de woonkamer. Het is ongelofelijk wat adrenaline met je doet, ik greep de klink van de achterdeur en trok die hele deur kapot; de haken sprongen eraf en vielen binnen op de tegelvloer.
‘Ik stormde naar binnen, zij stond een meter of twee bij me vandaan met dat mes. Ze keek me recht aan, maar als een zombie. Met een lege blik keek ze dwars door me heen.
‘Ze richtte dat mes met de punt op mij en stapte op me af. Ik trok mijn vuurwapen, richtte op haar en schreeuwde keihard: ‘Laat dat mes vallen!’ Maar al voordat ik mijn vuurwapen trok, wist ik: ik ben te laat. Ik vertel dit nu heel rustig, maar dat gebeurde supersnel, in een fractie van een seconde. Ze stond zo dichtbij dat ze me kon neersteken. Maar gelukkig kwam dat verlossende moment: het leek alsof ze van mijn geschreeuw wakker werd en liet het mes los. Het viel naast mijn linkervoet, zo klein was de afstand tussen ons. Dat scheelde niks; één seconde later zou ik de trekker hebben overgehaald.
‘Ik borg mijn wapen op en gooide haar met mijn rechterarm tegen het keukenblok. Op dat moment kwamen collega’s die de voordeur hadden ingetrapt binnenstormen met getrokken tasers. Ik zei: ‘Boei haar af’, en keek om de hoek in de woonkamer. Daar lag dat zoontje op een bank onder een kleedje, half slaperig, half wakker, met verbaasde ogen. Een pak van mijn hart: hij is in orde, we zijn op tijd.
‘Ik ben zelf ook vader. Ik ben er stellig van overtuigd dat wij iets hebben voorkomen waar die moeder later eeuwig spijt van had gekregen. We hebben ervoor gezorgd dat ze geestelijk hulp kreeg. Ik ging daarna even roken – ik ben inmiddels gestopt – om even rustig te worden. Op dat moment realiseerde ik me dat dit verkeerd had kunnen aflopen, zowel voor die vrouw als voor mij. De collega van de koevoet kwam z’n excuses aanbieden dat hij me alleen had gelaten, maar ik antwoordde dat dat niet nodig was.
‘En waar ik mee begon: ik kwam van een aanrijding met letsel. Na die psychotische vrouw moest ik door naar Assen, waar collega’s om hulp hadden geroepen vanwege een aanhouding met fors verzet. Vervolgens stond ik bij een ernstig ongeval met twee doden.
‘Dat is ons werk: vol in de adrenaline, rustig worden, weer vol gas en weer afschalen. De hele dienst door. En toch sta je daar iedere keer weer. In het geval van die bezeten vrouw was ik trots dat wij het verschil konden maken tussen leven en dood. Maar wat al die adrenaline met je doet: toen ik na die dienst bij mijn vriendin thuiskwam, moest ik ineens janken als een klein kind.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant