In tien jaar tijd verloor Rosa Kerkhof-Hellemons bijna al haar naasten, onder wie haar twee kinderen. Toch weet ze steeds weer een beetje op te krabbelen. ‘Het is overleven wat ik doe, maar het gaat.’
interviewt nabestaanden voor haar rubriek Leven na de dood in Volkskrant Magazine
Rosa Kerkhof-Hellemons (79): ‘In tien jaar tijd zijn achtereenvolgens mijn man, mijn moeder, mijn zoon en mijn dochter overleden. O, en ook mijn oudste broer. Als ik naar een detail zoek van vroeger, zo’n herinnering waarvan je denkt: hoe zat dat ook alweer?, kan ik het aan niemand meer vragen. Gelukkig heb ik mijn vriendinnen, mijn drie kleinkinderen en hun geweldige papa, mijn schoonzoon bij wie ik elke zondag eet. En natuurlijk bespreek ik met hen ook van alles, het is altijd heel gezellig. Maar dat hele vertrouwde, dat hele intieme met iemand die je van vroeger nog kent, nee, dat is voorbij.
‘Op 6 oktober 2024 belde mijn schoonzoon: Rosa, ben je thuis? Ik was aan ’t shoppen met een vriendin bij Van Tilburg in Nistelrode. Later, thuis, omhelsde hij me en zei: ‘Barbara gaat dood.’ Zeven jaar eerder had ze borstkanker gehad en in 2022 lymfeklierkanker, maar na chemo’s en bestralingen was ze schoon. En vol energie: ze was een hardloper, ze liep elke dag. Als journalist schreef ze ook over hardlopen, en ze was daarbij fotograaf, deed een project in Namibië, ze was heel avontuurlijk. Op haar 18de reed ze al in haar eentje in een tweedehands autootje naar Spanje. Ik stond doodsangsten uit, maar ze ging. ‘Life is now’, dat was haar lijfspreuk, het staat ook op het boekje dat voor haar uitvaart is gemaakt. Peter, mijn zoon, was lief, en Barbara was pittig, zei ik altijd. Oók lief, maar eigenzinnig, ze liet zich niet beknotten.
‘Kennelijk was er een celletje ontsnapt, het was weer foute boel. Ik heb het knobbeltje in haar borst gevoeld: puntig, korrelig, net een lavasteentje. Het gekke was: ze had die zomer een heerlijke vakantie gehad met haar gezin in Denemarken, ze was er zelfs voor een deel naartoe gefietst met haar oudste dochter, en ze zei: ‘Ik ben zó happy, dit is misschien de laatste vakantie dat we compleet zijn als gezin, mooier had-ie niet gekund.’ Alsof ze iets voorvoeld had.
‘Toen duidelijk was dat de kanker terug was, dat ze niet meer beter zou worden, heeft ze tegen me gezegd: mama, ik vind het zo verschrikkelijk voor je dat je alleen achterblijft. Ik antwoordde: maar ik bén niet alleen, ik heb jullie toch. Ik wilde haar niet belasten met mijn verdriet. Wat mooi is: ik heb er ook dierbare contacten bij gekregen. Barbara’s beste vriendin, die op het eind dag en nacht bij haar was, heeft me uitgenodigd voor het feest voor haar 50ste verjaardag rond de tijd dat Barbara ook 50 zou zijn geworden. Het was ontzettend fijn om daar bij te zijn. En met een vriendin van Barbara die in Detroit woont, app ik regelmatig. Dan stuurt ze: ik zie dat je wakker bent, hoe gaat het? Dat is zó leuk, en dat deden we daarvoor nooit.
‘Barbara is 49 geworden, Peter 47. Hij is ook aan kanker overleden, in 2019. Elke zaterdag gingen we samen lunchen, altijd carpaccio, daar was hij dol op. Jongens trekken naar hun moeder, hè, we zijn altijd hecht geweest. Op het laatst heeft hij nog een operatie gehad, hij was helemaal kaal, had vreselijk veel pijn. Toen heeft hij voor euthanasie gekozen. De oncoloog kwam daarvoor bij hem thuis. Ik heb gezegd: lieve schat, doe het niet, ze gaan je doodmaken. Hij zei: mam, ik ga toch wel dood. Ik ben naar hem toe gegaan met een vriendin en ik heb hem nog geknuffeld. Dat was op 25 mei, Hemelvaartsdag, nu zeven jaar geleden. Het lijkt gisteren.
‘Het is overleven wat ik doe, maar dat lukt, er zijn ook veel goede dingen om me aan vast te houden. Ik bridge, ik ga uit lunchen met vriendinnen, naar het museum of naar de kunstroute, ik heb elke dag iets te doen. Ik ging ook altijd graag naar het filmhuis hier in Arnhem met een vriendin, maar zij is onlangs ook overleden. Daarna ben ik nog een keer alleen gegaan, dat vond ik verschrikkelijk, dat viel zo tegen. Maar het komt wel weer, want ik hou van film.
‘Ik ben sterk, dat heeft met mijn opvoeding te maken. Mijn moeder had geen makkelijk leven. Hoewel ze de laatste jaren lief was, ik ging elke dag naar haar toe, kon ze hard zijn toen ik een kind was. Met mij zou het nooit wat worden, dat gaf ze me regelmatig te verstaan. Ik mocht niet doorleren en toen ik ging werken, moest ik heel mijn loon aan mijn ouders afstaan, terwijl mijn broer het zijne mocht houden, want hij moest sparen voor een eigen huis.
‘Maar op een gegeven moment ontdekte ik: ik stel wél wat voor, mensen luisteren naar me als ik iets zeg. Ik had een fantastisch huwelijk. Mijn man, Piet, droeg me op handen, ik ging altijd met hem mee naar congressen. Ik heb me niet klein laten krijgen door mijn jeugd.
‘Piet is overleden in 2015. Het begon ermee dat hij uit bed viel. Ik heb 112 gebeld, maar ze wilden me niet helpen, daar hebben ze later een berisping voor gehad. Toen heb ik hem zelf op een matras gesleept en daar een hernia aan overgehouden. Het eerste half jaar na zijn dood zat ik zwaar aan de oxycodon, dat verdoofde alles. Ik merkte het op een dag toen mijn kleinzoon kwam binnenrennen en ik daar niet blij van werd. Ik voelde gewoon niets. Toen wist ik: dit is niet goed. Ik ben cold turkey gestopt met die troep, heb bridgeles genomen, ben weer mensen gaan opzoeken en leuke dingen gaan doen. Ik rijd overal heen met mijn auto. Je moet er zelf wat maken, een ander doet het niet voor je.
‘Zo ben ik tien jaar geleden opgekrabbeld en nu doe ik het weer. Het leven gaat langzaam weer richting een zesje. Er is veel om dankbaar voor te zijn. Laatst zei een van de kleinkinderen: oma, ik heb zin in asperges, nou, dan eten we asperges. En daarna gaan we scrabbelen, dat zijn momenten waar ik gelukkig van word.
‘Op zondagmorgen kijk ik naar De verwondering, tenminste, ik neem het op, dan hoef ik niet zo vroeg op te staan. Daarin komen gelovige mensen aan het woord, daar kan ik wel jaloers op zijn. Ik zou willen dat ik mijn man en kinderen in de hemel weer terugzag, maar als ik daaraan denk, zeg ik tegen mezelf: nee Rosa, niet zo flauw doen. Als God bestond, zou het op de wereld niet zo’n rotzooi zijn.
‘Hoe diep de put ook is waar je in zit, je komt eruit, dat is mijn boodschap. Als je erin blijft hangen, gaan mensen je negeren, want mensen worden moe van verdriet. Dus je moet erop uit. En: je kunt het niet alleen. Mijn psycholoog, Coen, heeft me erg goed geholpen. Hij heeft steeds benadrukt: kijk ook naar wat er wél is.
‘Op 1 juli word ik 80 en dan geef ik een feest. De wijn heb ik al voorgeproefd met een vriendin, de zalmsalade is besteld. Er komen vrienden en familie en ik ga ervan genieten die dag. Barbara en Peter staan met hun foto op de uitnodiging, maar ik ga niet heel de dag aan ze denken, want dan moet ik huilen en daar schiet niemand iets mee op.’
Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant