Home

De ontwerper van de bamboeschoen, de Woody-klomp en de sleehaksneaker wist van geen ophouden

Jan Jansen (1941-2026), beroemd om zijn fantasierijke ontwerpen vol lef en vakmanschap, groeide uit tot een internationaal gevierde schoenontwerper die ook nog eens lekker zaten. Hij wist zelfs na zijn 80ste niet van ophouden.

Dat de meeste Nederlanders bij het horen van zijn naam aan Jan Janssen, de wielrenner, denken, heeft beslist niet aan Jan Jansen, de schoenontwerper, gelegen. Nooit was hij te belabberd om een interview te geven, op de foto te gaan of zijn creaties te verklaren. Drie maanden geleden liet hij zich met zijn grote liefde en muze Tonny Polman interviewen voor het tv-programma BinnensteBuiten.

Vol trots toonde het in kleurige designerkleding gestoken stel hun appartement vol schoenen, hoeden en stoelen in het Amsterdamse Ramses Shaffyhuis. Afgelopen woensdag overleed Jan in het bijzijn van zijn dierbaren aan de gevolgen van kanker.

Vijf jaar geleden wijdde Museum Jan in Amstelveen nog een retrospectief aan zijn werk: Op de leest van Jan Jansen, ter ere van zijn 80ste verjaardag en zijn 60-jarig jubileum als schoenontwerper. De journalisten die hij toen kwiek te woord stond, troffen geen man die op zijn lauweren wilde rusten. Integendeel. Hij werkte aan een comeback, alsof hij nog maar halverwege zijn carrière was. Vooruit, zijn winkels waren al lang en breed dicht, corona had zijn productie lamgelegd, maar hij zat allerminst stil. ‘Ik heb nog altijd meer ideeën in mijn hoofd dan ik uit kan voeren’, zei hij, popelend van werklust.

Schoenmakersvakschool

Jansen werd in oorlogsjaar 1941 op 6 mei geboren in Nijmegen, als zoon van een verkoopleider van schoenenfabriek Nimco. Jansen junior wilde schoenen gaan ontwerpen, een plan B had hij niet. Hij werd opgeleid aan de kunstacademie in Eindhoven en de schoenmakersvakschool in Waalwijk. Daarna vertrok hij voor een half jaar naar Rome om het vak nog beter in de vingers te krijgen. Italiaans had hij vooraf al geleerd, bij de nonnen in Vught, want, zo zei hij: ‘Discussiëren over leer en schoenen kun je niet via een tolk.’

Het was pure mazzel dat Dior, nota bene tijdens zijn huwelijksreis met Tonny in 1964, een ontwerp van hem oppikte. Hij kreeg er geen rooie cent voor, maar het leverde hem wel werk op. Hij ontwierp jarenlang anoniem voor Franse schoenenmerken, tot hij besloot terug te keren naar Nederland om daar naam te maken: zijn eigen.

In 1968 opende hij zijn eerste winkel; vijf jaar later ontwierp hij de vernuftige, op een rotanstoeltje geïnspireerde bamboeschoen die hem wereldberoemd zou maken. Andere grote hits waren de high heeled sneaker met sleehak, de Woody-klomp en Zippy, de mannenschoen met een schuine rits.

Copycats

Met de roem kwamen helaas ook de copycats. In 2005 won hij een rechtszaak tegen Armani, dat zijn Tutti Piedi-geplooide schoen uit één stuk leer uit 1981 schaamteloos had nageaapt; de kopie die Prada in 2006 van zijn bamboeschoen maakte, bleef onbestraft.

Jansens belangrijkste werktuigen waren zijn intuïtie, zijn handen en zijn ogen. Een nagelnieuw ontwerp zette hij eerst een poosje op zijn televisie, om zijn bouwwerkje van een afstand uitgebreid te bestuderen. Klopte de balans? Moest de hak iets naar voren, of juist rechter?

Zelf zei hij daarover: ‘Bij het vormen van de leest nemen de handen het over van de ogen. Ik kan er eindeloos aan schaven, vijlen en schuren. Een van mijn ontwerpen heeft een zweefhak, er zit niets onder de hak van de voet, maar je steunt op een verlenging van de voorzool die doorloopt onder de boog van de voet. Een klant van mij die normaal gesproken alleen op platte schoenen liep, kon hier zelfs mee naar de tram rennen. Een orthopeed die ze zag zei: ‘De maker hiervan heeft echt verstand van orthopedie.’ Dat heb ik helemaal niet, maar ik heb wel heel veel ervaring.’

Bijna uitgestorven vakmanschap

In zijn 85 jaar op aarde heeft Jansen zich geprofileerd als ontwerper met lef, humor, ausdauer en een bijna uitgestorven vakmanschap. Iemand die het spreekwoord ‘schoenmaker, blijf bij je leest’ héél letterlijk nam. Tot op het laatst omringde hij zich met zijn geliefde schoenmallen. Het geheim van pumps die niet alleen mooi ogen maar ook lekker zitten, wist hij, zit in die leest.

Waar vakbroeders als Christian Louboutin en Manolo Blahnik extreem hooggehakte pumps ontwerpen die zó knellen dat sommige vrouwen een kleineteenamputatie moeten ondergaan om erin te passen, daar was Jansen gul en schappelijk. Zijn hakken waren nooit hoger dan 9,5 centimeter, zijn leesten waren breder en dus comfortabeler. Hij wist, omdat al zijn prototypes voor vrouwenschoenen werden proefgedragen door Tonny: ‘Als de hakken anatomisch te hoog zijn, gaan de knieën knikken, dat loopt niet mooi.’

Internationaal werd Jansen misschien wel meer gelauwerd dan in Nederland. In Japan werd hij op handen gedragen: hij exposeerde er, gaf les aan de Bunka Academy en verscheen er geregeld op televisie. Zelf droeg hij graag Japanse ontwerpen, omwille van de combinatie van eenvoud en inventiviteit.

De laatste jaren waren niet makkelijk. De pandemie gooide zijn praktijk stil, samenwerkingen vielen weg. Voor iemand die gewend was met zijn handen te werken, was dat wennen. Hij schreef zijn memoires, vertaalde liedteksten, maar schoenen maken was het enige wat hem echt kon boeien. Dat hij uiteindelijk weer een zakenpartner vond om een doorstart te maken, paste precies bij hem: opgeven was simpelweg geen optie.

‘Een van mijn klanten ging op mijn schoenen met uitgespaarde hartjes in de zool in Wenen naar de opera. Op de trappen werd ze nagelopen door een man die die hartjes zag en riep: ‘Darf ich ihre Füße küssen?’ Is dat niet enig?’

Jan Jansens werk werd veelvuldig getoond in Nederlandse musea. Driemaal had hij een solotentoonstelling, in 1974 in Utrecht, in 2002 in Den Haag en in 2021 in Amstelveen.

Jan als muze: in 2006 maakte Kitty Kooring een documentaire over Jansen, in 2012 schreef Lisa Goudsmit een masterscriptie over Jansens fameuze bamboeschoen, die in 2013 verscheen als monografie bij nai010 uitgevers.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next