Opleidingsland Nederland zal zondagavond ‘de rekening gepresenteerd krijgen van de stormachtige ontwikkeling van het Japanse voetbal’, voorspellen kenners. ‘De cultuur in Japan is: leren, absorberen, perfectioneren.’
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Daar stond ineens een Japanse profvoetballer voor de deur, de eerste die ooit in Nederland speelde. Het was 1982, Gerald Smith was 14 jaar en vond het maar wat spannend. Tatsuya Mochizuki heette hij, HFC Haarlem had hem net aangetrokken. Smiths Japanse moeder gaf de 19-jarige voetbalpionier Japans eten, zette een Japanse film op en sprak met hem in zijn eigen taal.
Mochizuki was eerder al warm opgevangen door de familie Struis, maar daar spraken ze geen Japans en de eerste Haarlemse sushitent zou nog decennia op zich laten wachten.
De nu 63-jarige Mochizuki koestert mooie herinneringen aan Nederland. Hij leerde hoe voetbal in Europa gespeeld wordt en nam zijn lessen en ervaringen mee naar Japan. Daar is hij momenteel hoofd opleiding bij Kawasaki Frontale.
Zondag is het Nederland - Japan in Dallas. Nederland gaat het zwaar krijgen, denkt niet alleen Gerald Smith, die in Japan werkte en (commercieel) bestuurder was bij onder meer NOCNSF en AZ. Momenteel adviseert hij de voorzitter van de J League en is hij met enkele Japanse investeerders betrokken bij MVV Maastricht.
Ook volgens Sef Vergoossen, voormalig trainer van de Japanse club Nagoya Grampus, gaat Nederland ‘de rekening gepresenteerd krijgen van de stormachtige ontwikkeling van het Japanse voetbal’.
Daar heeft Nederland zelf aan bijgedragen, meent Smith, onder meer via Mochizuki en diens vele navolgers in de eredivisie. ‘De cultuur in Japan is: leren, absorberen, perfectioneren. Dat zie je in het bedrijfsleven ook, eigenlijk op elk terrein. Een Japanse sushichef zal zichzelf continu bijspijkeren.’
Internationaal uitgebrachte videobanden van de Nederlandse voetbaltrainer Wiel Coerver, met daarop allerhande voetbaltips, hadden veel invloed op de technische ontwikkeling in het land. Smith: ‘Die werden in Japan met belangstelling bestudeerd. Daarom zijn ze technisch zo behendig.’
Ajax doet momenteel een duit in het zakje, door een samenwerkingsverband met Gamba Osaka; dat krijgt daardoor toegang tot de trainingsmethodieken van Ajax.
En onder de Nederlandse bondscoach Hans Ooft won Japan voor het eerst het Aziatisch kampioenschap, in 1992. Smith: ‘Hij liet ze in zichzelf geloven.’
Gerald Vanenburg was in de jaren negentig populair als spelmaker van Júbilo Iwata. Maar de omgekeerde weg werd lange tijd nauwelijks bewandeld. Pas in 2001 streek de tweede Japanse speler in Nederland neer: Shinji Ono, die met Feyenoord direct de Uefa Cup won en zo de eredivisie populair maakte in Japan.
Maar liefst 32 Japanse spelers maakten er inmiddels de oversteek. Afgelopen seizoen stonden er negen onder contract bij een Nederlandse club, en tijdens de wedstrijd Feyenoord - NEC (die werd beslist door WK-ganger Kento Shiogai) stonden er in november vijf op het veld.
In topcompetities gaat het om presteren. Maar in Nederland gaat het er ook om spelers te ontwikkelen en ze daarna te verkopen. Smith: ‘Nederland wordt gezien als een ideale springplank. Het is er veilig, iedereen spreekt Engels en wil je helpen. En ze helpen er nu elkaar.’
Het zelfbewustzijn van de Japanse spelers is gegroeid, ziet Vergoossen, die VVV tipte de latere topspelers Keisuke Honda en Maya Yoshida naar Venlo te halen. Niet lang geleden was dat nog een verbeterpunt. Hij wijst op de wedstrijd België - Japan op het WK van 2018. Japan kwam met 2-0 voor en kreeg meerdere kansen om het af te maken.
‘Maar ik wist: een Japanse speler die alleen voor de keeper komt, kijkt altijd eerst of er iemand anders beter voorstaat. Ze misten die kansen, België kwam nog terug en won.’
Het zat hem ook in de eigen competitie: ‘Daar mocht je lange tijd maar twee buitenlanders hebben, en dat waren vaak Braziliaanse spitsen aan wie de Japanse spelers de bal gaven. Ze waren te bescheiden. Dat is verbeterd nu ze bijna allemaal al jong naar het buitenland gaan.’
Er is ook iets afgezworen, ziet Vergoossen. ‘Toen ik er twintig jaar geleden was, was winnen alleen niet voldoende. Je moest winnen én moe zijn, want hard werken zat in de cultuur. Daardoor werden er veel fouten gemaakt die ze dan weer probeerden te herstellen. Het was leuk om naar te kijken, maar ineffectief. Ze werkten té hard. Japan speelde altijd in het hoogste tempo.’
De kwaliteit, de volwassenheid en het tactisch vermogen zijn vooruitgegaan onder de huidige bondscoach Hajime Moriyasu, die zijn ploeg al sinds 2018 aan het polijsten is.
Waarschijnlijk speelt Feyenoorder en eredivisietopscorer Ayase Ueda zondagavond tegen Nederland, terwijl Koki Ogawa, reservespits van NEC, ook kans maakt op speeltijd, net als eredivisiespelers Ko Itakura (Ajax), Takehiro Tomiyasu (gehuurd door Ajax) en Tsuyoshi Watanabe (Feyenoord).
De geblesseerde Kaoru Mitoma van Brighton & Hove Albion en aanvoerder Wataru Endo van Liverpool worden node gemist. Toch wordt Japan dit WK gezien als een gevaarlijke outsider, mede door de winst op Brazilië en Engeland in recente oefeninterlands. Bovendien wist het land op het vorige WK al te verrassen, met overwinningen op Spanje en Duitsland.
‘Er is zelfvertrouwen, maar we zijn nog steeds nederig en gretig’, aldus NEC-speler Kodai Sano, wiens broer Kaishu deel uitmaakt van de Japanse WK-selectie. Zelf viel hij daarvoor op het laatste moment af. ‘We hebben van grote landen gewonnen en hebben spelers die in grote voetballanden zoals Engeland, Spanje, Duitsland, Frankrijk en Nederland spelen.’
Ook Sano denkt dat het voor Japan mogelijk is om Nederland te verslaan. ‘Het wordt een zware wedstrijd. Nederland heeft veel individuele kwaliteit, Japan is een team. Onze kans is: mentaliteit, mentaliteit, mentaliteit.’
Het wordt heet in Dallas. ‘Dat is een klein voordeel voor ons. Japanse spelers kunnen door een muur gaan, als dat moet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant