Home

Teder beschrijft Hervé Guibert in ‘Gek van Vincent’ een waanzinnige liefde

De literaire wereld van Hervé Guibert (1955-1991) is doortrokken van homoseksualiteit, ziekte en dood. Het onlangs vertaalde Gek van Vincent gaat over een obsessieve liefde – en die loopt niet goed af.

Valt de liefde ooit echt in woorden te vangen? Als je gek van iemand bent, zoals in het onlangs door Kiki Coumans vertaalde Gek van Vincent van Hervé Guibert, kun je die gevoelens in taal vatten?

‘Als vergiftigd door dit geluk’, lezen we ergens halverwege het boek, ‘onmogelijk dat te verenigen met het alledaagse leven, het niet willen reconstrueren, maar hem terugzien, hem!’

En: ‘Als hij me op zijn minst de gelegenheid zou geven hem te overstelpen met de liefde die ik in me heb, dan zou ik me wel redden in deze wereld!’

Vincent is dan al dood. Op de eerste pagina van deze korte roman – novelle – sterft hij. De eerste zin: ‘In de nacht van 25 op 26 november viel Vincent van drie hoog terwijl hij parachute probeerde te springen met een badjas. Hij had een liter tequila gedronken, Congolese wiet gerookt en cocaïne gesnoven.’

In eerste instantie overleeft hij de val op wonderbaarlijke wijze, maar een paar dagen later overlijdt hij alsnog. Een gescheurde milt.

Het is 1988. Vincents dood is aanleiding voor de hoofdpersoon, een ik-figuur die in de romans van Hervé Guibert altijd Guibert zelf is, hun relatie te overdenken. Gek van Vincent is daarbij omgekeerd chronologisch: het boek begint in 1988 en eindigt in 1982. Hun liefde, als dat het is, wordt steeds kleiner en priller, tot ze als een omgekeerde vonk verdwijnt.

Gek van Vincent is een openhartig en rauw werk, een boek dat gemakkelijk transgressief of schokkend genoemd kan worden. Vincent heeft ook een vriendin met wie hij seks heeft. Van consent hebben ze niet gehoord, of ze hebben er lak aan. Er worden allerhande drugs gespoten en gesnoven.

‘Als ik naar de ader kijk die over mijn rechterarm loopt, heb ik zin er voor zijn ogen een gat in te maken met de fijne schuine kant van een injectienaald’, schrijft de hoofdpersoon.

En kort daarna: ‘Hij vertelt me walgelijke dingen: in het Afrikaanse restaurant waar hij zijn avonden doorbrengt hebben de meeste jongens aids, in de keuken neuken ze arme uitgehongerde meisjes zonder condoom in ruil voor een stuk gegrilde haai uit de vriezer.’

Hiv-positief

De literaire wereld van Hervé Guibert (1955-1991) is doortrokken van aids. Ook in deze roman zijn beide mannen hiv-positief. In de Franse letteren heeft Guibert het vandaag zo populaire genre van autofictie mede vormgegeven door zijn persoonlijke en autobiografische romans over homoseksualiteit, ziekte en dood.

Zijn meest bekende roman, À l’ami qui ne m’a pas sauvé la vie (Voor de vriend die naliet mij het leven te redden, 1990), is een schrijnend relaas van een man die houvast probeert te vinden terwijl hij zieker wordt, vrienden overlijden en de wereld uit z’n handen glipt. De roman werd kort na verschijnen naar het Nederlands vertaald, maar is jammer genoeg allang niet meer in druk.

Waar die latere roman geheel in het teken staat van aids en de angst die het ziek-zijn heeft op de hoofdpersoon, staat in Gek van Vincent een homoseksuele amour fou centraal. ‘Misschien liggen er nog veel van die gelukkige momenten voor me?’, mijmert Guibert in 1988, na een nacht uitgaan. En: ‘Schrijven over hem is een laven.’

Vincents dood is nog ver weg, hun beider ziekte minder belangrijk. Wat resteert, of wat dus eigenlijk voorafgaat aan die dood, is de roes van hun omgang.

Obsessie

Guibert registreert, hij verklaart niets. Dat maakt de vraag wat er gaande is tussen hem en Vincent des te prangender. Wat is hier aan de hand? Is dit liefde? Of is dit obsessie? Welke angst wordt onder controle gebracht door de seks en de drugs? Soms lijkt Guibert zelf ook te twijfelen aan de liefde, of in ieder geval aan liefde die niet buiten de lijntjes kleurt: ‘Obsessie (altijd de penis van Vincent, als een gekte, als een fictie).’ Het is dan 1986.

Toch vinden ze elkaar leuk en noemt Guibert de omgang met Vincent liefde. Wie bij het einde aankomt, moet wel ontroerd zijn door de tederheid en genegenheid waaruit de relatie tussen de twee mannen groeit: ‘Ik aai zijn blote voeten terwijl hij mij tekent.’ Hun liefde is onwerkelijk voor Guibert, maar in de korte fragmenten waaruit dit boek is opgebouwd toch nog altijd ontzettend echt.

Hervé Guibert: Gek van Vincent. Uit het Frans vertaald door Kiki Coumans. Vleugels; 72 pagina’s; € 23,95.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next