Home

Heeft het CPB de kritiek op het belastingrapport wel goed begrepen?

is econoom en publicist.

Eerder dit voorjaar was er, ook in deze krant, veel aandacht voor een studie van het Centraal Planbureau (CPB) naar belastingheffing en de maatschappelijke gevolgen ervan, De hoogste bomen vangen minder wind. De manier waarop in Nederland belasting wordt geheven over inkomen en vermogen laat veel te wensen over, en het planbureau vatte dat nog eens samen, met feiten en analyse omkleed. Daarnaast, echter, bevatte het rapport de stelling dat de toenemende vermogensongelijkheid de kansengelijkheid vermindert, en dat dit de toekomstige welvaart schaadt.

Over dat laatste deel, vermogen en kansengelijkheid, moeten we het nog een keer hebben. Nog een keer? Ja, want ik schreef al eerder dat ik me eraan had gestoord dat het CPB in de studie die relatie tussen vermogensongelijkheid en kansengelijkheid onvoldoende had onderbouwd. Deze week viel mijn oog op een stukje op de website van het CPB, gedateerd 21 mei, waarin een van de auteurs van de studie, Arjan Lejour, kort ingaat op de kritiek.

Lejour schrijft dat er, onder meer van mij, kritiek was ‘op het feit dat de publicatie aan de ene kant feiten presenteerde op basis van data en aan de andere kant een beschouwing bevat waarin ook kansengelijkheid wordt meegenomen die niet alleen op de gepresenteerde feiten was gebaseerd’. Lejour is zo goed om vervolgens op te schrijven: ‘Dat klopt.’ Die kritiek was terecht. Maar, gaat hij door: ‘We hadden expliciet ook naar andere CPB- publicaties over kansenongelijkheid kunnen verwijzen, zoals de beschouwing in het Centraal Economisch Plan van 2020.’

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl

De lezer van zo’n zin mag toch verwachten dat er dan in het document waarnaar Lejour verwijst klip-en-klaar duidelijk wordt hoe de toenemende vermogensongelijkheid de kansengelijkheid bedreigt? Dat mag je verwachten,
maar dat gebeurde niet.

Met de beschouwing van het CPB over kansengelijkheid uit 2020, Ongelijke kansen zijn gemiste kansen, is helemaal niets mis. Maar die gaat niet of bijna niet over vermogensongelijkheid. Hij gaat wel over inkomensongelijkheid (van ouders) en het effect hiervan op de kansen van hun kinderen. En over sociaal kapitaal. En buurteffecten. En de hele rataplan.

Het stuk uit 2020 bevat goede aanbevelingen, zoals het verhogen van de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie, en hier eerder in het jonge leven mee beginnen. Het gaat ook over het vergemakkelijken van het ‘stapelen’ van diploma’s. En over betere beloningen voor leraren die gaan werken op scholen in kansarme buurten. ‘Ongelijke kansen zijn gemiste kansen, voor het kind en de samenleving als geheel’, schreef het CPB in 2020. En terecht.

Maar nergens in de verkenning van beleidsrichtingen suggereert het CPB in 2020 dat Nederland omwille van een grotere kansengelijkheid de vermogensverdeling van hun ouders moet veranderen door middel van andere belastingheffing. De verwijzing door Lejour naar de eerdere CPB-studie krijgt hiermee iets ironisch, want die illustreert juist mijn kritiek.

Ja, laten we de belastingheffing op vermogen aanpassen. Omdat het huidige stelsel inefficiënt, ineffectief (en onrechtvaardig) is.

Ja, laten we de kansengelijkheid vergroten. Omdat ongelijke kansen gemiste kansen zijn. En de wiegenloterij erg onrechtvaardig is.

Maar laten we niet de belastingheffing op vermogen aanpassen teneinde de kansengelijkheid te bevorderen. Want zo erg is het met Nederland gelukkig nog niet gesteld.

Source: Volkskrant

Previous

Next