In Dallas, waar Oranje zondag tegen Japan voetbalt, speelde het Nederlands elftal in 1994 de kwartfinale tegen Brazilië. De wedstrijd werd een klassieker in de voetbalgeschiedenis. Lag het aan Romário dat Brazilië won, of aan die ‘bom aan boord’ dat Nederland verloor?
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Romário de Souza Faria, een van de beste spitsen in de historie van het voetbal, was in 1994 totaal gefixeerd op de wereldtitel. ‘Hij zei alleen: ik moet wereldkampioen worden. Ik moet topscorer zijn’, aldus Rodger Linse, destijds een jonge verslaggever die tijdens het WK van 1994 profiteerde van zijn band met de Braziliaan.
Ronald Koeman, destijds international, denkt als bondscoach klaar te zijn voor het duel met Japan zondag, net als toen gespeeld in Dallas, al zal hij twijfelen over de spits. Hij speelt het liefst met Memphis Depay, mits die topfit is. Anders voetbalt Donyell Malen.
Feit is dat Oranje niet of nauwelijks scoort de laatste tijd. Dat kan zo veranderen, maar het gegeven maakt onzeker, 32 jaar na die legendarische kwartfinale Nederland - Brazilië (2-3) in dezelfde stad, destijds in een ander stadion overigens. Toen in de Cotton Bowl, een open stadion. Nu in het AT&T Stadium in Arlington, bij Dallas, met dak en airco.
Een spits die makkelijk scoort is een zegen, beseft Koeman. Zo’n type was Romário in 1994. Voormalig international Arthur Numan weet nog wat de Braziliaan altijd tegen hem zei in hun gezamenlijke tijd bij PSV, in dat grappig verbasterde Nederlands. ‘Jij voorzet geven, ik scoren en centjes verdienen voor jou.’
Romário wilde dat het gepraat in Brazilië over 1982 eens voorbij was, over de generatie Zico, volgens menigeen de beste Braziliaanse spelersgroep zonder wereldtitel. Verslaggever Linse, tegenwoordig zaakwaarnemer, verstond de kunst om telkens in de buurt van sterspelers te geraken.
Hij leefde uit zijn koffer en kocht tijdens het WK van 1994 voor 299 dollar een maandabonnement op binnenlandse vluchten, waarmee hij mocht meevliegen als er een plaats over was. Soms ging hij dan alleen mee om iets te eten onderweg aan boord.
Hij had voor Romário getolkt bij PSV en was een vriend geworden. Met een Braziliaanse journalist schreef hij een boek. Om dat boek cachet te geven, moest Brazilië winnen van Oranje. Stan Valckx, in dat duel met Koeman centrale verdediger van het Nederlands elftal, was eveneens een vriend in hun gezamenlijke jaren bij PSV.
Dat bleef zo toen Romário in 1993 naar Barcelona vertrok en zijn missie gestalte kreeg: de wereldtitel. Valckx: ‘In al die jaren dat ik met Romário speelde en trainde, heb ik hem nooit zo ambitieus en fit gezien als op dat toernooi. Dat viel me echt op. Hij verdedigde soms zelfs mee. Hij was overtuigd: hij moest de beste van het toernooi worden, de wereldkampioen. Ik had dat nooit zo extreem gezien bij hem. Hij was super- superfit.’
Brazilië was sinds 1970 geen wereldkampioen geweest en hoewel de ploeg aardig op weg was, was er hevige kritiek op het saaie spel. Journalisten klommen op stoelen om schreeuwend hun vragen te stellen aan bondscoach Carlos Alberto Parreira.
Maar de spelers waren ontspannen. Ze zongen en dansten in de tuin van hun hotel. Twee verslaggevers waren drie dagen voor de wedstrijd, door bemiddeling van Linse, op een feest van biermerk Brahma, bijna in de straat van het spelershotel.
Opeens verschenen Romário, middenvelder Dunga en verdediger Marcio Santos op dat feest. Romário was grappig en aanwezig. Voor een grote tv keek hij steeds naar beelden van hemzelf uit vorige wedstrijden. Hij vroeg dan aan de rest: ‘Nog een keer kijken?’
De voorbereiding van Nederland was juist onrustig geweest, onder meer door drie verstoorde vluchten – de laatste naar Dallas zou beroemd worden: een verslaggever die licht geïrriteerd was door allerlei gedoe zei dat er een bom in een tas zat.
Numan hield destijds een dagboek bij. Hij schrijft, met keurige letters, op woensdag 6 juli: ‘De woensdag, de dag van ons vertrek naar Dallas, stond in het teken van verwarring en chaos. Onze vlucht van 1 uur liep een vertraging op van vijf uur, omdat de bemanning van het vliegtuig een ‘grap’ niet kon waarderen. Lex Muller, journalist AD, had voor de grap gezegd dat er in een tas, die in het gangpad stond, een atoombom zat. Dit werd serieus genomen.’
Numan had als reserve tijd om te observeren. Hij kende Romário goed van PSV. ‘Ik zat ooit op het strand bij Beverwijk een krantje te lezen waarin een interview stond met Romário. Hij zei daarin dat ze mij moesten kopen van FC Twente, zodat ik hem kon bedienen vanaf links. Ik kon ook naar andere clubs, maar ik wilde naar PSV, mede vanwege Romário.’ Toen Numan eenmaal PSV’er was, motiveerde Romário hem door over voorzetten en centjes te beginnen.
De wedstrijd in Dallas is een klassieker in de nationale voetbalgeschiedenis. Brazilië komt met 2-0 voor, dankzij een doelpunt en een assist van Romário. Valckx: ‘Hij dook altijd op op momenten dat iemand een milliseconde niet oplette. Jaja, hij scoorde, maar het waren twee buitenspeldoelpunten.’
Het was de tijd vóór de VAR. Het was op het randje, om het zo te stellen. Valckx: ‘We kwamen sterk terug, via Bergkamp en Winter. De derde treffer van ons was dichterbij dan de 3-2 voor Brazilië. De Brazilianen knepen hem wel.’
Maar toen nam Branco die zinderende vrije trap. Op de beelden zie je dat Valckx de bal ontwijkt. Bondscoach Dick Advocaat vond dat Ed de Goey de bal had moeten stoppen. Valckx: ‘De bal kwam recht op mij af. Ik hield mijn buik in. Anders was de bal de andere kant op gegaan, terwijl Ed de Goey op weg was naar de linkerhoek. Het was een bewuste actie. Ik wilde de bal niet op mijn lijf krijgen.’
Tegenwoordig heeft hij nog geregeld contact met Romário. Of hij nog eens terugdenkt aan die wedstrijd. ‘Nee, ik sta er nooit bij stil.’
Rodger Linse bezocht een week later op verzoek van Romário het feest van de kampioenen in Los Angeles, nadat de Brazilianen in de finale na strafschoppen van Italië hadden gewonnen. Hij mocht de wereldbeker vasthouden.
Numan schreef niets meer in zijn dagboek. Alleen dat ze naar huis gingen.
Romário kwam een paar dagen te laat op de training bij Barcelona. Hij vond dat dat moest mogen van zijn trainer, Johan Cruijff. Immers: ‘Cruijff is nooit wereldkampioen geweest.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant