Home

In Noord-Ierland zijn inwoners het gewend om een vijand te hebben

Racistische rellen In Noord-Ierland werden deze week inwoners van etnische minderheden met brandstichting uit hun huizen gedreven. Het gewelddadige verleden helpt niet mee, paramilitaire organisaties hebben nog altijd macht in het land. „We hebben hier een hogere organisatiegraad dan in welk Engels, Schots of Welsh stadje dan ook.”

Een man neemt de schade op in een supermarkt die afbrandde bij het racistische geweld dat de Noord-Ierse stad Belfast deze week in zijn greep hield.

Een plukje witte buren staat buiten op straat, ze kijken toe hoe hun donkere buurvrouw van nummer 4 wat spullen bij elkaar graait. Ze pakt plastic supermarkttassen in met kleding, speelgoed en knuffels. De ruiten van haar woonkamer en de voordeur zijn ingegooid. Nu hangen er ijzeren platen voor, om te zorgen dat niemand naar binnen kan.

Het huis naast dat van haar, Oakley Street 2, is helemaal uitgebrand. De kozijnen zijn zwartgeblakerd, in de woonkamer ligt een berg onherkenbare schroot. Een stroom water spettert vanaf de eerste verdieping naar beneden, misschien een gesprongen waterleiding. Locals only, staat in groene graffitiletters op de muur gekalkt. De buurvrouw wil niet met vreemden praten, zwijgend laadt ze de auto voor haar deur in.Hier in Belfast gingen de afgelopen week vuilcontainers, auto’s en huizen in vlammen op. Voor het derde jaar op rij vonden in Noord-Ierland ernstig gewelddadige, racistische rellen plaats. Dit keer hadden relschoppers het specifiek voorzien op huizen van bewoners uit etnische minderheidsgroepen. Verspreid over Belfast en enkele andere plekken in het land vielen ze adressen aan die online op een hitlist waren rondgegaan. Een „moderne pogrom”, schreef dagblad The Times.

De elementen die in Noord-Ierland bijdragen aan dit soort geweldsuitbarstingen zijn steeds ongeveer hetzelfde. Het is altijd in juni of juli, als het ’s avonds lang licht is en net iets minder koud en nat dan de rest van het jaar. Er valt ook altijd een incident voor, gericht tegen iemand die witte relschoppers zien als een van hen. Vorig jaar waren het twee Roemeense jongens die in Ballymena een meisje zouden hebben geprobeerd te verkrachten. Nu was de aanleiding een steekpartij in Belfast, waarbij een Soedanese immigrant zware verwondingen toebracht aan een witte man.

Hier komt de complexe en gewelddadige geschiedenis van Noord-Ierland bovenop. Ierse, katholieke republikeinen en Britse, protestantse unionisten vinden allebei dat dit deel van het Verenigd Koninkrijk bij hén hoort. Ze raakten in een burgeroorlog verwikkeld die enkele decennia duurde. Tot de partijen in 1998 vrede sloten, waren benzinebommen, brandstichting en rellen in Belfast aan de orde van de dag.

In Glengormley, even ten noorden van Belfast, wilden uiterst rechtse activisten woensdag een hotel bestormen. De politie hield ze met waterkanonnen op afstand.

Intimidatie door paramilitaire bewegingen

In Oakley Street kwam een Indiase buurman er vanaf met een stukgebroken ei op zijn auto. Hij loopt liever geen risico’s en wil zijn naam niet in de krant. Zijn naam en adres zijn bekend bij de redactie. „Ik dacht dat het een baksteen was toen die jongen zijn arm omhoog zwiepte. Het was een jongetje van nog maar een jaar of zeven.” Ouders in Noord-Ierland indoctrineren hun kinderen met geweld en angst voor de ander, denkt hij, getraumatiseerd door hun gewelddadige verleden. „In normale gezinnen en normale gemeenschappen zou zoiets niet gebeuren.”

De Indiër woont ongeveer drieënhalf jaar in deze straat en kent de twee jonge vrouwen die op nummer 2 woonden. Ze werken in een verzorgingstehuis. Hij denkt dat ze uit Soedan komen, net als de dader. De avond van de grootste onrust hadden hij en zijn vrouw hun spullen gepakt om achterom weg te vluchten als dat nodig was. „Mijn zoontje van vier is bang. Hij durft niet meer alleen naar de wc. Zo ken ik hem helemaal niet.” Geweld is er af en toe, maar de achterdocht is structureel: „In het parkje verderop vroeg een jongen me een paar weken geleden of ik hier legaal of illegaal ben. Hij had een stok in zijn hand.”

Oakley Street ligt in een protestantse, loyalistische buurt. Eén straat verderop hangen de lantaarnpalen vol vlaggen. De Union Jack, en enkele oranje en rood-witte vlaggen van paramilitaire organisaties die tijdens de Troubles met geweld de orde handhaafden in wat zij als hun territorium zagen. Verwijzingen naar de burgeroorlog zijn nooit ver weg in Belfast. Muurschilderingen en vlaggen laten zien aan welke kant van het conflict de buurt staat. Soms gebeurt het ook subtieler, bijvoorbeeld met Ierse klavertjes vier op naambordjes of hekwerk.

Rechts-extremistische teksten in Whiteabbey, even ten noorden van Belfast.

De rellen van de afgelopen jaren waren steeds vooral in protestantse wijken. Van coördinatie door paramilitairen is dit keer nog geen bewijs gevonden, zei de politie deze week. Bij het geweld in 2024 en 2025 waren ze wel betrokken. De Noord-Ierse mensenrechtenorganisatie CAJ concludeerde vorig jaar in een onderzoek dat „elementen van loyalistisch paramilitarisme” een probleem vormen bij racisme en intimidatie. In hun woongebieden proberen de groeperingen migranten ervan te weerhouden zich er te vestigen. Het aantal meldingen van rassenhaat steeg de afgelopen twee jaar flink in Noord-Ierland.

‘Angst voor ondermijnen van cultuur’

Voor Dominic Bryan „is bijna zeker” dat paramilitairen nu ook betrokken waren bij het geweld. „De realiteit is dat we nog steeds paramilitairen hebben. Ze hebben controle, ze zijn soms gewapend. We hebben hier een organisatiegraad die hoger ligt dan in welk Engels, Schots of Welsh stadje dan ook.” Bryan is hoogleraar antropologie aan de Queen’s University in Belfast en is gespecialiseerd in het Noord-Ierse conflict. Hij kent ook zeker paramilitaire groeperingen die racistisch geweld afkeuren, zegt hij. „De vraag is of ze meer moeten doen om het ook tegen te gaan.”

Ook in Newtownabbey werden huizen en auto’s in brand gestoken bij racistisch geweld.

Het viel Bryan op dat de steekpartij in een katholieke buurt plaatsvond, maar dat onruststokers uit protestantse buurten die toch als aanval op hún identiteit zagen. „Daarmee bewogen ze weg van de traditionele tweedeling in Belfast.” De Noord-Ieren werden door extreemrechtse figuren online opgejut om de straat op te gaan. Daarmee past het geweld ook in wat Bryan de opkomst van „wit, christelijk rechts” noemt, het christen-nationalisme zoals dat ook in de Verenigde Staten populair is: „Ze spelen in op angst voor de ondermijning van onze cultuur, waarbij cultuur als synoniem voor ras wordt gebruikt.”

Noord-Ierse politici reageerden deze week opvallend eensgezind in hun veroordeling van het racistische geweld. Ze gaven zelfs een gezamenlijke verklaring af, dat „voor dit soort brutaliteiten geen plek is in onze samenleving”. Niet vanzelfsprekend in een politiek systeem dat juist is ingericht op twee groepen die het uit principe oneens zijn met elkaar. Meer volgens de vertrouwde rolpatronen hamerden vervolgens de unionistische, pro-Britse partijen op het belang van grensbewaking tussen de republiek Ierland en Noord-Ierland.

In Newtownards, even ten oosten van Belfast, wordt op een poster Henry Nowak herdacht, die in december in Southampton werd doodgestoken. Een steekpartij in Belfast, waarvan een Soedanese asielzoeker wordt verdacht, vormde de directe aanleiding voor het racistisch geweld in de Noord-Ierse hoofdstad.

De verdachte van de steekpartij, een Soedanees, kwam via Ierland naar het Verenigd Koninkrijk en kreeg in een simpele procedure asiel toegewezen, en een verblijfsvergunning van vijf jaar. In de vredesakkoorden werd afgesproken dat zulk vrij verkeer van personen mogelijk moest blijven tussen de Ierse republiek en Noord-Ierland, terwijl de unionisten het liefst een grens met bewaking zouden zien. Uit data bleek deze week overigens dat méér asielzoekers vanuit Noord-Ierland naar Ierland reizen om daar asiel aan te vragen dan andersom.

‘Onze overheid is incompetent’

Tegenover Oakley Street laat buurtbewoner Daniel – zijn achternaam geeft hij liever niet – zijn Franse Bullhuahua uit. Hij houdt zich niet meer met de Troubles bezig, zoals voor de meeste Noord-Ieren geldt. Daniel is 25 jaar en dus geboren na het tekenen van de vrede. Maar de frustratie van de demonstranten begrijpt hij helemaal. „Natuurlijk is het vreselijk om mensen uit te roken, maar mensen hebben er gewoon genoeg van. Het is niet alleen maar racisme, het is groter dan dat.” Daniel wilde deze week ook de straat op gaan, maar toen hij buiten zwarte rookpluimen zag verschijnen, bedacht hij zich.

Als belangrijkste punt van frustratie noemt Daniel het gebrek aan betaalbare huisvesting. Immigranten nemen volgens hem de plek in van Noord-Ieren die ook een woning zoeken. Zelf woont hij nog bij zijn ouders. Een eigen huis is niet te betalen voor hem, ook al heeft hij een prima baan bij koeriersbedrijf DHL. „De regering doet gewoon niks voor ons. Ze zijn incompetent.” Vertrouwen in de overheid ligt laag in Noord-Ierland en het huizentekort is inderdaad chronisch: er staan tienduizenden inwoners op wachtlijsten voor de sociale woningbouw.

In Oakley Street hebben sommige huizen kleine Britse vlaggetjes voor hun ruiten hangen, als signaal aan onruststokers dat ze die woningen moeten overslaan. De witte buren die op de stoep ervoor met elkaar staan te kletsen, willen niet met journalisten praten. Een van hen zwaait met zijn arm naar de schade aan de overkant. „Dit is Noord-Ierland. Dit krijg je ervan als je met ons loopt te sollen.”

Supermarkt The Sham in Belfast werd bij de rellen deze week in brand gestoken.

Discriminatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next