is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
Kiezen tussen je kinderen, dat doe je niet. In elk geval niet in het openbaar. Tenzij er eentje lustmoordenaar is misschien. Of consultant. Ybo Buruma, voormalig lid van de Hoge Raad, gaf dan ook een keurig, ontwijkend antwoord toen hij in de Volkskrant werd geïnterviewd voor de rubriek ‘Wat zijn dit voor vragen?’. Hierin krijgt de geïnterviewde in elke vraag twee opties voorgelegd.
Buruma weigerde te kiezen tussen zijn zoon en dochter, beiden advocaat, en was zo attent in zijn antwoord ook nog zijn derde kind in te brengen, een dochter die lerares Engels is.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Bij de volgende vraag koos hij wél. Gesteld voor het dilemma ‘de rechtsstaat of democratie’, antwoordde hij: ‘De rechtsstaat, zonder twijfel.’ En nu snap ik dat er weinig aan is wanneer de hoofdpersoon in zo’n rubriek telkens weigert kleur te bekennen, maar dan had ik toch liever gezien dat Buruma een van zijn kinderen van zich had vervreemd.
‘Sommige mensen zeggen dat je rechtsstaat en democratie niet los van elkaar kunt zien’, aldus Buruma. Maar hij ‘weet niet of dat nog opgaat in deze tijd van democratisch verkozen partijen die soms dingen zeggen die haaks staan op de rechtsstaat’. Buruma verwijst naar de VS onder Trump en de afbraak van juridische verworvenheden in Oost-Europa. ‘We moeten voorzichtig zijn met onze rechtsstaat, want die verdedigt niet alleen mij, maar ook jou. Dat moeten we niet democratisch te grabbel gooien.’
Met dat voorzichtig zijn ben ik het natuurlijk eens. Maar dat iemand van Buruma’s statuur betwijfelt of rechtsstaat en democratie onlosmakelijk zijn verbonden, en resoluut de een boven de ander verkiest, is zorgwekkend. Onbedoeld gaat hij mee in de armoedige invulling van democratie die populisten en extremisten ons proberen te verkopen: een volkswil, vertaald in de helft plus een, en verder niets.
De schoolboekversie van democratie en rechtsstaat is bekend. De democratie is de staatsvorm die de macht over het bestuur bij het volk legt. De rechtsstaat beschermt de burger tegen de staat en minderheden tegen de meerderheid. Democratie en rechtsstaat als tegenkrachten, die elkaar in evenwicht houden.
Maar deze schematische tweedeling, hoe correct ook, zit ons inmiddels in de weg. Zij komt precies tegemoet aan de giftige suggestie die populisten en extremisten voeren aan hun groeiende achterban: de rechtsstaat als sta-in-de-weg, als ondemocratisch. Een negatieve kracht waardoor vooral dingen níét kunnen. Geen asielstop, geen ongebreidelde uitstoot, geen demonstratieverboden.
De voedingsbodem voor dit woekerende gedachtegoed wordt des te vruchtbaarder door politiek en bestuurlijk onvermogen. Schuif het stikstofprobleem een kwarteeuw voor je uit en je dwingt de rechter in de positie dat hij de samenleving plots en hard moet begrenzen.
Aan die voedingsbodem draagt ook de Schoof-doctrine bij, door Dick Schoof toegepast en uitgedragen toen hij justitieambtenaar was: je vraagt je niet af of beleid in de geest is van grondwettelijke waarden en beginselen van behoorlijk bestuur, nee, je vervult politieke wensen. Wetgevingsjuristen geef je de opdracht uit te zoeken of maatregelen ‘juridisch haalbaar’ zijn of – nog lagere eis – ‘pleitbaar’. Wanneer burgers zich verweren bij de rechter, beschouw je dat niet als inzet van een uiterste middel. Wanneer die rechter de overheid terugfluit, is dat geen blamage. Zoiets is een alledaagse correctie op je werkpraktijk. Je probeert moskeeën te bespioneren en als het niet mag, dan merk je dat wel. Beleid als botsautootje, de rechter als stootkussen.
Dan mag niet verwonderen dat onlangs weer bleek uit het Nationaal Kiezersonderzoek: 35 procent van de Nederlanders zou het goed voor het land vinden als er een sterke leider komt die de regels oprekt.
Dus de dreiging die Buruma ziet is er. Maar het laatste dat je moet doen is meegaan in de door populisten gecultiveerde tegenstelling. Alle nette, hoog tot zeer hoog opgeleide mensen zoals Buruma, die zich zorgen maken over de rechtsstaat, moeten oppassen dat ze zich niet de mentaliteit aanmeten van edellieden in een belaagde burcht: haal de poorten op, want de horden komen eraan!
We moeten volop de strijd aanbinden. En die strijd gaat over wat een democratie is. Het ideaal van de populisten is de naam niet waard. Hun model heeft er de schijn van – er worden verkiezingen gehouden – maar verder mist alles wat je voor een échte democratie nodig hebt: vrije pers en kennisvorming, onafhankelijke rechters, demonstratierecht. Denk aan Hongarije onder Orbán, een periode waaraan dat land zich nu hopelijk ontworstelt, en aan de richting waarin de VS zich begeven. In de wetenschap wordt dit model ‘electorale autocratie’ genoemd en dat is passender.
Het kenmerk van een volwaardige democratie is dat je als minderheid, hoe marginaal je opvattingen ook zijn, altijd een kans hebt om langs de weg van overtuiging uit te groeien tot meerderheid. Het is de rechtsstaat die dat mogelijk maakt. Die zorgt dat je wél kunt onderzoeken en zeggen wat je wilt, wél de macht kunt trotseren. Wél kunt demonstreren tegen vaccinatiebeleid of azc’s.
En dat deze te koesteren orde officieel ‘democratische rechtsstaat’ heet, of ‘liberale democratie’, dat zal allemaal wel. Leuk voor fijnproevers onder elkaar. Maar dat krijg je een heleboel mensen momenteel niet uitgelegd. Ik heb het bijna nergens waar ik kom nog over de rechtsstaat en zeg gewoon ‘democratie’. In het existentiële gevecht dat nu wordt gevoerd, mogen we dat woord niet prijsgeven, maar moeten we het juist heroveren.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant