De lezersbrieven! Over de gewone man, vakbonden, oorlogsschepen, een stappenplan tegen kindermishandeling, de Soldaat van Oranje en homohaat.
Dank u wel, Nederlandse politiek. Niet omdat alles goed gaat. Niet omdat de problemen zijn opgelost. Niet omdat het publieke debat tot rust is gekomen. Maar omdat zichtbaar is geworden hoe snel een samenleving kan verharden wanneer beleid, debat en beleving verder uit elkaar komen te liggen.
Dank u voor de asielcrisis. Omdat die niet alleen een beleidsvraagstuk werd, maar ook een spiegel voor het bredere gesprek over solidariteit, grenzen en draagkracht.
Dank u voor de wooncrisis. Omdat een generatie die rekende op zekerheid en perspectief geconfronteerd werd met structurele schaarste die steeds moeilijker te negeren is.
Dank u voor de stikstofcrisis. Omdat zichtbaar werd dat uitgestelde keuzes uiteindelijk alsnog genomen moeten worden, met grotere gevolgen dan wanneer zij eerder waren gemaakt.
Dank u voor inflatie en stijgende lasten. Omdat economische cijfers daarmee direct voelbaar werden in het dagelijks leven van huishoudens; bijvoorbeeld in de vorm van een steeds leger wordende koelkast aan het einde van de maand.
Dank u voor de toeslagenaffaire. Omdat die liet zien hoe kwetsbaar vertrouwen in de overheid is wanneer systemen belangrijker worden dan mensen.
Dank u voor de discussie rond lobbyisme en invloed achter de schermen. Omdat daarmee de vraag urgenter is geworden hoe besluitvorming tot stand komt, en wie daarin daadwerkelijk wordt gehoord.
Maar bovenal dank u voor iets anders. U hebt zichtbaar gemaakt dat het publieke debat niet het hele land weerspiegelt. Naast de zichtbare discussies, de scherpe tegenstellingen en de voortdurende stroom van meningen, bestaat een grote groep mensen die nauwelijks in beeld komt.
Niet omdat zij afwezig zijn, maar omdat zij vooral handelen in plaats van spreken. Zij werken. Zij zorgen. Zij ondernemen. Zij onderwijzen. Zij bouwen. Zij dragen verantwoordelijkheid, vaak zonder publieke aandacht.
Zij zijn niet de luidste stem in het debat. Zij zijn niet dagelijks zichtbaar in media of op sociale platforms. Maar zij vormen wel de basis waarop de samenleving functioneert.
In een tijd waarin publieke aandacht zich vaak richt op conflict en tegenstelling, dreigt die groep buiten beeld te raken. Niet uit onwil, maar omdat stilte minder zichtbaar is dan ruis.
Misschien is dat de belangrijkste les van deze tijd. Dat een samenleving niet uitsluitend wordt gevormd door wat zichtbaar is in het debat, maar juist door wat dagelijks, zonder veel woorden, wordt gedaan.
En dat de stabiliteit van een land uiteindelijk minder afhankelijk is van de luidste stemmen, dan van de vele mensen die hun verantwoordelijkheid blijven nemen, elke dag opnieuw.
Sandra Klok, Wapenveld
Iedereen kent ze; ergernissen, irritaties, wrevel, jeuk! Ze zijn er in allerlei soorten en maten, de ongenoegens. Maar de afgelopen tijd is míjn grootste ergernis, een die mij iedere keer opnieuw enorme jeuk bezorgt, die van ‘de gewone man’.
Blijkbaar is er geen ‘gewone vrouw’, maar dit heel even terzijde (excuses hiervoor), want de jeuk wordt vooral gevoed door het bijvoeglijke naamwoord ‘gewone’.
Tal van politici zeggen ervoor op te komen: de gewone man. Journalisten stellen er vragen over: ‘Hoe kijkt de gewone man hiernaar?’. Duiders en analisten, sociologen en gedragswetenschappers doen amechtig pogingen om de vermeende kloof tussen de elite en de gewone man te verklaren.
De gewone man zelf voelt zich inmiddels zo gewoon dat hij meent met stenen, vuurwerk en bedreigingen zijn gewoonheid kracht bij te moeten zetten. Die elite heeft namelijk door zijn ongewoonheid niet in de gaten waar de gewone man behoefte aan heeft.
Ik vind alle mensen, ja zelfs mezelf, heel bijzonder! Bijzonder en de moeite waard. Als we met elkaar nu eens afspreken om elkaar zo te bejegenen in plaats van voortdurend te schermen met de term ‘gewoon’.
Martin Bos, Ulvenhout A/C
De afgelopen weken werd door meerdere ‘deskundigen’, onder wie Jort Kelder bij Eva en Peter de Waard in ‘De Kwestie’ van 10 juni, gesteld dat ons poldermodel en het overleg tussen werkgevers, vakbonden en de regering tanende zijn. Als bewijs wordt gewezen op het dalende aantal vakbondsleden.
Enige relativering is hier echter op zijn plaats. Een dalend ledental betekent niet automatisch een gebrek aan legitimiteit. Vakbonden vertegenwoordigen immers ook werknemers die geen lid zijn, net zoals politieke partijen kiezers vertegenwoordigen die geen partijlid zijn.
De vraag zou daarom niet moeten zijn of vakbonden nog bestaansrecht hebben, maar hoe werknemerscollectieven in de 21ste eeuw het best kunnen worden georganiseerd en vertegenwoordigd.
Juist voor het behoud van onze verzorgingsstaat blijven vakbonden, ook met minder officiële leden, van groot belang.
Marije Boomsma, Amersfoort
Ooit eiste een Zweedse koning voor een nieuw oorlogsschip zwaardere kanonnen. Al bij de eerste vaart bezegelden een paar windvlagen het lot van de instabiele Vasa: ze zonk. Inmiddels zijn we drie eeuwen verder. Niet gehinderd door al te veel kennis van zaken ging een aantal ambtenaren voor het ontwerpen van een nieuw fregat als ‘systeemintegrator’ aan de slag. Om er, eenmaal klaar, achter te komen dat het schip al die voortreffelijke systemen onmogelijk kon dragen. Intussen hebben de Zweden laten zien hoe een dergelijke zeperd toch nog iets moois kan opleveren, het museum met daarin de Vasa trekt jaarlijks meer dan een miljoen bezoekers. Dus ik zou zeggen: aan de slag!
Koos Tiemersma, Drachten
Nadat ik, lang geleden, een buurmeisje met een blauw geslagen gezicht op straat zag lopen terwijl ze op school had moeten zitten, heb ik daar ‘s avonds, samen met een andere buur, de alleenstaande moeder op aangesproken, het gezin vervolgens meermalen een lekkere avondmaaltijd gebracht, en aangeboden op te passen zodat ze af en toe op stap kon. Ook hebben we gemeld dat we bij de eerste de beste volgende mishandeling direct de politie zouden inlichten. Zo moeilijk is het stappenplan niet: begrip tonen, iets praktisch doen en duidelijk zijn.
Mariska Jansen, Harlingen
In de overigens goede column van Marcia Luyten over verzet tegen fascisme noemt ze een lijstje van antifascisten waarin ook Soldaat van Oranje (Erik Hazelhoff Roelfzema) staat. Die past er wat mij betreft niet in.
Hij behoorde tot een groep conservatieve militairen en politici, onder wie Gerbrandy, die het in 1947 niet eens waren met het beleid van de Nederlandse regering aangaande de dekolonisatie van Nederlands-Indië. Ze beraamden een couppoging waarbij ze het kabinet-Beel zouden afzetten en gevangennemen. PvdA-leider Koos Vorrink zou geliquideerd worden.
Dat is op een haar na niet gebeurd. Koningin Wilhelmina hield op het laatste moment de boot af waardoor de couppoging werd afgeblazen. De Soldaat van Oranje die in een democratie een couppoging beraamd heeft kan moeilijk een antifascist genoemd worden.
George van de Graaf, Edam
Berber Timmermans bepleit om het woord ‘homofobie’ te laten vallen en het correctere ‘homohaat’ te gebruiken. Een stelling waar ik het volmondig mee eens ben.
Timmermans stelt terecht: ‘Woorden doen ertoe. Ze vormen hoe we de wereld begrijpen, hoe we spreken over onrecht en hoe serieus we dit nemen.’ Maar woorden doen meer dan dat, woorden geven macht aan.
Als het gaat over de plek van homoseksuelen in de maatschappij, of eigenlijk leden van de lhbti-gemeenschap in het algemeen, wordt er doorgaans gesproken en geschreven in termen van tolerantie of acceptatie. Woorden die aangeven dat de plek die queer-mensen in de samenleving in kunnen nemen, kan bestaan door de welwillendheid van de mensen die niet queer zijn. De status quo bepaalt dus in hoeverre wij ons kunnen bewegen, en in hoeverre wij onszelf kunnen zijn.
Eigenlijk zijn het vreemde woorden, die zelden op andere minderheden worden losgelaten. Leest u ooit: moslimtoleratie of jodenacceptatie? Hoog tijd dus voor nieuwe termen, want wij zijn net zo te tolereren of te accepteren als het weer of het verkeer. We zijn er gewoon.
Wouter Maas, Amsterdam
Hoewel de term ‘homohaat’ inderdaad veel minder verhullend is dan ‘homofobie’, is deze zelf ironisch genoeg weinig inclusief. Naar analogie met ‘misantroop’ en ‘misogyn’ lijkt het mij de hoogste tijd om de term ‘misoqueer(ie)’ ook in het Nederlands te introduceren.
Eli van der Sluis, Den Haag
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.
Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.
Source: Volkskrant