Niño Guerrero, de leider van de Venezolaanse bende Tren de Aragua, is zaterdag gedood tijdens een militaire campagne die Venezolaanse troepen sinds maandag voerden. De in luxe levende bendeleider werd vaak vergeleken met Pablo Escobar.
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant.
De leider van de gewelddadige Venezolaanse criminele organisatie Tren de Aragua, Héctor Rusthenford Guerrero Flores, beter bekend als El Niño Guerrero, is gedood. Dat maakte de Venezolaanse regering onder leiding van vicepresident Delcy Rodríguez zaterdag bekend. Flores kwam volgens Caracas om tijdens een gezamenlijke operatie van Venezolaanse en Amerikaanse veiligheidsdiensten in de zuidoostelijke staat Bolívar, ‘ondersteund door gespecialiseerde technologie en inlichtingenuitwisseling tussen beide landen’.
Tren de Aragua ontstond in de Venezolaanse gevangenis Tocorón en groeide uit tot een internationaal crimineel netwerk dat actief is in meerdere landen in Latijns-Amerika. Landen als Peru, Colombia en Chili beschuldigen de organisatie van betrokkenheid bij een golf van geweld in de regio. Volgens InSight Crime, een denktank die criminaliteit in Latijns-Amerika volgt, is de groep minder betrokken bij internationale cocaïnesmokkel dan veel andere grote Latijns-Amerikaanse misdaadorganisaties.
Enkele uren vóór Rodríguez meldde de Amerikaanse president Donald Trump Flores’ dood al op zijn kanaal Truth Social, met een video van een explosie van een gebouw in een bosrijk gebied. Trump sprak van een Amerikaanse aanval, ‘nauw gecoördineerd met onze vrienden in Venezuela’, verwijzend naar Rodríguez, die aan het hoofd staat van de regering na de Amerikaanse ontvoering van dictator Nicolás Maduro en diens vrouw in januari dit jaar. Of Amerikaanse militairen daadwerkelijk op Venezolaans grondgebied aanwezig waren, is onduidelijk.
De operatie volgde op een militaire campagne die Venezolaanse troepen sinds maandag uitvoerden rond de mijnbouwenclave Las Claritas in Bolívar, nabij de grenzen met Brazilië en Guyana. Het gebied ten zuiden van de Orinoco-rivier, rijk aan goudmijnen, geldt als een belangrijk bolwerk van gewapende groepen actief in de illegale goudhandel, waaronder Tren de Aragua. Beelden van legerhelikopters, vluchtende mijnwerkers en troepenbewegingen hadden al geleid tot speculaties dat de regering de controle over het mijngebied wilde heroveren, met het oog op toekomstige samenwerking met buitenlandse bedrijven.
De mijnbouwregio’s in het zuiden van Venezuela kennen extreem hoge moordcijfers. Internationale organisaties hebben melding gemaakt van slavernij, seksuele uitbuiting en andere ernstige misstanden. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen bovendien dat eerdere militaire operaties in het gebied gepaard gingen met buitengerechtelijke executies en willekeurige arrestaties.
Flores gold als de leider van Tren de Aragua, de machtigste criminele organisatie van Venezuela. Vanuit de beruchte gevangenis Tocorón in de staat Aragua leidde hij jarenlang samen met andere kopstukken een netwerk dat zich bezighield met afpersing, mensenhandel, prostitutie en andere vormen van georganiseerde misdaad. Tot 2023 leefde hij er in opmerkelijke luxe, met zwembaden, restaurants, een nachtclub, een bank, een honkbalstadion en een dierentuin met exotische dieren, vaak vergeleken met het imperium van Pablo Escobar.
Toen de Venezolaanse regering in september 2023 met elfduizend agenten Tocorón innam, bleek Flores al te zijn gevlucht. Volgens verschillende berichten ontsnapte hij kort voor de operatie via een tunnel. Sindsdien was zijn verblijfplaats onbekend. Hij zat een gevangenisstraf van zeventien jaar uit en was sinds zijn ontsnapping voortvluchtig.
De Verenigde Staten bestempelden Tren de Aragua in februari 2025 als terroristische organisatie; verschillende andere landen in Midden- en Latijns-Amerika deden hetzelfde. Flores werd in december bij verstek aangeklaagd door een federale rechtbank in New York wegens onder meer afpersingssamenzwering, steun aan terrorisme en andere misdrijven.
Washington stelt daarnaast dat een reeks aanvallen op kleine boten in de Caribische Zee en de Stille Oceaan gericht was tegen de organisatie. Bij die aanvallen kwamen al minstens 207 mensen om het leven. Familieleden van slachtoffers verklaren vaak dat het om vissers zou gaan. Mensenrechtenorganisaties en juristen omschrijven de aanvallen als mogelijke buitengerechtelijke executies en wijzen erop dat hard bewijs voor de betrokkenheid van de slachtoffers bij drugssmokkel nooit is geleverd.
De regering-Trump gebruikte vermeende banden tussen Tren de Aragua en Venezolaanse migranten bovendien als rechtvaardiging voor deportaties van migranten in de VS naar een zwaarbeveiligde gevangenis in El Salvador. Trump beweerde herhaaldelijk, zonder bewijs te leveren, dat de organisatie onder bescherming van de Venezolaanse president Nicolás Maduro opereerde.
De traditie van imperialistische Amerikaanse ‘achtertuinpolitiek’ in Latijns-Amerika is onder Trump volledig opgelaaid, zo bleek begin dit jaar, toen Trump president Maduro en zijn vrouw liet ontvoeren op Venezolaans grondgebied. Officieel wegens vermeende drugsgerelateerde misdrijven, maar vooral om de toegang tot Venezolaanse olie veilig te stellen.
Amerikaanse betrokkenheid bij de dood van Tren de Aragua-leider Flores zou Trumps koers van vergaande militaire inmenging in Latijns-Amerika verder onderstrepen. Sinds de eerste dodelijke aanvallen op opvarenden van bootjes in het Caribisch gebied in september vorig jaar en de ontvoering van Maduro eerder dit jaar is duidelijk geworden dat Washington niet schuwt om daad bij woord te voegen nadat Trump onomwonden stelde: ‘Dit halfrond is van ons.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant