De relatie van Peter was nog pril, slechts een paar weken oud, maar nam toen al een wending: zij bleek ernstig ziek. Ineens werd alles wat er tussen hen was uitvergroot.
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
Peter, 42:
Onze relatie was nog maar een paar weken oud toen Marieke een knobbeltje ontdekte in haar borst. Ze vertelde het bij mij thuis, het werd zo’n gesprek waarbij je allebei schrikt maar meteen aan het rationaliseren slaat. Ze was 33, veel te jong voor borstkanker, en het kon nog zoveel anders zijn. In haar stem klonk bezorgdheid, maar geen paniek.
De huisarts maakte een echo en stuurde haar door naar een specialist. Haar ouders gingen mee, het zou een beetje raar zijn als ik ook was meegegaan, vonden we allebei. Pap, mam, dit is mijn nieuwe verkering en by the way hij gaat ook mee naar het ziekenhuis. Op de dag van de uitslag zocht ik afleiding op de bank door de Netflix-serie The Crown te bingen, het was corona, de kantoren waren dicht. Het is niet goed, stuurde ze, ik bel je zo.
Ik zat al met een knoop in mijn maag, maar nu voelde ik me misselijk worden. Twee gedachten: 1. wat is dit verschrikkelijk en 2. gaan wij misschien niet eens een kans krijgen? Ik was bang dat ze mij niet bij haar behandeling wilde hebben. Pijn is immers iets wat je het beste in je eentje doet. Ik deed mijn best haar moed in te praten en tegelijk had ik geen flauw idee wat ik moest zeggen. Onze prille relatie nam een nieuwe wending. Alles wat we zeiden, kreeg een duidelijke focus. Zij was ziek, ik was gezond, die ongelijkheid viel niet te ontkennen en de unieke aandachtvernauwing die zo ontstond, leidde tot een stroomversnelling.
Onze gesprekken gingen niet meer over waar we deze week uit eten zouden gaan, maar of ze haar eitjes in wilde laten vriezen, en moest dat dan bevrucht of onbevrucht? We hadden het over hoe je met verdriet en met levensveranderende gebeurtenissen omgaat. Ik maakte veel eerder dan bedoeld kennis met mijn nieuwe schoonouders, die ik in die maanden vaker heb gezien dan normaal in vijf jaar. De kennismaking was niet zonder lading, haar moeder bleef zeggen hoe oneerlijk dit alles was, en haar vader was nieuwsgierig naar het behandelproces.
Tot op zekere hoogte gebeurde er niets wat ik niet had kunnen voorspellen. Met dat verschil dat ik niet wist hoe voorspelbaarheid er in dit geval uitziet. Alle relaties veranderen als een van beiden ernstig ziek wordt, dat kan bijna niet anders, maar onze relatie moest nog helemaal gevormd.
Op de dag van haar eerste chemokuur kwam de taxi die ons naar het ziekenhuis zou brengen niet opdagen. Marieke was radeloos, bang de afspraak te missen, ze schreeuwde en tierde en ik weet nog dat ik dacht: ah, zo reageer jij op onvoorziene tegenslagen. In de stromende regen liepen we samen naar een deelauto, die ik halsoverkop gefikst had in de hoop haar tot bedaren te brengen. Kleddernat kwamen we aan op de chemo-afdeling. Daar stonden zo’n twaalf stoelen in een U-vorm, waarvan iets meer dan de helft bezet was door voornamelijk mannen en vrouwen van middelbare leeftijd.
Marieke koos een stoel in de buitenste rij, zodat ze door het raam naar buiten kon kijken. Ik ging naast haar zitten en werd overmand door ongemak, een gevoel van pure nutteloosheid. Vier uur zou het duren, deze kuur. De meeste andere patiënten hadden ook iemand meegenomen, zag ik, maar gesproken werd er nauwelijks. Marieke kreeg een coldcap op haar hoofd. De vrieskou moest voorkomen dat de haarzakjes beschadigd zouden worden door de chemo, maar bezorgde haar hevige hoofdpijn. Ze zag er ineens zo ziek uit. Het cliché van een kankerpatiënt.
Het infuus werd ingebracht met een grote naald, de vloeistof was knalrood, alsof de artdirection van de film waarin we terecht gekomen waren het extra dramatisch had willen maken. Ineens begon ik te huilen. En zij ook, alleen met wat er ging gebeuren. Ik wilde er zo graag voor haar zijn, maar was me vooral bewust van mijn tekortkomingen. Wat moest ik nu doen, naast haar een boek lezen dat ik niet bij me had? Zou ik iets luchtigs vertellen? Of juist mijn mond houden? Mijn telefoon erbij pakken, of beter niet? We deden kort een kaartspelletje en verder zat er niets anders op dan wachten, intussen oplettend of er niks geks gebeurde.
Ik was zo bang dat ik haar zou kwijtraken, er was op dat moment geen enkele warmte of contact. Ik was bang dat ze me een zacht ei zou vinden. Dat mijn softe bereidwilligheid haar in alles tegemoet te komen, zelfs als ik niet wist wat alles was, haar later, als ze weer beter was, zou gaan tegenstaan. Tussen de chemokuren door verzorgde ik haar. Ik maakte eten dat ze nu eens wel verdroeg en dan weer vol afschuw met veel gadverdamme’s uitspuugde, mijn gehaktballetjes bijvoorbeeld. Ze bleek een wonderlijke voorkeur te hebben voor heel oude kaas. Altijd al? Door de chemo?
In de dagen dat ze moest bijkomen van de kuur sliep ze uren achtereen. Haar huis was me nog lang niet zo vertrouwd dat ik er makkelijk mijn weg vond, ik zat op een stoel en vroeg me af wat mijn plek hier was. Ik ontmoette voor het eerst mijn schoonzus en zwager die informeerden naar mijn kinderen uit een eerder huwelijk, en besefte: oh, ja, dat deel van het leven is er ook nog, het deel dat eigenlijk bij de oude wereld van voor de ziekte hoort. Ik had maar één wens: mij van mijn beste kant te laten zien, niet falen als verzorger, zoals die keer dat ik een poeder had vermengd met te veel water. Toen heb ik op de wc een potje zitten janken. Ze voelde zich zo ziek, ik was machteloos.
Pas achteraf begreep ik dat mijn aanwezigheid al genoeg was, ik hoefde niets, alleen er zijn. Kort na de diagnose had Marieke vaak herhaald dat ze het begreep als dit allemaal te veel voor me was, maar op een dag zei ze: ‘Nu heb ik het vaak genoeg gezegd, nu mag je niet meer weg.’ En toen ook mijn moeder ziek werd, draaiden de rollen om. Marieke wilde alles over haar weten en wilde graag mee naar het laatste uitje dat mijn broers en ik voor onze moeder organiseerden. Op dat moment zag ik wat ik natuurlijk allang voelde: deze vrouw is een blijvertje.
In 2021 waren de behandelingen klaar: het afscheid van een tijd die gek genoeg ook ontzettend mooi was. Want uitvergroot deed alles ertoe.
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Peter gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant