Home

Wat is waargebeurd in de boeken van Valeria Luiselli? Die vraag vindt ze zelf niet zo interessant

Valeria Luiselli’s boeken vatten in een elevatorpitch? Een onmogelijke taak, haar werk laat zich amper samenvatten. Ook in Begin midden einde is de Mexicaanse wars van genreconventies, en dan met name die van de autofictie. Want ‘waargebeurd’, wat doet dat er in godsnaam toe?

Een moeder en dochter strijken neer in Sicilië na een tumultueuze periode. De moeder, een schrijver van enige internationale bekendheid, probeert weer op te krabbelen na een pijnlijke scheiding en zoekt naar een ‘nieuw begin’ voor haar en haar puberdochter.

Sicilië is het snikhete en kurkdroge decor (halverwege het boek breekt er een allesverterende bosbrand uit) waar de schrijver haar leven en de relatie met haar dementerende moeder overdenkt en de pijn van een gebroken gezinsleven bij haar dochter probeert te verzachten.

Daarboven hangt de geest van een inmiddels overleden (over)grootmoeder, boerendochter van het Siciliaanse platteland, die tegen het einde van haar leven geestelijk desintegreerde – een schrikbeeld voor de verteller.

Ook scheert de roman langs vragen over de afbraak van ons milieu, migratie (moeder en dochter lopen langs tentenkampen van gestrande vluchtelingen, langs xenofobe posters) en vrouwelijke familierelaties.

Tot zover de belangrijkste kenmerken van Begin midden einde, de langverwachte nieuwe roman van de Mexicaanse schrijfster Valeria Luiselli.

Griekse klassiekers

Lastiger wordt het om te beschrijven met wat voor literair materiaal de verteller haar verhaal aankleedt.

De roman is essayistisch, neemt de ruimte voor melancholische bespiegelingen over herinneringen, gebruikt Griekse klassiekers om grip te krijgen op het vaak verwarrende leven, het ‘vormloze, modderige midden’ waarin we blijven vastzitten.

Het boek sluit af met een verzameling polaroids, ansichtkaarten en een link naar een soundscape waarin geluiden van de Siciliaanse natuur (golfslagen van de zee, de regen) zijn gevangen.

Begin midden einde is een roman, kortom, die je niet makkelijk tot een elevatorpitch kunt terugbrengen.

Luiselli (1983, Mexico-Stad) zou dat zelf evenmin kunnen, vertelde ze eind april in een interview met de Spaanse krant El País. De schrijver liet daarin weten dat ze nog steeds niet weet ‘waar haar nieuwe roman over gaat’. ‘Ik zal het begrijpen zodra ik erover praat met andere mensen.’

In een gesprek met de Volkskrant, afgenomen via een videobelverbinding, vertelt Luiselli vanuit New York dat ze nog altijd niet weet wat het onderwerp van haar roman is, maar misschien is dat ook niet de juiste vraag om te stellen.

‘Ik heb zes jaar over dit boek gedaan. Al die tijd vroeg ik mijzelf ook af: waar gaat dit verhaal over? Maar ik kwam er nooit uit en raakte erdoor gefrustreerd. Totdat ik dacht: misschien is dit niet wat ik me moet afvragen. Het is een boek dat aan heel veel thema’s raakt: moederschap, geheugen en verbeelding, de staat van onze planeet, migratie. Maar het is niet noodzakelijkerwijs waar het boek over gaat.’

Maar dit zijn dan toch wel de thema’s waar de roman om draait?

‘Ja, die thema’s komen er in voorbij. Maar de kern van het boek is de vraag: hoe geven we betekenis aan tijd, met name onze huidige tijd. Er is het collectieve gevoel dat de tijd ons uit de handen glipt, dat we aan het einde zijn beland van een tijdperk vanwege de ecologische en politieke uitdagingen waarvoor we staan. We denken daardoor dieper na over het verstrijken van tijd. Dat is denk ik de onderliggende basis van de roman.’

Een ander houvast in de roman zijn de Griekse mythen. De verteller en haar puberdochter grijpen de verhalen aan om helderheid te krijgen over hun tijd en leven.

‘Ik ben niet geïnteresseerd in deze klassiekers vanwege hun canonieke status. Ik ben geïnteresseerd in oude bronnen omdat die een grotendeels onbekende wereld voor het eerst hebben waargenomen.

‘Dat spreekt mij aan omdat ik denk dat we in een tijd leven waarin er een grote, onbekende wereld voor ons ligt. We moeten opnieuw leren zien, horen en beschouwen. En elke keer dat ik in gesprek ben met deze vroege waarnemers, voel ik mij op de een of andere manier meer thuis in de wereld, besef ik dat ik beter kan observeren, helderder kan denken en geduldiger en scherper ben.’

Luiselli is een internationaal gewaardeerde schrijver, met name onder een jong lezerspubliek dat gecharmeerd is van de mix aan maatschappelijk en persoonlijk engagement en literaire vernieuwing in haar werk.

De schrijver debuteerde in 2012 met de essaybundel Valse papieren, over reizen door verschillende wereldsteden. Die werd opgevolgd met de geprezen romans De gewichtlozen (2014), De geschiedenis van mijn tanden (2015), Archief van verloren kinderen (2019), respectievelijk over de literaire queeste van een jonge moeder naar de Mexicaanse dichter Gilberto Owen, een veilingmeester die tanden verzamelt en een roadnovel over een uiteenvallend gezin.

Tussendoor schreef Luiselli de non-fictiebundel Vertel me het einde (2019), over de behandeling van jonge, alleenstaande migranten uit Centraal-Amerika die vaak berooid en getraumatiseerd in Amerika terechtkomen.

‘Ongrijpbaar’ werd Luiselli’s werk eerder in de Volkskrant genoemd. En: ‘een intrigerend dwaalboek.’ Het zijn kwalificaties die ook op de rest van haar oeuvre van toepassing zijn, in het bijzonder op Begin midden einde.

De schrijver, dochter van een diplomaat en milieuactivist, die een groot deel van haar leven buiten Mexico doorbracht, hanteert in de meeste van haar romans een fragmentarische stijl, met regelmatig een wisseling van register, toon, zelfs verteller.

‘Ik moet de structuur van alles wat ik schrijf heel poreus, luchtig en flexibel laten, zodat het de veranderingen kan opvangen die zich aan mij voordoen. Ik kan niet schrijven in een rigide structuur die geen ruimte biedt voor plotselinge veranderingen.’

Het maakt uw werk ook erg springerig. Het schiet van verhandelingen over Griekse en Latijnse klassiekers naar huis-tuin-en keukendialogen, naar korte natuurbeschrijvingen.

‘Het is in het begin ook best een frustrerende manier van schrijven, omdat het ook voor mij niet direct duidelijk is waarmee ik bezig ben. Maar het werkt omdat ik er vertrouwen in heb dat het geheel uiteindelijk een interne logica zal krijgen.

‘Ik schrijf korte fragmenten, leg een mozaïek. En als ik honderden of zelfs duizenden van zulke korte fragmenten heb geschreven, ga ik nadenken over de structuur, hoe ik het ene fragment kan verbinden aan het andere. En dat is wanneer ik echt heel veel plezier in het schrijven krijg, als ik fragmenten die op het eerste oog mijlenver uit elkaar liggen toch op een bepaalde manier bij elkaar weet te krijgen.’

Met welk idee begon u dit boek?

‘In het begin wilde ik een boek schrijven over valse herinneringen, geheugenverlies, het soms vage onderscheid tussen feit en fictie.

‘Op een dag, dit was in een periode dat ik mijn dochter Griekse mythen voorlas voor het slapengaan, vroeg ze mij: mama, waarom beginnen al die mythen met een scheppingsverhaal waarin eerst alles verscheurd en verwoest wordt? Ik moest haar het antwoord schuldig blijven, maar de vraag bleef mij bij. Zij raakt namelijk ook aan mijn schrijfproces. Soms begin ik aan iets, verlies gaandeweg mijn interesse en word dan in beslag genomen door iets nieuws – ik begin opnieuw door dat waarmee ik bezig was weg te doen, te verscheuren.

‘En vanzelf werd dat een kerngedachte van dit boek: het idee dat een begin kan voortkomen uit iets dat afgebroken is. En dat bracht mij tot vragen als: wat is een nieuw begin eigenlijk, en wat komt daarna? Hoe structureren we ons levensverhaal? En hoe ervaren we tijd, zowel in ons individuele leven als in een bredere, maatschappelijke context?’

U eindigt het boek met een verzameling polaroids van het Italiaanse landschap, ansichtkaarten die de puberdochter aan de grootmoeder schreef en een link naar een soundscape met geluiden van Siciliaanse natuur. Ook in uw andere boeken doet u dat. Waarom is tekst niet genoeg om een verhaal te vertellen?

‘Audio is sinds mijn boek Archief van verloren kinderen, met daarin een rol voor een echtpaar dat werkt als soundscapemakers, onderdeel van mijn schrijfproces geworden. Op Sicilië hebben mijn huidige partner, ook een geluidstechnicus, en ik prachtige geluiden opgenomen van de Siciliaanse natuur. Het is complementair aan elkaar, het geluid versterkt de tekst en omgekeerd.’

Een belangrijk deel van de versplinterde vertelling in Begin midden einde draait om de relatie tussen vrouwen, tussen moeder en dochters, hoe ze elkaar overeind kunnen houden maar ook belasten.

Een mozaïektegel

De verteller, van middelbare leeftijd inmiddels, wordt enerzijds in beslag genomen door zorgen om haar dementerende moeder, en probeert anderzijds de wereld veilig en overzichtelijk te houden voor haar puberdochter. Tegelijkertijd voelt de puberdochter aan dat haar moeder wankelt en gaat daarom volledig op in haar eigen wereldje vol boeken.

Ook stort de puberdochter zich op de herkomst van een mozaïektegel, een familiestuk waarop Proteus is afgebeeld, de Griekse zeegod die de gave heeft om van vorm te veranderen. De mozaïektegel is van de overgrootmoeder, die hem aan het begin van de vorige eeuw heeft gestolen toen zij, vermomd als man, als dagloner werkte bij archeologische opgravingen op Sicilië. Later, nadat de overgrootmoeder naar Mexico emigreerde, verloor ze haar verstand en eindigde in een psychiatrische inrichting.

Voor de puberdochter is de mozaïektegel trots familiebezit en vloek ineen. Het voorwerp zou volgens haar de toekomst kunnen voorspellen. Zowel haar grootmoeder als overgrootmoeder – die door de mozaïektegel zagen dat de toekomst vol verschrikkingen is – zouden daardoor hun geestelijke capaciteiten zijn kwijtgeraakt, als een manier om die visioenen te onderdrukken.

Op een subtiele manier weet Luiselli via deze verhaallijn iets te vertellen over intergenerationeel trauma, onderlinge verbondenheid en angst voor wat de toekomst kan brengen.

Angst als uitgangspunt

‘In de beginfase van het schrijven van dit boek dacht ik veel na over angst. Waarschijnlijk omdat ik toen zelf ook een periode van angst doormaakte in mijn leven, maar ik probeerde er ook vanuit een filosofisch perspectief over na te denken, als uitgangspunt voor een creatief project.

‘Ik ben toen begonnen om de vrouwen in mijn familie te interviewen over de vraag: waar ben je bang voor? Mijn moeder antwoordde: ‘Ik ben bang om mijn helderheid te verliezen, om mijn verstand en geheugen te verliezen.’ Mijn dochter: ‘Ik weet niet waar ik bang voor ben. Ik ben het soms wel, maar ik weet niet waarom.’

‘Ik interviewde ook mijn nichtjes die in de twintig zijn, die weer heel andere antwoorden gaven. Ik dacht: dit is een goed beginpunt om angst te begrijpen, om het om te zetten in iets anders.’

Hoe bent u te werk gegaan om die gedachten over angst op papier te krijgen?

‘De kunst is om de innerlijke chaos aan emoties, waaronder angst, langzaam over te zetten naar een pagina volgens een georganiseerd principe. Eerst schrijf ik alles precies op zoals het tot mij komt, dan is de angst heel rauw. Vervolgens probeer ik de essentie eruit te destilleren, ga ik herschrijven. Het is een proces van alchemie.’

Er is een onderliggende angst in het boek over de ecologische en politieke staat van de wereld. Nadrukkelijker is de angst bij de verteller om haar moeder te verliezen, om tekort te schieten als moeder.

‘Centraal in deze moeder-dochterrelaties is de wederzijdse afhankelijkheid en de fragiliteit daarvan. Er is veel zorg om en voor elkaar. De verteller is bezorgd om de tanende geestelijke capaciteiten van haar moeder, ondertussen zorgt ze voor haar puberdochter, maar de puberdochter zorgt omgekeerd ook weer voor haar moeder, de verteller.

‘We zijn geneigd om familierelaties te zien als hiërarchisch, maar het is veel rommeliger dan dat. Ze zijn als de getijden, er is aantrekking en afstoting, de zorgrollen kunnen omdraaien. We denken dat we de wereld voor onze kinderen lezen en schrijven, maar ondertussen zijn ‘onze kinderen ook altijd bezig óns te lezen en te schrijven’, schrijf ik in het boek. Wij vormen hen, maar zij vormen ook ons.’

Luiselli’s ‘ongrijpbare’ werk probeert zo dicht mogelijk bij het grillige pad van het leven te blijven. Vaak vertoont dat pad ook opvallende gelijkenissen met Luiselli’s eigen leven en schuurt daarmee tegen het genre autofictie – het vermengen van autobiografie met fictie – aan. Luiselli heeft ook een pijnlijke scheiding achter de rug, heeft een puberdochter, een moeder die dementeert, wortels in Sicilië, net als de verteller in Begin midden einde.

Luiselli schuwt de vraag over het autobiografische gehalte van haar werk niet, speelt er in Begin midden einde zelfs een geestig spel mee. In het boek wordt een gesprek aangehaald dat de verteller, ook een schrijver, in Amsterdam voerde met een jonge journalist die haar vraagt naar het autobiografische gehalte van haar werk.

De verteller – Luiselli? – reageert gepikeerd. ‘Ik verweerde me alsof ik me schuldig had gemaakt aan een of ander vergrijp.’

Vervolgens wordt ze te kijk gezet door haar dochter, tijdens het interview verdiept in een boek, die plotseling opkijkt en foutloos een monoloog opzegt uit een van de boeken van haar moeder. Het blijkt een monoloog die in het boek ook wordt uitgesproken door een dochter van de verteller.

‘Met een zelfvoldane blik keek de journalist weer mijn kant op, zijn ene wenkbrauw iets opgetrokken, alsof hij me had betrapt op een geweldige leugen, en hij maakte een paar aantekeningen in zijn aantekeningenboekje.’

‘Die arme Nederlandse journalist’, lacht Luiselli. ‘Weet je, het moment dat ik in het boek beschrijf is een samenballing van al die keren dat ik door journalisten ben gevraagd naar het autobiografische gehalte in mijn werk. Het wordt mij gevraagd door Italiaanse journalisten, Spaanse journalisten, door álle journalisten.

‘Ik snap wel dat-ie gesteld wordt, iedereen is nieuwsgierig naar het autobiografische gehalte van literatuur, we zijn allemaal benieuwd naar het persoonlijke leven van schrijvers.

‘Maar uiteindelijk is het ook een vraag die weinig helderheid schept over mijn werk zelf. Of iets wel of niet is gebeurd, brengt je niet dichter bij wat ik werkelijk probeer te onderzoeken in mijn werk, de vragen over tijd, herinneringen, relaties.’

Ik snap dat een letterlijke lezing de diepere lagen van uw werk in de weg kan zitten. Tegelijkertijd speelt u ook een nadrukkelijk en soms ook verwarrend spel tussen fictie en autofictie.

‘Ik schuw dat zeker niet. Maar het staat wel in dienst van mijn poging om te onderzoeken hoe we herinneringen maken en hoe we die navertellen, het is niet bedoeld als een letterlijke een-op-eenlezing van mijn leven.’

‘In het boek haalt de verteller een verhaal aan van Jorge Luis Borges, ‘Shakespeare’s geheugen’, over een literatuurwetenschapper die in het bezit komt van Shakespeare’s geheugen. Het is een verhaal over het versmelten van herinneringen, hoe verschillende verhalen in elkaar verknoopt kunnen raken. Ik vind dat een prachtige allegorie van wat lezen is. Je neemt iemands herinneringen over en voegt die toe aan de jouwe, maakt het onderdeel van je bewustzijn.

‘Zo probeer ik ook te schrijven, als een spel met hoe ik mij iets herinner. Vervolgens is het aan de lezer om die herinnering aan zijn geheugen toe te voegen.’

Valeria Luiselli: Begin midden einde. Uit het Engels vertaald door Molly van Gelder en Nicolette Hoekmeijer. Das Mag; 332 pagina’s; € 24,99.

CV VALERIA LUISELLI

1983 Geboren in Mexico-Stad.
2007 Bachelor filosofie aan de Universidad Nacional Autónoma de México (UNAM).
2010 Boek Papeles falsos (vertaald als Valse papieren).
2010 Librettist voor het New York City Ballet.
2011 Boek Los ingrávidos (vertaald als De gewichtlozen).
2013 Boek La historia de mis dientes (vertaald als De geschiedenis van mijn tanden).
2015 PhD in vergelijkende literatuurwetenschap aan Columbia-universiteit.
2016 Boek Tell Me How It Ends – An Essay in 40 Questions (vertaald als Vertel me het einde).
2019 Boek Lost Children Archive (haar eerste in het Engels geschreven roman, vertaald als Archief van verloren kinderen).
2019 In dienst als creative writing- en literatuurdocent bij Bard College.
2019 Winnaar van het prestigieuze MacArthur Fellowship (de ‘Genius Grant’).
2025 Gastprofessor aan Harvard-universiteit.
2026 Boek Begin midden einde.

Valeria Luiselli woont met haar partner en twee dochters in New York.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next