Home

Adelheid Roosen: ‘Uiteindelijk is het leven een oefening in verlies’

Theatermaker en actrice Adelheid Roosen (67) blaakt van het leven, toch speelt de dood een steeds grotere rol in haar makerschap. ‘Sterven is een soort experiment dat je moet doorhuiveren, zoals ik dat noem.’

schrijft voor de Volkskrant over theater en human interest

Iets meer dan twee jaar geleden hoorde Adelheid Roosen dat haar dierbare theaterkompaan George Groot binnenkort dood zou gaan. Door een agressieve vorm van kanker had hij nog twee tot drie maanden te leven. Precies genoeg tijd om nog één keer samen een voorstelling te maken. ‘Ik zat in de auto van George naar huis, en nog voor ik thuis was, had ik het concept af. Ik had ook de titel al bedacht: Het sterven is begonnen. Dat is wat ik tegen hem zei tijdens onze afscheidszoenen bij de deur. Ik zei: ‘George, het sterven is begonnen.’ ‘Ja’, zei hij, ‘het sterven is begonnen.’’

Roosen mijmert verder: ‘Tijdens die autorit had ik ook al verzonnen dat de helft van het publiek uit dierbaren van George moest bestaan en de andere helft normaal publiek. Ik dacht: ik bel drie mensen uit de vriendengroep van George. We repeteren niet, en we bereiden niets voor. Ze krijgen een microfoontje om, en ieder krijgt een kwartier om afscheid van hem te nemen, op het podium. En daar mogen we dan naar kijken.’

Even onderbreekt ze haar verhaal en pakt ze het barmeisje van het café aan het Amsterdamse Leidseplein zachtjes bij haar arm. ‘Lieverd, ik wil me verder niet met het muziekbeleid bemoeien, maar mag het misschien iets romiger?’ Dan, tegen een oudere man die om de krant vraagt: ‘Tuurlijk schatje, hier, heerlijk, goede dag.’ Alleen de vrolijke ringtoon van haar telefoon krijgt een strenge hell no.

Goed, terug naar de dood. ‘Die laatste performance met George was echt: waaauuuw. De vraag was: hoe nemen we afscheid van elkaar? Waarom doen we dat altijd met z’n tweeën, aan een bed, met niemand anders erbij? Ik dacht: we gaan die rouw nu eens goed inademen, met elkaar. Ik begon de voorstelling met een dankwoord aan George, maar ik moest natuurlijk eerst drie, vier minuten huilen voordat ik überhaupt een woord kon uitbrengen.’

‘We gaan de rouw nu eens goed inademen, met elkaar’; een vintage Adelheid Roosen-formulering. Met haar als altijd rood gestifte lippen spreekt ze de zinnen uit zoals ze komen: associatief en licht poëtisch. De 67-jarige actrice en theatermaker is nog niks van haar jeugdige springerigheid verloren – ‘Ik denk nog altijd bij alles: jongens, laten we dat doen!’ – en wie haar ledematen tijdens het interview alle kanten op ziet schieten, kan niet anders dan concluderen: dit is een vrouw in de kracht van haar leven.

En toch zal het deze woensdagochtend veel gaan over de dood, aangezien ook haar nieuwe project De Stoet, dat nog tot 21 juni door de straten van Amsterdam Nieuw-West trekt, een poging is om rouw tot een gezamenlijk gespreksonderwerp te maken.

Roosen groeide de afgelopen decennia uit tot een veelzijdig creërend fenomeen. Ze verscheen op het witte doek, met eind jaren negentig nog een Gouden Kalf voor de film Broos. Op televisie, met Roosen & Borst, de NPO-serie die ze met Hugo Borst maakt, over een waardig afscheid voor mensen met dementie. Op het toneel, met haar toenmalige partner Titus Muizelaar, om na achttien jaar en plein public het eventuele einde van hun relatie te bespreken. Maar het vaakst is ze te zien in de stad, in de wijken, op straat, om daar met haar gezelschap Female Economy via theater mensen te verbinden.

Ze is net terug uit Rabat, waar ze een Marokkaanse versie van De WijkSafari maakt, een concept dat haar in Nederland en internationaal veel lof opleverde. Als kern van het repetitieproces trekken de acteurs een tijd in bij wijkbewoners. Tijdens de voorstelling wandelt het publiek langs hun woonkamers om te vernemen wat die ontmoeting heeft gebracht.

Afgelopen jaar paste ze deze ‘adoptie’-methode, waarbij acteurs dus meelopen met ‘gewone burgers’, toe bij de politie-eenheid Amsterdam, met wie ze samen de voorstelling Tot het is wat het moet zijn maakte. De acteurs en de agenten voerden moeilijke gesprekken over politiegeweld en racisme binnen de politie. Ook het publiek was half politie, half burger. De voorstelling is begin september te zien op het Nederlands Theater Festival, als een van de tien beste voorstellingen van het afgelopen seizoen.

Roosen opent haar laptop en toont trots het posterbeeld van de voorstelling, waarop het bonte gezelschap agenten en acteurs in verschillende poses verstrengeld staan. ‘Kijk nou! Ik ben nog steeds helemaal gelukkig als ik dit zie. Dat dit allemaal is gebéurd, dat deze mensen allemaal gekoppeld zijn. Dat ze allemaal hebben meegedaan. Ik denk dan: o my god, hoe is het mogelijk.’

Was het moeilijk om bij de politie te infiltreren?

‘Infiltreren is niet helemaal het juiste woord. Op het moment dat ze ja zeiden tegen het project was alles meteen open. Dat vond ik ontzettend leuk om te merken. Ik mocht mee op de auto, ik mocht mee naar de recherche. Ik mocht mee naar het... God, ik kan al die woorden helemaal niet onthouden... naar zo’n controlecentrum in de stad. Ik ging mee op wandelingen met wijkagenten. Ik was bij interne overleggen. Ik heb me een jaar lang ondergedompeld in de politie. Het was helemaal...’

Voor ze haar zin afmaakt, dringt zich alweer een nieuwe gedachte op.

‘Het zijn organisaties die voor mensen zoals jij en ik in eerste instantie ondoordringbaar lijken. Maar ik heb van nature een grote volhardendheid, veel discipline en een enorm uithoudingsvermogen. Ik kan heus wel denken: tering, wat moeten we lang wachten voordat we erin mogen, en wat moet ik hier hard aan trekken. Maar ik geef op de een of andere manier niet gauw op.

‘De Amerikaanse schrijver James Baldwin zei het heel mooi: de relatie van de kunstenaar met de samenleving is een liefdesrelatie. Net als in de liefde is het een doorlopende strijd met je partner, en dat is in dit geval dat hele ding daarbuiten’ – ze zwaait met haar armen richting het Leidseplein – ‘de hele tijd in contact te blijven. Te blijven onderzoeken: wat is onze relatie? Hebben wij achterstallig onderhoud? Zitten wij nog op hetzelfde level?’

Gaat jouw kunstenaarschap dan simpelweg over naar buiten kijken?

‘Ja, maar daarmee kijk ik natuurlijk ook direct naar binnen. Daar waar ik een tekort of een beschadiging waarneem, is dat heel vaak verbonden met mijn eigen tekort of beschadiging. Ik zie een samenleving waarin soms mensen of groepen verstoten worden, of aan de zijlijn terechtkomen. Dat herken ik. Dat is volgens mij waarom ik naar andere mensen uitreik. Ik denk dat veel van wat ik zeg, toon of doe, voortkomt uit mijn eigen pijn. Dat uitreiken gebeurt vanuit liefdevolle zorg, die ik vroeger zelf heb gemist. Dat werkt ook voor mij helend.’

De beschadiging waar Roosen het over heeft, ontstond in haar jeugd, die ze in een interview in de Volkskrant eerder ‘fundamenteel onveilig’ noemde. Ze groeide op in het Gelderse dorpje Ulft, waar haar moeder met harde hand over het thuisfront regeerde. Roosen, ‘de wilde wolf van het gezin’, moest constant op haar hoede zijn voor ‘uitgestelde straf’, waarbij langdurige opsluiting op haar kamer, de garage of de auto dreigde als ze buiten de strenge normen van haar moeder trad.

De bevrijding kwam op 18-jarige leeftijd, toen ze de Achterhoek achter zich liet en ging studeren aan de toneelschool. Daar kreeg ze van docenten literatuur mee naar huis die haar op het artistieke pad bracht dat ze nog altijd bewandelt, of zoals ze het zelf zegt: ‘Ik zit in een eeuwigdurende lift die niet de lucht in gaat, maar juist steeds dieper de aarde in. Met elk project ontstaat een nieuwe verdieping.’

Ze las tijdens haar studententijd Baldwin, maar ook de filosofie van de Litouwse filosoof Emmanuel Levinas, die schreef over de Ander (‘met hoofdletter hè’). ‘Ik zat thuis, ik las dat en dacht: dit mag wel de Bijbel heten. Ik had vijf bladzijden gelezen, meer kon ik gewoon niet aan. De volgende dag kwam ik terug op school en die docent vroeg of ik al begonnen was, en wat ik ervan vond. Alles was binnen gekomen, álles. Maar ik kon niks reproduceren. Echt, ik kon niet zeggen waar het over ging, ik kon het alleen maar voelen.’

Kun je nu wel zeggen waar het over ging?

‘Het gaat over de waarde van een ontmoeting. Levinas zegt: doordat jij er bent, besta ik. Dus door de resonantie, of de weerspiegeling in de ander, bestaan we. God, ik vind dat zo prachtig. Helaas zijn in onze individualistische maatschappij onze hoofden zo opgevoed dat we onszelf telkens denken te moeten vormgeven ten opzichte van de ander. We zijn tijdens een ontmoeting met van alles bezig en dat gaat vaak over etaleren, over de etalage.’

Waarom is dat denk je?

‘We zijn bang om niet te weten wie we zijn, wie ‘ik’ is. Maar we zijn natuurlijk al een afgebakend iets, met een laagje huid eromheen, dus daar hoeven we ons helemaal niet meer druk om te maken. Levinas zegt dat we geen verantwoordelijkheid hebben voor onszelf, maar voor de dialoog met de ander. Goed, en dan zegt-ie nog een heleboel andere prachtige dingen.’

Heb je weleens de wens om te ontsnappen aan jezelf?

‘Nee, dat denk ik niet.’

Je bent altijd gelukkig met wie je bent?

‘Als ik daar ja op zeg, dan bedoel ik niet dat ik altijd gelukkig ben. Ik kan heel verdrietig zijn. Maar ik verlang nooit iets anders te zijn dan wat ik ben.’

Dat getuigt volgens mij van veel zelfliefde.

‘O, haha, ik vind juist dat ik daar nog een beetje aan moet werken. God, ja. Nu moet je me misschien gaan helpen met de woorden, maar... ja... Ik draag niet vaak een masker. Als collega’s of stagiairs een dag met me meeliepen, zeiden ze na afloop: Adelheid, je bent in elke ruimte waar je komt exact dezelfde. Toen ik dat voor het eerst hoorde, dacht ik: maar wie zou je anders moeten zijn?

‘Ik vind het moeilijk om goed naar mezelf te kijken, maar ik val volgens mij nogal samen met mezelf. Als ik kwetsbaar ben, ben ik kwetsbaar. Als ik moet huilen, huil ik. Als een willekeurig iemand aan me vraagt: wat is er?, geef ik antwoord. Als ik me schaam, zeg ik dat ik me schaam. En natuurlijk voel ik ook een klap op m’n bek als ik word afgewezen. Maar ik ben wel iemand die dan meteen au zegt en begint te huilen.’

De levenslust spat er vanaf, en toch ontsnapt ook Roosen (67) niet aan het verstrijken van de tijd. Haar oplopende leeftijd brengt haar als vanzelf steeds vaker in contact met de dood. ‘Twee jaar geleden, toen George stierf, werd ik voor het eerst geconfronteerd met het gevoel, of de gedachte: o, ik ben bijna de volgende generatie die zal sterven. Dat raakte mij nogal, naast het verlies van George zelf.’

Was dat een beangstigend besef?

‘Nee, ik zou het geen angst willen noemen. Het was een herinnering dat het leven uiteindelijk een oefening in verlies is. Dat het sterven ook een soort experiment is dat je moet doorhuiveren, zoals ik dat noem, waarbij je niet je hand moet blijven samenknijpen om het leven vast te houden, maar je je spieren mag ontspannen, om het te laten gaan.’ Ze glijdt van haar stoel. ‘Oh my, het zal toch niet wáááár zijn, o my god, ik geef me over. Daar ga ik!’

Het is niet verwonderlijk, voor iemand die het autobiografische altijd als vertrekpunt neemt, dat de dood een steeds grotere rol gaat spelen in haar makerschap. Met haar nieuwe bedenksel De Stoet wilde Roosen de rouwstoet terug de stad in brengen. In Katrien van Beurden, artistiek leider van het internationale spelerscollectief Troupe Courage, vond ze ‘de gedroomde regisseuse’ om die wens in vervulling te laten gaan.

‘Ik wilde ruimte creëren voor iemand om na te denken over een sterfproces. Over hoe we op een liefdevolle manier het sterven kunnen beleven, zoals George en ik deden bij Het sterven is begonnen. Toen kwam Katrien met het geniale idee om haar eigen George te betrekken bij het project: Sacha.’

Acteur en theatermaker Sacha Muller, de theaterkompaan van Van Beurden, leeft met een ongeneeslijke ziekte. Tijdens De Stoet zal hij met een bont gezelschap van acteurs, zangers, musici en publiek door de straten van Amsterdam Nieuw-West wandelen, om vervolgens door hen in een kerk te worden uitgezwaaid, het leven uit.

Roosen: ‘Ik heb van mijn Arabische, Koerdische en Marokkaanse vrienden geleerd hoe klein in Nederland over de dood wordt gedacht. Toen Lady Di stierf, klonk er her en der kritiek dat iedereen in tranen was. ‘Alsof we haar allemaal persoonlijk kenden’, klinkt het dan schamper. Wat een flauwekul! Dat is juist precies wat ik wil bereiken met die stoet; dat we samen rouwen.

‘Vroeger in mijn dorp gingen alle voordeuren open als er een rouwstoet voorbij trok. Ik weet nog dat ik aan de hand werd meegenomen door de weduwe van de overleden bakker. Omdat ze wist dat mijn kat dood was. Ik zal dat nooit vergeten. Dat die hand mijn kinderhand pakte, en dat ik meteen begon te huilen. Een volwassene, met haar eigen rouw, die begrijpt dat een kind moet huilen omdat haar poes kapot is.’

Ben je al bezig met je eigen afscheid?

‘Hugo (Borst, red.) en ik hebben net de opnamen van het vijfde deel van onze serie over dementie achter de rug, die komt na de zomer uit. Daarin vragen we naar de euthanasiewens van onze gast, en staan we ook stil bij onze eigen afscheidswensen. Hugo wil liever om half twaalf het leven verlaten dan om vijf voor twaalf. Ik zou wel willen sterven in Joep van Lieshouts kunstwerk Wombhouse – een soort baarmoeder op pootjes. Met goede muziek en een zachte dosering xtc.

‘We begonnen de serie allebei met de askoker van onze moeder in de hand. Hugo en zijn broer hadden de wens die as uit te strooien op het voetbalveldje, en ik en mijn zus zouden mijn moeder bijzetten in het graf van mijn vader, zoals mijn moeder had gewild. We hebben het allebei nog niet gedaan.’

Hoe kan dat?

‘Exact. Ik vind dat zo geestig. Want het is niet uit onwil. Ik denk dat mijn zus en ik toch nog hechten aan het ritueel van die urn om de zoveel tijd onderling uitwisselen. Maar goed, deze zomer gaat het gebeuren. De tijd is rijp, zoals ze dat zeggen.’

Hebben jij en je zus de dood van jullie moeder anders ervaren?

‘Ja. Mijn zus en ik verschillen nogal. Ik was qua temperament meer de spiegeling van mijn moeder, mijn zus had de rust en sereniteit van mijn vader. Daarom hebben we dat gewelddadige van mijn moeder allebei op een andere manier ervaren. Onze pijn lag ergens anders.

‘Tijdens het sterfproces van mijn moeder was ik mantelzorger. De laatste week voor ze stierf woonde ik bij haar in het verzorgingshuis, sliep ik op een matrasje naast haar bed. Die trok ik dan als we gingen slapen onder haar bed vandaan. We wisten dat ze ging sterven, en toen kwam de vraag natuurlijk: welke foto moet er op de kaart, wat moet er nog gezegd worden? Dat soort dingen. En toen zei ik tegen mijn zus: wat als we nou eens niemand uitnodigen?’

Haha, sorry.

‘Ja! Ja, dat is een hele leuke reactie van jou. Want zo ontstond dat ook in mij. Het was niet zo dat ik iemand wilde buitensluiten, maar dat kwam vanuit de vraag: welk afscheid past bij dit leven? En je kunt het maar één keer doen hè, zo’n dag.

‘Dus toen stelde ik aan mijn zus Marie-Colette voor: we doen later wel een mooie, goede afscheidsreceptie, maar wij met z’n drieën, en dan bedoel ik inclusief mijn moeder, wij pakken die dag. Dan schrijf jij een speech over hoe jij mij als kind hebt gezien in het kwartet van ons gezin, en ik over jou. Hoe ben jij, mijn zus, beschadigd en liefgehad door die moeder van ons?’

Wat vond je zus van dat idee?

‘Ze vond het wel even moeilijk dat we het ook zonder onze partners zouden doen. Dus toen bedachten we: de mannen gaan samen koken, en dan eten we ’s avonds met z’n vieren. Nou, dat was helemaal te gék natuurlijk!

‘Wat ook zo leuk was die dag: door een personeelstekort, bleek achteraf, mochten we niet met onze moeder de crematieruimte in, waar ze de oven in zou gaan. Dat kon ik niet accepteren. Ik zei tegen de mensen van het crematorium: We willen erbij, van begin tot eind. Ik zal mijn vingers branden, zo dicht wil ik erop.’

Roosen staat inmiddels naast haar stoel. ‘Nou, dat mocht niet. Dus ik zei tegen Marie-Colette: ‘Jij wacht hier, ik ga twee koffie halen.’ Ik kom terug met die koffie, en mijn zus en ik gaan zitten op de grond, voor die dichte deur van de crematieruimte, met mam in de kist tussen ons in. En dan wachten.’

Ze zit inmiddels op de vloer van het café, om de scène uit te beelden, met de interviewer naast haar. ‘De medewerker van het crematorium zei natuurlijk, heel begrijpelijk, maar ook heel suf: ‘U moet echt weg, want anders haal ik de manager.’ Dus ik: ‘Nou graag! Wij gaan niet weg, wij blijven hier overnachten als het moet.’ Goed, die manager komt, en uiteindelijk gaat die deur natuurlijk open. Ik heb het vuur aangeraakt.’

Dan, opeens: ‘Mag ik even een sigaret roken?’

Buiten, tijdens het roken, vraagt een meneer of hij zijn auto kan parkeren op het Leidseplein. Roosen, die de hele stad doorkruist op haar fiets en ‘al heel veel bonnen heeft gepakt’, waarschuwt de man: ‘Doe het niet, want je bent er loeiend bij als ze komen.’

De ontmoeting staat centraal in al jouw werk, zijn er mensen van wie je denkt: met hen heeft een ontmoeting geen zin?

‘Ik ben iemand die altijd het experiment aangaat. Mijn scheikundeleraar zei, en dat vond ik zo mooi: ‘Een experiment kan niet mislukken.’ Nou, dat was een openbaring. Het voelde alsof een wolk werd doorkliefd door een gigantische zonnestraal. Het was echt: fuck!

‘Er was ineens een wereld waarin ‘de fout’ niet bestond. Waarin al die normen die ik als kind kreeg opgelegd, even wegvielen. Je gooit twee stoffen bij elkaar, je denkt: het wordt groen, maar het wordt lichtblauw. Wauw! Wat een uitkomst! Anders dan je dacht, maar nu weet je iets nieuws! Die twee stoffen bij elkaar maken lichtblauw! Een experiment kan niet mislukken. Die overtuiging past heel erg bij mijn kunstenaarschap.’

Zou een voorstelling met de rechts-extremisten die protesteren tegen de komst van een azc een experiment zijn dat je wil uitvoeren?

‘Ik denk dat ik me overal op kan richten als het me grijpt. Het extremisme in wat dan ook schrikt mij niet af. Ik maakte ooit een voorstelling over eerwraak, samen met de moslimgemeenschap, waarvoor ik tien daders in gevangenissen heb mogen interviewen. Dan ontdek je dat het een palet is: aan de ene kant iemand die in de drugsmaffia zat, en aan de andere kant een jonge jongen die onder druk is gezet en dit helemaal niet heeft gewild, en bij wie na vijf minuten de tranen uit zijn ogen lekten. En bij mij dus ook.’

Hoe hou je jezelf staande in zo’n gesprek?

‘Misschien door het simpele feit dat ik mezelf niet staande hoefde te houden. Ik weet dat ik aanwezig blijf, ook als ik naar mijn kwetsbaarheid beweeg. Ik val niet om als ik met hem zit te huilen.’

Maar in hoeverre zou verbinding met deze azc-demonstranten mogelijk zijn?

‘Er is veel mogelijk als je iemand aan de hand een verhaal in neemt. Hen vraagt: ben je weleens in een azc geweest? Heb je die vluchteling weleens ontmoet? Ken je het verhaal van deze Syriër? Die extremisten, zoals jij ze noemt, zullen natuurlijk bokkig blijven antwoorden, maar daar haak ik niet op af. Ik wil met iemand resoneren op zijn of haar mens-zijn, en dat zit veel dieper dan dat schreeuwen aan de buitenkant. Vaak komen mensen dan uit bij: nou, godverdomme, zo heb ik het nog nooit bekeken.’

Zou er ook meer verbinding moeten zijn tussen wat jij doet en de politiek?

‘In ieder geval zou de politiek meer samen op moeten trekken met de kunst, ja. Ik vind het in de Nederlandse taal zo mooi dat het woord ‘voorstelling’ het woord ‘voorstel’ in zich draagt. Want zo voel ik het ook: wij kunstenaars doen een voorstel aan de samenleving. Dat is een verantwoordelijkheid, in de leuke zin van het woord, en komt overeen met wat politici doen.’

Ik vroeg aan een aantal mensen die dicht bij je staan: wat gun je Adelheid nog? Daar kwam een eenduidig antwoord op: een man.

‘Ha! Mijn collega’s zeggen ook altijd: ‘A, ga nou toch een beetje flirten.’ Maar dat doe ik al. Ik heb echt wel een erotische flow in mijn leven. Een tijd terug hebben mijn collega’s ook een datingapp geïnstalleerd op mijn telefoon. Toen zei ik: jongens, dat kan ik helemaal niet. Na drie keer swipen wist ik dat dat hem niet ging worden.

‘Een poos later was ik de uitnodigingsmail aan het tikken voor de verjaardagslunch die ik elk jaar voor mijn vriendinnen organiseer. En toen dacht ik: hoe leuk als iedereen mij dit jaar een date cadeau doet. Niet met de druk dat het de ware moet zijn, gewoon een leuke buurman is al goed. Dat was 30 juni vorig jaar, en een van die cadeaus heb ik nu sinds februari al een stuk of vijftien keer ontmoet.’

En hoe gaat dat?

‘Ik ben dat gesprek met hem begonnen door uit te leggen dat ik graag een experiment wilde. Ik wilde wat Rilke op zijn mooist schreef: dat je de ander blijft zien tegen zijn eigen horizon, als iemand met een eigen geschiedenis en daaruit voortkomende pijn. En dat ik zelfs, dat schrijft Rilke ook zo mooi, verantwoordelijk ben dat ik jou met een zekere regelmaat liefdevol terugkantel naar je eigen isolement. Ik acht ons nu op een leeftijd waarop we genoeg zelfreflectie hebben ontwikkeld om niet onze pijn te projecteren op de ander. Zo houden we elkaar héél.

‘Ik wil je iets voorlezen dat hier eigenlijk perfect bij past.’ Ze opent haar laptop. ‘Dit las ik ergens, niet zo lang geleden, en heb ik dus ook naar deze leuke man gestuurd: ‘Every relationship is an interaction between two nervous systems and two inner childs, quietly negotiating whether it is safe to stay.’ Dat was helemaal raak voor mij. Mijn verlangen om een nieuwe man te ontmoeten komt voort uit de wens om mijn innerlijke kind verder te kunnen helen, in een liefdevolle relatie.’

Als er zo’n duidelijk vertrekpunt ligt, is er dan nog wel ruimte voor verliefdheid?

‘Je moet natuurlijk wel op elkaar vallen, ja. Maar het ging me er vooral om dat we samen bereid zijn te kijken naar onze eigen pijn en ons eigen gedrag.’

Staat al te veel reflecteren een startende liefde niet in de weg?

‘Het is wel iets waarin je moet balanceren. Kijk, voor hem heeft het gesprek ook wel een einde, van: nou, tot hier, en nu wil ik even een rondje rijden met de auto, bij wijze van spreken. Maar ik ben echt gemaakt voor de dialoog. Bij mij gaat er dan iets open. Bijvoorbeeld bij die gesprekken met die daders in de gevangenis, dan heb ik niet na twee uur zoiets van: ik ben moe, ik ga maar eens. Met af en toe een plaspauze kan ik in een gesprek wonen.’

Heb je een idee over hoe de toekomst met deze man eruit gaat zien?

‘O, nee, gek genoeg heb ik nooit een goed beeld van de toekomst, nooit gehad. Ik vind dat ook moeilijk als ik een nieuw theaterseizoen moet plannen, dat voelt toch altijd een beetje geforceerd. Uit dit liefdesexperiment zal als vanzelf weer een nieuw werk vloeien.

‘Ik gebruik al mijn leven lang het werkwoord ontvouwen: de toekomst moet zich ontvouwen. Zo voelt dat echt. Het is als een bloem. Pas als de buitenste bladeren vallen, zie ik de knop daarna. De intimiteit met deze man was simpelweg het volgende bloemblad in mij.’

Styling: Olivier Jehee / House of Orange
Visagie: Sandra Govers / Frank Agency

30 juni 1958 Geboren in Teteringen, verhuist op jonge leeftijd naar Ulft.

1962-1968 Nonnenklooster Ulft.

1978-1982 Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar.

1982-1987 Lid van cabaretgroep Purper.

1986-heden Docent aan de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie.

1986-1987 Vara’s Nachtshow.

1990 Prosceniumprijs voor voorstelling Tergend langzaam wakker worden.

1997 Gouden Kalf voor Beste actrice, in Broos.

1998-2006 Bedenkt, schrijft en regisseert theaterdrieluik Vijf op je ogen, Gesluierde Monologen en Is.Man.

2001 Voorstelling De Vagina Monologen.

2009 Amsterdamprijs voor de Kunst.

2009 Documentaire Mam.

2011 Eerste WijkSafari in Amsterdam.

2012 Prosceniumprijs als artistiek leider van eigen stichting Female Economy en Zina.

2015 Dr. J. P. van Praagprijs van het Humanistisch Verbond.

2016 Lid van de Akademie van Kunsten.

2017 Gilder/Coigney International Theatre Award.

2018 Serie met Hugo Borst In de Leeuwenhoek, over alzheimer.

2018 Voorstelling Thuislozen.

2021 Voorstelling Rijsen & Rooxman, Dedikkemuiz & Sjors.

2021 Film Doula’s van de stad.

2023 De Cultuurfondsprijs.

2024 Voorstelling Het sterven is begonnen.

2025 Voorstelling Tot het is wat het moet zijn.

2026 Voorstelling De Stoet i.s.m Troupe Courage, Capella Amsterdam en Calefax rietkwintet.

Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next