Het was een formaliteit, maar de leden moesten het officieel nog wel goedkeuren: zaterdag stemden de GroenLinks- en PvdA-leden in de Brabanthallen voor de oprichting van Progressief Nederland (Pro). Partijleider Jesse Klaver is ervan overtuigd dat zijn partij bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen de samensmelting zal verzilveren.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Het is druk zaterdagmiddag voor de deuren van Congrescentrum 1931. Rijen GroenLinksers en PvdA’ers verzamelen zich in Den Bosch voor het historische oprichtingscongres van de linkse fusiepartij Progressief Nederland. Er worden flyers uitgedeeld. Actiegroep Tien over Links heeft een tiental eisen die de nieuwe partij als speerpunten moet hanteren: van eerlijke belasting tot steun voor Oekraïne. Een ander lid heeft een flyer voor het basisinkomen en een andere vleugel binnen de partij, Linksboven, heeft op papier gezet waarom zij voor ecosocialisme zijn.
De sfeer is uitgelaten. Jong, oud, met en zonder migratieachtergrond, ze zijn er allemaal. Het is precies wat de voorstanders van de fusie van GroenLinks en PvdA voor ogen hadden toen zij de eerste stappen zetten op weg naar meer linkse samenwerking: een brede linkse beweging. Een volkspartij waar ruimte is voor verschillende stromingen die het onderling oneens kunnen zijn, maar zich verenigen achter dezelfde progressieve boodschap. ‘Je ziet hoe breed deze beweging is’, zegt Klaver na afloop van zijn congrestoespraak. ‘We zijn met meer dan honderdduizend leden de grootste ledenpartij. Ik denk dat daar de kracht in zit.’
Maar liefst zesduizend leden verzamelden zich in Den Bosch voor de historische fusie op links. Tachtig jaar na de oprichting van de PvdA en 39 jaar na de fusie die leidde tot de geboorte van GroenLinks bundelen de twee linkse partijen de krachten. Van de aanwezige GroenLinksers stemde 96 procent in met de fusie en 97 procent van de PvdA’ers deed dat.
Decennialang werd er gesproken over linkse samenwerking. Van Keerpunt ’72, waar PvdA, D66 en PPR (een van de voorlopers van fusiepartij GroenLinks) een stembusakkoord sloten en met Joop den Uyl een linkse premier leverden, tot 2006, toen Femke Halsema (GroenLinks) en Jan Marijnissen (SP) een tevergeefse poging deden Wouter Bos (PvdA) ertoe te verleiden elkaar vast te houden in de formatie.
Concreter werden Diederik Samsom (PvdA) en Bram van Ojik (GroenLinks), die in 2014 met elkaar de afspraak maakten hun fracties na de verkiezingen te laten fuseren. Maar het zou bij plannen blijven. Na de dramatische verkiezingen van 2021, waarin links nog nooit zo klein werd, besloten Klaver en toenmalig partijleider Lilianne Ploumen (PvdA) elkaar niet los te laten in de formatie.
Van onderop organiseerden GroenLinksers, PvdA’ers en sympathisanten zich in de actiegroep RoodGroen, onder leiding van Frank van de Wolde, die een helder doel had: om politiek te kunnen overleven is het nodig dat de twee partijen fuseren. En het zou van onderop moeten gebeuren.
PvdA-partijvoorzitter Esther Mirjam Sent herinnerde zich wat voor haar het kantelpunt was: het congres in 2022 in Nieuwegein. Het partijbestuur wilde het liever niet, maar de leden stemden voor de RoodGroen-motie om met een gezamenlijke lijst meer te doen aan de Eerste Kamerverkiezingen. Die dag maakte GroenLinks de uitslag van hun referendum bekend met dezelfde vraag. GroenLinks-partijvoorzitter Katinka Eikelenboom was ook dat moment bepalend geweest. De twee partijvoorzitters kregen daardoor het inzicht dat de hardste stemmen van de tegenstanders niet representatief waren voor de wens van de leden.
Eén van de critici stond zaterdag op het podium. De kersverse voorzitter van vakbond FNV, Hans Spekman, liet zich als PvdA’er en klassieke sociaaldemocraat geregeld kritisch uit over de samenwerking met GroenLinks. Zijn vrees was dat de fusiepartij zich te veel zou richten op onderwerpen die de hoogopgeleide kosmopolitische kiezer zouden aanspreken en dat de sociaaldemocratische strijd voor de zwaksten in de samenleving het onderspit zou delven. Op het congrespodium maakte de vakbondsman bekend lid te zijn geworden van Progressief Nederland. ‘Ik zal blijven mopperen’, zegt Spekman. ‘Ik zal er scherp op blijven dat dit ook de partij wordt van de mensen die op het mbo zitten. Dat is geen automatisme.’
Spekman kondigde aan met Klaver op te trekken om de bezuinigingen op de sociale zekerheid tegen te houden. ‘We zullen samen optrekken en het kabinet voor een keuze stellen’, zegt Klaver. Vooruitkijkend op onderhandelingen met het kabinet over het van tafel krijgen van de bezuinigingen is de Pro-leider duidelijk. ‘Er is pas een akkoord als we het allebei eens zijn.’ Spekman: ‘Als wij krachten bundelen, dan winnen wij.’
Na de laatste, opnieuw verloren, Kamerverkiezingen dreigde het oprichtingscongres in de schaduw van twijfel en onzekerheid over de samenwerking plaats te vinden. Maar binnen een aantal maanden heeft Pro de weg omhoog gevonden. Onvrede over het huidige kabinet gecombineerd met de versplintering op rechts maakt dat Pro in de peilingen de wind mee heeft. Klaver verwacht de progressieve kiezer die koos voor D66 terug te kunnen winnen. Achter de D66-belofte van grote doorbraken ziet hij geen politieke visie, maar een marketingtruc.
Met een van de grootste politieke congressen na de Tweede Wereldoorlog achter de rug, als grootste ledenpartij van het land, met stijgende peilingen en een bondgenootschap met de FNV, gelooft Klaver dat Pro de volgende Kamerverkiezingen kan winnen.
Volgens Spekman zal dan blijken uit wat voor hout Pro gesneden is en of het vast kan houden aan de idealen. ‘Oppositiepolitiek is makkelijke politiek. Coalitiepolitiek is moeilijker. Maar ik heb veel vertrouwen in Jesse.’
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’.
Source: Volkskrant