Ondanks de verkiezingsnederlaag bij de parlementsverkiezingen in april blijft de voormalige Hongaarse premier Viktor Orbán partijleider van het rechts-nationalistische Fidesz.
Op een partijcongres stemden vrijwel alle afgevaardigden voor zijn herbenoeming. Er waren dan ook geen tegenkandidaten. Orbáns nieuwe mandaat is beperkt tot één jaar. De 63-jarige oud-premier zei in een toespraak dat het tijd wordt dat een jongere generatie het roer overneemt. Ook nam hij de schuld van de verkiezingsnederlaag op zich en zei hij dat hij zijn partij wil klaarstomen voor de oppositie.
In april won Péter Magyar met zijn partij Tisza de verkiezingen in Hongarije, waarmee na zestien jaar een einde kwam aan Orbáns premierschap. Tegenstanders verweten Orbán de rechtsstaat en de democratie te hebben uitgehold. De EU bevroor daarom vele miljarden euro’s aan subsidies voor Hongarije. Orbáns pro-Russische houding in de oorlog in Oekraïne maakte het land tot een buitenbeentje in de EU.
Magyar heeft beloofd dat hij de democratische controlemechanismen weer zal herstellen. Zijn ‘supermeerderheid’ (twee derde van de zetels in het parlement) geeft hem daar ook daadwerkelijk de slagkracht voor.
Dat Orbán ooit nog terug zal keren als premier lijkt onwaarschijnlijk. Kort na het aantreden van Magyar werd een amendement ingediend dat iemand die minstens acht jaar premier is geweest, niet meer verkiesbaar zou mogen zijn. Het voorstel is echter niet waterdicht. Elke toekomstige leider met een twee derde meerderheid zou een nieuw amendement kunnen indienen om zijn of haar ambtstermijn weer te mogen verlengen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant