Ruim twee weken aan coronaverhoren hebben tot nu toe nog niet veel nieuwe informatie opgeleverd. De relatief onervaren commissie heeft het lastig tegenover doorgewinterde politici als Mark Rutte. Wat wel goed lukte: het blootleggen van een groot dilemma tijdens de pandemie.
"Het is zeker niet zo dat het kabinet een foutloos parcours heeft gevaren", zei Rutte vrijdag na zijn verhoor tegen de verzamelde pers. "Helemaal niet."
Maar het afleggen van verantwoording voor de genomen besluiten tijdens de coronapandemie kwam vrijdag tijdens het eerste verhoor van de oud-premier nog niet veel aan bod. En dat is ook niet gek: deze eerste weken van de openbare verhoren draaien vooral om het begin van de crisis en de crisisorganisatie. Echt ingrijpende maatregelen als de avondklok en de coronapas worden later uitgebreid besproken.
Daarbij moeten ook Rutte en Jaap van Dissel, oud-voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT), terugkomen voor een verhoor. Dat biedt kans om alsnog de onderste steen boven te halen als het gaat om de besluitvorming in de coronatijd.
Want tegen deze twee hoofdrolspelers leek de relatief onervaren commissie - drie van de vijf commissieleden zijn pas na de laatste verkiezingen in de Tweede Kamer gekomen - niet altijd goed opgewassen. Rutte kwam het gehoor ontspannen door: hij praatte voluit, maar draaide tot frustratie van de commissie ook geregeld om antwoorden heen.
Van Dissel nam zijn verhoor vorige week bijna volledig over en sprak de commissie zelfs tegen, omdat die volgens hem onder meer "te absoluut" stelde dat het mondkapjesbeleid niet was aangepast.
Wat het tweetal wel erkende: het ging in het begin van de pandemie vooral over het bestrijden van het virus en minder over de maatschappelijke effecten op lange termijn. In het geval van het OMT van Van Dissel was dat ook niet de primaire opdracht. Het OMT richtte zich vooral op het adviseren over die virusbestrijding.
In het begin van de coronapandemie kroop Nederland al door het oog van de naald, erkende Rutte. Code zwart, waarbij ziekenhuizen niet meer alle ernstig zieke mensen op de intensive care kunnen helpen, kwam in het eerste coronajaar meer dan eens in zicht.
Het voorkomen van code zwart was dan ook een duidelijke rode lijn vanuit het kabinet. "Het urgente wint het vaak in een crisis", erkende oud-zorgminister Tamara van Ark woensdag in haar verhoor. De beelden van het Italiaanse Bergamo, waar het ziekenhuis overspoeld werd door coronapatiënten, werden vaak aangehaald als voorbeeld. "Mokerslagen", zei Rutte over die beelden.
Een groot dilemma, is de conclusie uit de tot nu toe twaalf verhoren. "Het gaat echt om het afwegen van doden op korte termijn tegenover structurele, mentale schade op de lange termijn. Ik ben blij dat ik die keuze niet heb hoeven maken en dat er politici zijn die hem wel hebben gemaakt", zei Mark Roscam Abbing maandag in de parlementaire enquêtezaal.
Niet veel mensen zullen Roscam Abbing kennen, maar hij werd in de coronatijd aangesteld als directeur van het programmadirectoraat-generaal Samenleving en COVID-19. Het idee achter die hoge ambtenaar: iemand moet informatie verzamelen over de maatschappelijke gevolgen en adviezen geven over de lange termijn.
Want tegen de achtergrond van de gezondheidscrisis ontstond ook een maatschappelijke crisis. De mentale gezondheid van jongeren duikelde naar beneden, scholen werden gesloten en door het bezoekverbod voltrok zich een "stille ramp" in de verpleeghuizen, oordeelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) eerder al.
Die maatschappelijke effecten had het kabinet echt wel in zijn achterhoofd, bleef Rutte tijdens zijn verhoor volhouden. De coronacommissie wees hem er wel op dat het een jaar duurde voordat dit als concreet doel op papier werd gezet.
Het ging in eerste instantie dan ook om een gezondheidscrisis, was het weerwoord van Rutte. En uiteindelijk werd Roscam Abbing ingevlogen om ervoor te zorgen dat ook de maatschappelijke gevolgen werden meegewogen.
Maar in hoeverre werden die maatschappelijke effecten echt meegewogen in de besluitvorming? Dat is na twee verhoorweken nog niet helemaal duidelijk geworden. Toch is dat wel nodig, want er ontbreekt nog een flink aantal puzzelstukjes waarmee de commissie wil reconstrueren hoe de besluitvorming is gelopen en wat daarvan kan worden geleerd.
Tijdens de coronapandemie vonden bijvoorbeeld veel overleggen tussen Rutte, betrokken ministers en de crisismanagers plaats achter de gesloten deuren van het Catshuis (de ambtswoning van de minister-president) of het Torentje (het kantoor van de premier). Van die overleggen zijn geen notulen beschikbaar omdat ze informeel waren, tot ergernis van de commissie.
De betrokkenen vonden dat wel nodig. Niet alleen praten over de coronasituatie, maar ook eens met elkaar praten over hoe het gaat. Met de benen op tafel, zoals Roscam Abbing het beschreef.
Maar verliepen die sessies echt wel zo informeel of werden de coronabesluiten daar al voorgekauwd? En werden de maatschappelijke effecten daar echt wel besproken, zoals Rutte meent? Uit het verhoor van Roscam Abbing bleek ook dat meerdere ministers, onder wie zorgminister Hugo de Jonge en justitieminister Ferd Grapperhaus, niet zo zaten te wachten op zijn adviezen.
De commissie kan het de oud-ministers binnenkort zelf vragen. Ook zij worden ergens de komende weken in de enquêtezaal verwacht. Maar de commissie praat volgende week eerst met onder anderen intensivist Diederik Gommers over de "impact op de zorg".
Source: Nu.nl algemeen