Home

Opinie: De taal van de macht moet klinken op de zeebodem

Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd de zeebodem een strijdtoneel. Nederland hield vast aan neutraliteit om cruciale connecties te beschermen, wat ten dele lukte. Premier Rob Jetten trekt vooralsnog weinig lering uit dit verleden.

Als Nederland ‘de taal van de macht’ wil leren spreken, dan moet het beginnen op de bodem van de zee. Ons land zou samen met de rest van Europa deze taalvaardigheid moeten verbeteren, beweerde premier Rob Jetten eind vorige maand op een veiligheidsconferentie in Den Haag. Voor zijn eerste toets faalt de regering echter meteen.

Op de zeebodem, waar internetkabels, elektriciteitsverbindingen en andere cruciale infrastructuur steeds meer in gevaar komen, is de taal van de macht nog nauwelijks hoorbaar. Dat moet ons zorgen baren.

Over de auteur

Erik de Lange is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Holle woorden

Jettens toespraak klonk misschien daadkrachtig, vol beeldspraak over Nederland ‘aan het roer’ (realistische machtspolitiek – het kan wél!), maar de nagalm van zijn woorden blijkt akelig hol. Onlangs borrelde uit de diepten van de Haagse papiermolen namelijk een verontrustend rapport omhoog: het jaarverslag van de Algemene Rekenkamer.

Het verslag waarschuwt dat de beveiliging van vitale infrastructuur op de Noordzee steeds ‘verder in het geding komt’, zeker nu internationale spanningen toenemen. ‘Zorgelijk’, is het eindoordeel van de Rekenkamer. Vooral omdat de financiering van het belangrijkste beschermingsprogramma vanaf 2026 wegvalt.

Voor Nederland zouden dreigingen op de Noordzee zo ongeveer het allerbelangrijkste veiligheidsdossier moeten zijn. Als we ergens te maken krijgen met schimmige vijandelijke operaties, of zelfs direct militair contact, dan is het daar. Zo betrapte de Britse marine in april een Russische onderzeeër die druk bezig was kabels en pijpleidingen op de zeebodem in kaart te brengen.

Escalatiegevaar

Onze eigen Koninklijke Marine is steeds vaker betrokken bij het begeleiden van Russische vaartuigen (van twintig gevallen in 2024 naar 61 in 2025) die zich verdacht gedragen, bijvoorbeeld door zigzaggend te varen over vermoedelijke kabelroutes. De onderzoeksjournalisten van het Organized Crime and Corruption Reporting Project waarschuwden al dat het enteren, stoppen en omleiden van deze schepen met groot escalatiegevaar gepaard gaat.

Juist vanwege die risico’s is het belangrijk dat ons land voldoende capaciteit en goed gereedschap heeft om deze dreigingen het hoofd te bieden. Een mooi voorbeeld hiervan is het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur, waarin verschillende ministeries, private partijen en buurlanden samenwerken. Het opzetten van een effectieve dreigingsmonitor is een belangrijk doel. Meldingen van schepen, sensoren en satellieten zouden dan allemaal in een informatieknooppunt samenkomen, naast inlichtingen uit allerlei bronnen, om zo verdachte acties te detecteren en snel te reageren.

Het programma heeft hier belangrijke eerste stappen in gezet, maar dreigt onder het huidige kabinet zijn budget te verliezen. De penningmeesters van de Rekenkamer noemen het daarom ‘zorgelijk’ dat langlopende financiering niet gegarandeerd is, zeker in deze tijd van onverminderde internationale spanningen. En dat terwijl Jetten in zijn toespraak nog verklaarde dat technologie cruciaal is voor ‘geopolitieke macht’.

De premier benadrukte daarnaast dat het vermaledijde ‘einde van de geschiedenis’ voorbij is, nu ‘geopolitiek’ de overhand neemt, maar hij lijkt te vergeten dat Nederland al eens eerder op dit punt heeft gestaan – zeker waar het aankomt op de bodem van de Noordzee.

Sabotage

Aan het einde van de negentiende eeuw, toen telegrafiekabels de kritieke infrastructuur van de zeebodem waren, maakte de overheid zich ook al druk over de bescherming van belangrijke verbindingen. Toen zette de regering in op het maken en naleven van internationale afspraken tegen het saboteren van kabels, zoals bij onderhandelingen rond de Conventie van Parijs (1884) of de Tweede Haagse Vredesconferentie (1907).

Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd de zeebodem een strijdtoneel. Nederland hield vast aan neutraliteit om cruciale connecties te beschermen, wat ten dele lukte. Jetten trekt vooralsnog weinig lering uit dit verleden.

Beknibbelen op de bescherming van de Noordzee raakt dus kant noch wal, ook gezien onze nationale geschiedenis. De betaler van de ‘vrijheidsbijdrage’ vraagt zich toch af of zo’n beschermingsprogramma voor de Noordzee niet de beste besteding is van ons verhoogde defensiebudget. Of op zijn minst te verkiezen valt boven het klakkeloos spekken van de Amerikaanse defensie-industrie en diens schuddebuikende aandeelhouders.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next