WK Voetbal Het team van Curaçao dat een historisch WK speelt is „een familie”. Na de 7-1 nederlaag tegen Duitsland overheersen teleurstelling én trots.
Keeper Eloy Room in actie tijdens het WK-duel tegen Duitsland.
Livano Comenencia heeft geen idee wat hij moet doen, dus rent hij maar naar de cornervlag. Zelfs op trainingen scoort de middenvelder van FC Zürich eigenlijk nooit. En nu heeft hij het eerste doelpunt voor Curaçao op een wereldkampioenschap ooit gescoord, de gelijkmaker tegen viervoudig wereldkampioen Duitsland.
Terwijl Tahith Chong, middenvelder van Sheffield United, achter Comencia aanrent denkt hij aan de generatie van zijn vader, die nooit had durven dromen dat het kleine Caribische eiland op een WK zou spelen. En hij denkt aan de jongere generatie, die de droom nu meemaakt. Dan springt hij bovenop z’n teamgenoot.
Even lijkt er misschien wel een stunt in te zitten, één die dan in hetzelfde rijtje zou komen als historische wedstrijden als de Amerikaanse overwinning op Engeland in 1950 en die van Noord-Korea op Italië in 1966. Maar dan gaat het alsnog helemaal mis: 7-1.
NRC volgde de kleinste deelnemer aan een WK ooit (158.000 inwoners) in de weken voor de eerste wedstrijd die het eiland ooit op dat toernooi speelde, op trainingskampen in Noordwijk en Florida en rond de wedstrijd, en sprak daar met meerdere spelers. Ze schrijven, beseffen ze, geschiedenis – ongeacht de resultaten.
In de bus naar het trainingsveld was het nog zo gezegd: na de training mochten er géén fans het veld op komen. Maar de training is amper afgelopen of de kinderen van aanvaller Bradley Kuwas klimmen over de boarding heen om met hun vader te voetballen, waarna de tribune gestaag leegloopt. Fans jagen op handtekeningen en foto’s, sommigen trappen een balletje met spelers. Een staflid bekijkt het lachend. „Het was niet de bedoeling. Maar alles wat niet de bedoeling was, gebeurt hier alsnog.”
De voorbereiding voor het WK begint in Noordwijk, op het veld van amateurclub SJC en in de kamers van hotel Huis ter Duin. Bij de eerste training zijn er honderden fans, een brassband, media van over heel de wereld die willen weten hoe de kleinste deelnemer ooit eigenlijk op het WK is beland. Maar spanning?
Tijdens de training praten stafleden gerust met bekenden die ze langs het veld tegenkomen. De oefeningen worden geleid door assistenten Giovanni Franken, Dean Gorré en Angelo Cijntje. Bondscoach Dick Advocaat loopt tussen de spelers door, roept aanmoedigingen en aanwijzingen.
De spelers weten dat ze aan de vooravond van geschiedenis staan. Allemaal hebben ze de kwalificatie meegemaakt – sommigen als gelouterde spelers, anderen spelen in de marge van het clubvoetbal. In Houston, in de eerste wedstrijd tegen Duitsland, zullen ze tegen de grootste en duurste spelers van de wereld staan.
„Het is misschien raar gezegd”, zegt verdediger Joshua Brenet een paar dagen later in Huis Ter Duin, „maar wij hebben niet de kwaliteit zoals andere Europese landen. Dus moeten we ons eigen plan bedenken.” Maar in Noordwijk is Duitsland nog ver. „We bekijken het per wedstrijd. Eerst oefenen tegen Schotland, dan op Curaçao tegen Aruba. Ook raar gezegd: die wedstrijd is misschien wel belangrijker, dat is als Ajax tegen Feyenoord.”
Brenet speelde Champions League met PSV en kwam zelfs twee keer uit voor Oranje. Lang hoopte hij op méér interlands. Maar toen zelfs na een goed seizoen bij Twente, waarin hij als rechtsback zeven keer scoorde, een oproep uitbleef, koos hij voor het land van zijn ouders. Naar het WK gaan, zegt hij, „is een jongensdroom”. Andere spelers kozen al vroeg in hun carrière voor Curaçao; dat is het succes van de zoektocht die de bond inzette naar spelers met roots op het eiland.
Uit die tijd bij PSV kent hij Advocaat nog, de coach liet hem daar debuteren. Hij is rustiger geworden, merkt hij, geeft spelers meer vrijheid buiten het veld, daarbinnen eist hij dezelfde discipline. Het team kan die verantwoordelijkheid aan, voelt Brenet. Simpel: „Deze groep is familie.”
Alles is hier groter, zegt Jurien Gaari. De verdediger staat langs het veld van het Florida Atlantic University Stadium, een football-stadion waar dertigduizend mensen in kunnen. Het is in de stad Boca Raton, een klein uur boven Miami, de thuisbasis van de ploeg. Het is donderdag, vier dagen voor de wedstrijd tegen Duitsland – maar dat is in weinig nog te merken. De spelers dansen op het veld, hebben lol met elkaar.
Vanaf de tribune kijken een paar duizend mensen toe bij de ‘community training’, een openbare training. Eén voor één worden de spelers voorgesteld en toegejuicht. Assistent-bondscoach Franken leidt de training en vertelt via een headset het publiek wat ze precies zien: „High intensity!” Er zitten Amerikaanse families op de tribune, met kinderen in voetbalshirtjes van Arsenal en Barcelona. En er zijn honderden Antilliaanse fans: sommigen zijn speciaal afgereisd vanuit Curaçao, anderen wonen in Florida.
Na het trainingskamp in Noordwijk oefenden ze in en tegen Schotland (4-1 verlies). Op Curaçao werd wel gewonnen van Aruba; 4-0. Toen het vliegtuig een paar dagen later opsteeg richting Florida, riep de purser om dat ze niet alleen het team vertegenwoordigden, maar „de trots en eenheid van ons volk. Met elke pass en elk doelpunt tonen jullie de wereld de kracht van onze natie”.
In Florida kijken de spelers hun ogen uit, vertellen ze langs de rand van het trainingsveld. „Dit stadion is groter dan waar ik met Telstar speel”, lacht middenvelder Tyrese Noslin. „Het is een héél groot toernooi”, beseft Gaari, die pas op z’n vierentwintigste in het betaalde voetbal terecht kwam en nu op het tweede niveau van Saudi Arabië speelt.
Ze vertellen over de vijf politiemotoren die de spelersbus van Curaçao begeleiden als ze van en naar het hotel en het trainingsveld rijden, over de beveiliging ín het hotel, waar alles is afgeschermd van de buitenwereld. Over de mediadag van de FIFA, waar alle spelers uitgebreid gefotografeerd en gefilmd werden terwijl ze dansten, juichten of serieus in de camera keken.
Over de app die ze konden downloaden en waar de FIFA direct na de wedstrijd al hun individuele beelden in zal zetten. Over de aandacht van buitenlandse journalisten, bij de openbare training staan wel tien cameraploegen van over de hele wereld langs het veld – sommige journalisten vragen daarna aan elkaar welke speler ze nou precies spraken.
Maar hoewel alles groter is, is één ding hetzelfde: het groepsgevoel. De spelers trekken de hele dag met elkaar op. In het hotel spelen ze dobbelspelletjes of tafeltennis, of dansen ze op de muziek uit de grote box waar de Curaçaose vlag op staat. Vragen over de VS stellen ze aan keeper Eloy Room, die in Miami speelt. Die saamhorigheid, zeggen stafleden tegen elkaar, is de kracht van het team. Vraag het de spelers, en ze zeggen stuk voor stuk wat Brenet al in Noordwijk zei: „We zijn familie.”
„Je spreekt elkaars taal”, zegt verdediger Roshon van Eijma, verdediger van RKC Waalwijk. „Je snapt elkaars normen en waarden. Je hebt hetzelfde eten. De ouders zijn hetzelfde opgegroeid. En familieleden op het eiland blijken elkaar te kennen.” Hij is er zelfs achter gekomen dat middenvelder Godfried Roemeratoe en aanvaller Gervane Kastaeer achterneven van hem zijn.
Duitsland? Een goed team, niemand die zich daar illusies over maakt. Maar wij, zegt Van Eijma als ze twee dagen voor de wedstrijd tactisch gaan trainen, „hebben ook onze wapens, zoals de snelheid voorin”. Dick Advocaat zegt het vaker: als amateurclub Hercules van Ajax kon winnen in de KNVB-beker, dan kan Curaçao dat van Duitsland.
7-1, voelen de spelers na de wedstrijd, is een te grote uitslag. Zeker een half uur heeft Curaçao het Duitsland moeilijk gemaakt en na de gelijkmaker denken ze: kan het? Maar alle hoop blijkt een illusie als Duitsland eerst de 2-1 maakt en kort voor rust uit een penalty 3-1. De 4-1 direct na de rust is de mokerslag.
Ze horen hier thuis, zegt Kenji Gorré na de wedstrijd in de persruimte, die de hele wedstrijd op de bank blijft. Want het was niet alsof Curaçao slecht was. Ze kwamen er soms zelfs heel goed uit. Maar Duitsland was wel in alles sneller, slimmer en zorgvuldiger. Dus overheersen na afloop trots én teleurstelling, vertellen spelers, waarbij de spelers die op een lager niveau spelen vaker over dat eerste beginnen en spelers die hoger spelen vaker over dat laatste. Maar allemaal hebben ze ervan genoten: van het volkslied voor de wedstrijd dat werd meegebruld, van de duizenden fans, van de wave die door het stadion ging.
Daarom waren ze na afloop ook lang op het veld blijven hangen, de Duitsers waren al weg. Ze bedankten de fans nog maar eens. En namen alles nog één keer in zich op.