is bestuurskundige en filosoof.
Wees voorzichtig met je wensen – ze zouden kunnen uitkomen, zeggen de Engelsen wel eens. Daar moest ik direct aan denken toen ik vorige week mijn afscheidsrede uit 2015 uit de kast haalde. Destijds hoopte ik dat er meer publieke aandacht voor morele vragen kwam. We zijn nu tien jaar verder en die aandacht is inderdaad enorm toegenomen. Sterker: we worden overspoeld door een tsunami aan verstikkend moralisme, waarbij niets aan de strijd tussen goed en kwaad ontsnapt.
Laat ik eerst de begrippen moraal en moralisme toelichten. Het eerste staat voor de poging om ten aanzien van een specifieke situatie of gebeurtenis niet alleen onderscheid te maken tussen goed en kwaad, maar dat ook te betrekken op je eigen handelen. Moralisme is de neiging om alles vanuit jouw normen te beoordelen zonder rekening te houden met het specifieke van de zaak en ook zonder dat het gevolgen voor jezelf heeft. Het eerste is een smalle weg die moeite kost, de tweede weg is even gemakkelijk als breed. Het publieke debat wijst uit dat steeds meer Nederlanders die tweede weg kiezen. Bijgevolg hebben we op elk vlak onenigheid.
Deze tendens werd voor het eerst duidelijk tijdens de coronapandemie. Terwijl veel burgers, onder wie ikzelf, het onverantwoord vonden dat anderen een vaccinatie weigerden, meenden deze laatsten dat het overheidsbeleid hun grondrechten aantastte. Het werd een principiële strijd die confrontaties met de politie uitlokte en vriendschappen kapotmaakte.
Eenzelfde dynamiek speelt bij het debat over klimaatverandering. Voor sommigen is het een heilige plicht om zich daartegen te verzetten waarbij alle middelen geoorloofd zijn. Maar voor anderen zijn het extremisten die de belangen van bedrijven, boeren en automobilisten veronachtzamen. Geen onderwerp dat zich voor een verjaardagsfeestje leent.
Dan alle commotie die de afgelopen weken losbarstte over de spreiding van asielzoekers. Waar bepaalde bewoners van Wijk bij Duurstede of Loosdrecht aanvoeren dat de plaatsing van een azc vanuit de overheid wordt doorgedrukt, zien anderen hun vrees voor een toenemend racisme uitkomen. Dat verschil laat zich niet met betere communicatie oplossen.
De dramatische gebeurtenissen in het Midden-Oosten roepen evenzeer splijtende reacties op. Het ene kamp wil niet langer over het lot van de Palestijnen zwijgen en trekt op humanitaire gronden een rode lijn, het andere kamp neemt een groeiend antisemitisme waar en trekt partij voor Israël. Alsof licht en duister gemakkelijk te scheiden zijn.
Een volgend slagveld zijn de aan gender gerelateerde vraagstukken. Sommigen vinden twee geslachten wel genoeg, ze hebben weinig op met een grotere diversiteit aan seksuele voorkeuren. Volgens anderen is er juist te weinig ruimte voor verscheidenheid en komt heteroseksualiteit op een vorm van onderdrukking neer. Ook daarmee kun je vrienden kwijtraken.
Vergeet zaken als kolonialisme en het slavernijverleden niet. De een ziet het als een kwaad dat in alles doorwerkt – op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, bij wetenschapsbeoefening of in schilderijen uit de 17de eeuw. De ander wil het Westen niet vrijpleiten, maar staat een vorm van kleurenblindheid voor. Evenmin een gemakkelijk gesprek.
Ten slotte hebben we de vraag of de tegenstander met zijn of haar foute denkbeelden wel een podium verdient. Kenmerkend voor dit soort gevechten is dat beide kanten geloven aan de goede kant van de geschiedenis te staan. Dan mag je de ander dus het zwijgen opleggen. Dat is echter een hoogst arrogante claim die je alleen kunt volhouden zolang je in je bubbel blijft.
Ik weet niet hoe het verder moet, maar drie dingen zijn me duidelijk. Ten eerste werden in het verleden vele misdaden begaan door mensen die dachten dat ze moreel gelijk hadden. Ten tweede kan alleen de toekomst uitwijzen wat tot de goede kant van de geschiedenis behoort. Ten derde kun je in het heden terugkomen op fouten die je in het verleden hebt gemaakt. Het zwijgen van Donald Pols was natuurlijk dom, maar enig mededogen bij vriend en vijand was niet verkeerd geweest.
Intussen vrees ik dat we terechtkomen in een land met 18 miljoen morele zendmasten. Daarbij roept iedereen dat men zelf deugt terwijl tegenstanders beter moeten luisteren. Voor mij persoonlijk is de maat inmiddels vol. Ik wil geen publieke opwinding maar zakelijke berichtgeving, geen vertoon van eigen deugdzaamheid maar begrip voor andersdenkenden, geen heilige verontwaardiging maar een zoektocht naar de waarden die we gemeen hebben.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant