Home

Op stap met Hank Meijer, de onwaarschijnlijke Hollandse supermarktmiljardair in Michigan

Hank Meijer (74), topman van supermarktketen Meijer Inc, heeft een geschat vermogen van zes miljard euro. Zijn opa was een socialist uit Hengelo, zijn zoon nam het op tegen Trump. Zelf is hij groot liefhebber van poëzie. ‘Ik beschouw mezelf als een zeer middel­matige dichter.’

is verslaggever van Volkskrant Magazine.

Terwijl Hendrik ‘Hank’ Meijer uit de doeken doet waarom een klant van zijn supermarkt bij de entree moet worden geraakt door een probaat mengsel van versheid, kleur en hitsige koopjes, staart ter hoogte van de kant-en-klaarmaaltijden een kleine, dikke man hem langdurig aan.

Als die ziet dat Meijer zijn exposé onderbreekt en even naar adem hapt, zet hij zijn supermarktkarretje in beweging. Met een hand op zijn kale hoofd laat de man los wat hij al de hele tijd wil vragen:

‘Weet u waar de rice crispy treats liggen?’

Thunder! Lightning! Een moment gevangen, in tl-fel supermarktlicht.

Even lijkt Meijer, gekleed in een zwarte bedrijfspolo met lange mouwen, voorzien van een nekkoord met ‘Hank’, overrompeld door de vraag. Maar dan zegt hij, alsof zijn innerlijke routeplanner inmiddels is aangezwengeld: ‘Hello! Goed dat u er bent, en een goede vraag. Ik breng u er even heen.’

De stem van zijn vader Fred galmde kortstondig door zijn hoofd. Nooit zeggen: dat ligt ongeveer daar, bij gangpad B7, sectie 19 bij de ‘snacks’ of de ‘kids snacks’, na de ingeblikte groenten rechts of aan de andere kant van ‘div sausen’.

Of nog erger, check maar lekker de app of website van Meijer Store.

Nee! Zo doen we dat niet, hier bij Meijer, deze in Nederland gewortelde Amerikaanse firma. Hij vergeet nooit de tegeltjeswijsheid van zijn in Hengelo geboren grootvader: Het is niet ik, het is niet jij, het is wij.

Vooruit, aan de slag, wijs de klant persoonlijk de weg.

Dus kuiert Hank Meijer (74), topman van Meijer Inc, met een door het Amerikaanse zakenblad Forbes geschat vermogen van 6 miljard euro, door deze reusachtige supermarkt in Grand Rapids (Michigan) op zoek naar een zoete, kleverige snack gemaakt van gepofte rijst, boter en marshmallows, nu tijdelijk in de aanbieding in het Meijer-huismerk, twee voor vijf dollar.

Twintig miljard euro omzet

De kale, dikke man zal nooit weten wie hem echt heeft vergezeld. Ja, door een of andere oudere Meijer-werknemer met grijs piekhaar en een bril, een man die best lang stond te oreren naast een man die een zwart opschrijfboekje volschreef. Nergens hangt in de zaak een foto van de topman wiens achternaam in ultragrote letters op de gevel staat.

Wel prominent te zien bij binnenkomst: de geschiedenis van deze vestiging, en dan vooral de opening in 1962 door Hendrik Meijer van dit supercenter, de aller-allereerste in zijn soort in Amerika, ver voordat concurrent Walmart dit concept op grote schaal uitrolde. Gehesen in een korte broek staat daar ook een 10-jarige Hank voor de zaak die toen de naam Thrifty Acres droeg, een verwijzing naar een oud-Hollandsch begrip: spaarzaamheid.

De firma Meijer heeft inmiddels 275 van zulke supercenters in zes staten: in thuisstaat Michigan, in Ohio, Kentucky, Illinois, Wisconsin en Indiana. En Pennsylvania zit eraan te komen. Aangevuld met iets kleinere supermarkten en benzinestations telt de volledige portefeuille rond de 500 zaken en 70 duizend personeelsleden. Met een totale omzet van twintig miljard euro per jaar, hetgeen vergelijkbaar is met wat Albert Heijn in Nederland omzet.

Terwijl Meijer op weg is naar de rice crispy treats, dwaal ik rond in dit stralende ruimteschip van consumentistisch welbehagen, waar meer dan 200 duizend producten liggen uitgestald. Een bizarre aaneenschakeling van spullen, geordend in een ruimte van vijftienduizend vierkante meter, waar je draaierig wordt van het verpletterende aanbod.

Vanaf de parkeerplaats gezien biedt dit voluptueuze gebouw links de ingang voor ‘fresh’, rechts voor ‘home’, en ergens in het midden worden de verlangens aan elkaar geknoopt. Hier vind je alles onder één dak wat je vandaag nodig hebt, of morgen, of volgende maand – of nooit.

Het ‘one-stop-shopping’ – je komt één keer langs en laadt de hele bliksemse boel in – is hier geboren.

En zo’n supercenter is meer dan een doos in een suburbaan landschap. In onze winkels zie je wat er speelt in het dagelijks leven, aldus Meijer. Beschouw het als ‘een microkosmos van Amerika, want boodschappen doen is een universele bezigheid’. Bij Meijer koopt de ‘heartland’ van de Verenigde Staten, small town, USA zeg maar, de middenklasse. ‘Wij zijn geen West- of Oostkust, met hun flitsende bedoening’, zegt hij. ‘Wij willen een centrale rol spelen in het leven van de mensen in het Midwesten.’

Verlichte kruidenier

Wat Meijer nu vooral ziet in die microkosmos, is dat als gevolg van de oorlog in Iran de brandstofprijzen stijgen en dat zijn klanten hun andere uitgaven beperken om benzinekosten te compenseren. ‘Naarmate de prijzen van boodschappen stijgen, worden ze een bron van politieke bezorgdheid.’ En, met de voorzichtigheid van een middenstander: ‘Misschien wel een graadmeter voor de ontevredenheid onder kiezers?’

Hank Meijer is bestuursvoorzitter van Meijer Inc, en samen met zijn broers Doug en Mark de eigenaar. Hun onderneming staat 21ste op de Forbes-lijst van meest vermogende Amerikaanse familiebedrijven, samen zijn ze de rijkste familie van Michigan. Twintig jaar was Hank Meijer de ceo van het bedrijf. Hij heeft vijf kinderen, uit twee huwelijken, en is nu getrouwd met schrijver Liesel Litzenburger (58). Als filantroop is hij verbonden aan een lange lijst stichtingen, initiatieven en instellingen, en valt zijn hartstochtelijke ondersteuning van poëzie op.

Je zou Hank Meijer een verlichte kruidenier kunnen noemen, een allesbehalve poenerig corporaal kopstuk uit het linkerrijtje van het bedrijfsleven. Een echte entrepreneur noemt hij zichzelf niet, meer ‘een bekwame beheerder’ van wat zijn vader en grootvader hebben opgebouwd.

Meijer studeerde Engelse literatuur, zat vijf jaar in de journalistiek en heeft inmiddels twee biografieën op zijn naam staan. Eentje over zijn grootvader Hendrik (1883-1964) en een over de Republikeinse senator Arthur Vandenberg (1884-1951) die een belangrijke rol heeft gespeeld in de Amerikaanse buitenlandse politiek. Een derde, over de voormalige Democratische gouverneur van Michigan, Frank Murphy (1890-1949), is onderweg.

Liever praat hij over Ian Buruma’s boek over Spinoza dan over de koopjes in het veranderende retaillandschap en de rol van de e-commerce ten opzichte van de fysieke winkel. Over zijn favoriete schrijver Alice Munro en of hij haar nog wel kan lezen, nu gebleken is dat haar vriend haar dochter heeft misbruikt, en zij nooit heeft ingegrepen.

Hoe zou John Updike over deze tijd hebben geschreven? Lukt het Robert Caro om zijn biografische reeks over de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson te voltooien, of moet diens vrouw het afmaken? Hoe was het toch mogelijk dat Wallace Stevens een carrière als dichter kon combineren met zijn zakelijke beslommeringen?

Sandy

Als ondernemer laat Meijer zich graag afleiden van het alledaagse kantoorleven. Dat is nou eenmaal wie hij is, iemand die alles wil combineren. Hij is gewend geraakt aan ‘een voortdurend schuldgevoel’ als hij, zoals nu, een dag met een verslaggever op pad gaat, of dingen doet die te maken hebben met het schrijven van een biografie.

Gelukt!

Hank Meijer is er weer, de kleine, dikke man achtergelaten in de gangpaden van deze buurtsuper XL, met rice crispy treats in zijn supermarktkarretje. Slalommend door het labyrint komt Meijer bij de kassa’s uit. Ieder personeelslid lijkt hij te kennen bij naam, en achtergrond. De zaak is niet ver van zijn eigen huis, en hij zegt hier regelmatig te komen. ‘Hi Dolores, alles goed? Thuis? Fantastic!’

En daar is ‘Sandy’, glimmend bij de uitgang. Al jarenlang een vaste waarde in het supercenter-universum van Meijer, sedert 1962 zelfs. Een bruin ijzeren paard dat gaat bewegen als je er één dollarcent in doet. Niemand weet waarom het paard Sandy heet, maar het is wel het symbool van Meijer geworden, aanwezig in elke vestiging. Het achterliggende filosofietje: winkelen moet leuk zijn voor kinderen, en door de lage prijs kan iedereen op Sandy.

Een dag eerder had hij ‘de perfecte dag’ gehad, met het oog op het combineren van zakelijke en intellectuele uitdagingen. Eerst was hij eropuit geweest met het bedrijfsvliegtuig om een supercenter te openen in Brownsburg, Indiana. Daarna werd er een kleinere in een buitenwijk van Detroit geopend, en er diende een lint te worden doorgeknipt in Cleveland, Ohio. ‘Ik ben op zo’n dag een visuele afvaardiging van de familie’, zegt hij, zijn eigen rol relativerend. ‘Ik ben er dan om de cultuur te versterken, dat iedereen begrijpt dat we een familiebedrijf zijn.’

Aan het einde van de middag had hij een ontmoeting met zijn vriend, Akhil Amar, een Yale-professor die bezig is een driedelige geschiedenis te schrijven over de Amerikaanse wetgeving. ‘Ik was volledig geïntimideerd. Die man is een hyperintelligente causeur, en kan uren praten over de wet en over zijn schrijfwerkzaamheden. Daarbij zei hij iets moois: Mijn boeken moeten iets big, new en true bevatten. Dat lijkt me een prima uitgangspunt, voor elke dag.’

In zijn Jeep Grand Cherokee op weg van het hoofdkwartier van Meijer Inc in Walker (Michigan) naar Greenville, waar zijn grootvader ooit begonnen is, gaat de telefoon. Op de achterbank van zijn auto valt een ingelijst gedicht van Robert ‘Bob’ Vandermolen op. Het blijkt daar niet voor niets te liggen, want zijn naam valt deze dag zo vaak, dat het lijkt alsof zijn onlangs overleden boezemvriend de hele dag met ons meereist. Het onheilspellend gebeier als ringtone blijft maar klinken uit de van een flinke barst voorziene smartphone.

Nee, het is niet vanwege een enorme hang naar ‘the old country’ in Hank Meijer dat dit klokkenspel van Hollandse origine is. Zo ‘Dutchie’ voelt hij zich niet, en die twee weken Nederlandse les bij de nonnen in Vught die hij lang geleden had, hebben vocabulaire-technisch weinig zoden aan de dijk gezet.

Socialist en anarchist

Ik vertel hem over mijn bezoek aan het nabijgelegen Holland, een dag eerder. Het was Tulip Time Festival aldaar, goed voor een miljoen toeristen, in tien dagen tijd. Als dagelijks hoogtepunt gold, naast het paraderen langs de talloze reeds uitgebloeide tulpen, negenhonderd intens begeisterde klompendansers, verre nazaten van de negentiende-eeuwse emigratiegolf.

Ja, echt.

Hij zucht en zegt zich niet te kunnen herinneren getuige te zijn geweest van dit curieuze schouwspel.

Holland is in de 19de eeuw gesticht door de gereformeerde dominee Albertus van Raalte en de met hem meegetrokken groep emigranten. De zeer vermogende families DeVos en Van Andel komen hieruit voort, en de gereformeerde kerk, en zijn talloze afsplitsingen, bepaalt al decennia de toon in West-Michigan.

‘Mijn grootvader kwam als socialist en anarchist naar Amerika, en sprak zich uit over de hypocrisie van de kerk’, zegt Meijer, als hij downtown Greenville binnenrijdt. ‘Dus ik ben zeker niet christelijk gereformeerd opgegroeid.’

Toen Meijer in de jaren zestig op zondag zijn winkels opende, stond de Nederlands-Amerikaanse christelijk gereformeerde kerk in West-Michigan op zijn achterste benen. Er kwamen ‘pesterige telefoontjes’ en dominees riepen op tot een boycot. ‘Mijn vader zei: zondag is een dag om te winkelen. Een lid van de familie Van Andel zei dat hij nooit in een branche zou werken waar mensen verplicht op zondag moeten werken. Een paar jaar later kocht die man een hotel in Grand Rapids. Ja, dat moest ook op zondag open. Zo zie je maar hoe makkelijk mensen van mening veranderen, zei mijn vader.’

Over zijn opmerkelijke opa schreef Hank Thrifty Years – the Life of Hendrik Meijer, aan de hand van de liefdesbrieven die zijn grootouders aan elkaar stuurden en het dagboek van zijn vader. Verteld wordt hoe een Twentse textielarbeider zijn shitwerk en alcoholistische ouders achterliet, en in 1907 naar Amerika trok. Na allerlei baantjes opende hij een kapperszaak in Greenville, waarna zijn verloofde Zientje de oversteek naar Amerika waagde.

Op de plek waar Meijer zijn auto parkeert en er een pick-uptruck wordt gerepareerd, begon opa in 1934 een kruidenierszaak. Ter hoogte van wat nu een rommelig restaurant is, Eddie’s Pizza, behield hij de kapperszaak. Totdat het roer helemaal om ging, en Hendrik en zoon Fred hier een supermarkt begonnen, met zelfbediening, en dit verder uitbouwde met meer vestigingen, supercenters, uitgroeiend tot een imperium.

‘De jonge rebel die het kapitalisme verachtte, zou het uiteindelijk omarmen’, schreef Hank in zijn boek. Oud-president Gerald Ford, eveneens opgegroeid in Grand Rapids, en een vriend van de familie Meijer, liet over dit boek optekenen: ‘De bekering van een vastberaden, onvermoeibare Nederlandse immigrant van anarchisme tot democratisch kapitalisme.’

Of zijn grootvader echt zo links was, daar heeft Hank zo zijn twijfels over. ‘Hij kwam uit een problematisch gezin, en zag bij Zientje thuis hoe het idealisme haar gezin verbond. Ik denk dat hij zich daarom met hun socialistische waarden identificeerde.’

Sla en ondergoed

Meijer trof in de brieven een zeer geëngageerde grootvader die zijn omgeving al vroeg in de jaren dertig waarschuwde voor Hitler en Mussolini, en ook Stalin niet vertrouwde. Toen opa las dat de rijke families in Amerika de Republikeinen steunden, zag hij dat als een reden om voor de Democraten te kiezen. ‘Ik denk dat hij in de kern vooral een pragmaticus was die het systeem niet wilde afschaffen, maar wilde verbeteren.’

Zijn latere uitvinding van het supercenter was zo’n praktische ingeving, maar wel met een roman van de Franse schrijver Emile Zola in zijn achterhoofd, In het paradijs van de vrouw. Het boek gaat over een man die in Parijs een warenhuis runt waar alles te krijgen is, tevens voor de arbeidersklasse, en waar voorbeeldig met het personeel wordt omgegaan.

De geboorte van zijn arbeidersparadijs was wel iets minder prozaïsch. Er was een hele grote ruimte over naast hun supermarkt in Grand Rapids, en die dachten zijn opa en vader aan een grote discountshop te kunnen verhuren. Waarom eigenlijk?, zeiden ze op een dag tegen elkaar. We kunnen dat zelf runnen, zo ingewikkeld is het niet om schoenen, speelgoed en hamers te verkopen.

En: laten we er één gebouw van maken, dan hebben we geen aparte kassa’s meer nodig. Alles in één! Sla en ondergoed onder één dak. ‘Zo spectaculair was dit inzicht niet, maar je moet het wel bedenken.’

Meijer rijdt Greenville weer uit, wijzend op het bord Birthplace of Meijer’. Veel Amerikaanse supermarkten zijn in de loop der jaren verdwenen, maar Meijer bestaat nog steeds, een familiebedrijf bovendien. Een van de redenen is volgens hem dat er in zijn familie geen buitengewone hang is naar een luxueus, decadent bestaan. ‘Ik bedoel: we hebben zeer comfortabele materiële levens, en ook wij hebben een bedrijfsvliegtuig. Maar we zwelgen niet in onze rijkdom. Er is niet de permanente ambitie om zo veel mogelijk te cashen door naar de beurs te gaan of onderdelen te verkopen. Dat is dan toch wel het Nederlandse dat in ons zit.’

Terwijl het landschap van West-Michigan voorbijtrekt, met om de haverklap een verwijzing naar ‘Meijer’, zegt hij dat veel van het geld wordt ‘geherinvesteerd in ons eigen bedrijf’. ‘Ik zie het zo: je doet niet alleen zaken om te zien of je kunt groeien of hoe winstgevend je kunt zijn. Wanneer je in winkels herinvesteert, en ze mooier maakt, herinvesteer je in de klanten, in hun fysieke winkelervaring, en in een zekere mate van vriendelijkheid. Je probeert goeie relaties op te bouwen met de gemeenschap.‘

Heus, zegt hij, ze doen het niet uit altruïsme, want uiteindelijk willen ze zoveel mogelijk winst maken ‘om onszelf in stand te houden’. ‘We zijn kruideniers, en we weten dat mensen zich zorgen maken over de kosten van voedsel. Dan moeten onze klanten niet denken dat het opgaat aan het kopen van Rolexen of grote boten.’

Donald Trump

Meijer weet van de kritiek op hun overvloedige rijkdom, die door publicaties in zakenblad Forbes aanhoudend wordt aangewakkerd. Met name gedurende de covidcrisis draaide het bedrijf, net als alle supermarkten wereldwijd, flinke omzet. ‘Wij menen dat Forbes in ons geval stelselmatig overdrijft. We verschaffen geen informatie aan het blad. We vinden het vreselijk dat we in die rijkenlijst voorkomen. Je moet telkens uitleg verschaffen. Alle rijkdom van de familie-aandelen zit in een trust, waar we niet zomaar bij kunnen, en in vastgoed. Zo heeft onze vader het georganiseerd. Ik bedoel, we zijn niet zoals Donald Trump, die probeert te bewijzen hoe rijk hij is.’

Ai, daar valt de naam van Trump, terwijl Meijer zijn auto parkeert bij het Frederik Meijer Gardens & Sculpture Park, een kolossale beeldentuin, 64 hectare groot, die zijn vader dertig jaar geleden opende. Over de president van Amerika wil Meijer zich eigenlijk amper uitlaten. ‘Dat is omdat ik me niet van mijn klanten wil vervreemden’, zegt hij. ’En niet opeens een of andere overheidsdienst achter me aan wil hebben. Ik ben niet bang, maar zo gaat het wel. Kruideniers zijn de meest timide mensen op politiek vlak. Ik neem aan dat de helft van onze klanten op hem heeft gestemd. En die hebben we allemaal nodig.’

Trump daarentegen ging in het verleden vol op het orgel over de familie Meijer op een verkiezingsbijeenkomst in Michigan in 2021. Hij keerde zich daarmee vooral tegen de herverkiezing van Hanks zoon Peter, die als een van de tien Republikeinse congresleden pleitte voor het afzetten van president Trump, vanwege zijn rol bij de bestorming van het Capitool.

‘Een kerel die zijn naam spelt als M-E-I-J-E-R, maar ze spreken het uit als Meyer’, zei Trump. ‘Wat voor belachelijke spelling is dat?’

Peter Meijer, die als militair in Irak diende, verloor de herverkiezing van een door Trump gesteunde kandidaat en kreeg de nodige doodsbedreigingen. Ook een nieuwe poging in 2024 om gekozen te worden, mislukte. ‘Het was surrealistisch wat er gebeurde’, zegt Hank, terwijl hij door een gigantische kas loopt waar een tentoonstelling over vlinders te zien is. ‘Mijn zoon heeft een dikkere huid dan ik, en dat moet wel om in die politieke wereld te zitten. Maar het is niet niks om dat over mijn zoon Peter te horen. Ik steunde hem, maar het was niet zo dat hij mij om advies vroeg in die tijd. Peter gaat toch zijn eigen gang.’

‘Zeer middelmatig dichter’

Midden in de botanische tuin gaat hij even naast zijn gebeeldhouwde ouders zitten, Fred en Lena, zijn arm om zijn vader. ‘Hij maakte zich altijd zorgen over het voortbestaan van het bedrijf, zeker vanwege de existentiële dreiging van Walmart’, zegt hij. ‘Maar deze beeldentuin hier zal altijd blijven, generaties op generaties, zei hij dan, dit is mijn nalatenschap.’

Zelf heeft Hank Meijer niet de aandrang om zoiets groots na te laten. ‘Ik prijs mezelf gelukkig dat ik niet zulke monumentale gedachten heb’, zegt hij. ‘Ik beschouw mezelf als een mislukt fictieschrijver en een zeer middelmatige dichter’, zegt hij. ‘Maar ik hou wel van biografieën maken, jezelf onderdompelen in het leven van een ander. Dus daar doe ik het mee, qua eeuwigheid.’

Ja, een kruidenier in bonis die poëzie schrijft, dan gaat je fantasie al snel met je aan de haal. Metaforen als ribeye steaks, vochtige schoonmaakdoekjes, ingevroren zeevruchten, snelscankassa of rice crispy treats liggen voor het grijpen. ‘We moeten ons er niet te veel bij voorstellen’, zegt Meijer besmuikt lachend, een stuk of zeven gedichten durft hij zonder schaamte te laten lezen, en hier en daar werd hij gepubliceerd – that’s it. Eén keer, bekent hij, smolten de grootgrutter en dichter samen in een gedicht: Comfort Inn. Hij was na een opening van een Meijer-supercenter in Illinois en hij zat in zijn eentje in een restaurant, even bij te komen. ‘Het was zo’n intens, eenzaam moment dat je alleen in poëzie kunt gieten, en dan kan er opeens iets wonderlijks gebeuren.’

Ze moeten bij elkaar zijn, elke donderdag, deze groep vrienden die zichzelf The Scribblers noemen. Vertaald: de pennenlikkers. Ze zijn ‘hongerig’ om elkaar te zien. Eerst zagen ze elkaar wekelijks in The Cottage Bar, een morsig café waar van oudsher journalisten elkaar troffen. Maar die is gesloten en nu is Mangiamo, een Hitchcock-achtige villa, eveneens in Grand Rapids, de pleisterplaats.

Een voor een druppelen ze Mangiamo binnen, grijze mannen met baarden, voormalige redacteuren, psychologen, zakenlieden, professoren en een enkele oud-politicus, gevolgd door drie gepensioneerde zussen uit het uitgeverijwezen. Hun achternamen verraden een Nederlands-Amerikaanse afkomst: Vanderzicht, Greidanus, Tenharmsel, Vandenbosch, Disselkoen, Loeks. Een andere overeenkomst: geen Trump-liefhebbers, en in sommige gevallen zeer begaan met de ‘No Kings’-demonstraties.

Hank Meijer, nog steeds gekleed in de zwarte bedrijfspolo van Meijer Inc, ziet hoe het discours losbarst, voor de eerste drankjes arriveren.

De gereformeerde kerk krijgt ervan langs vanwege het niet erkennen van homorechten.

Hoe het was om op te groeien in Grand Rapids.

Wat een geweldige kerel Gerald Ford was.

Het korten op de wetenschap speelt populisten in de kaart.

Echte Nederlanders zijn zoveel vrolijker dan die strenge christelijk gereformeerde Nederlanders hier in West-Michigan.

Als Meijer lacht, danst het nekkoord met ‘Hank’ erop mee.

Wapperende jas

Op tafel ligt een vergeelde poëziebundel van Robert ‘Bob’ Vandermolen, die hij net kreeg toegestopt van een van The Scribblers. Voor hun vriend Bob heeft het gezelschap een week eerder een boom geplant in de Frederik Meijer Gardens & Sculpture Park, en zijn er gedichten voorgelezen.

De eerste keer dat Meijer zijn kompaan zag, zo’n vijftig jaar geleden, droeg die een lange jas die mysterieus wapperde in de wind. Een romantisch, poëtisch figuur, een lokale beroemdheid, want Bob publiceerde zelfs in een Engels literair tijdschrift. Zich aanpassen deed hij nooit, hij werd huisschilder om zijn gezin te onderhouden en publiceerde dertien bundels met glasheldere gedichten.

Met Bob en Larry, een andere vriend, begon Meijer lang geleden deze wekelijkse bijeenkomst. Het voelde als iets dat hij nodig had voor zijn ‘geestelijke gezondheid’ als zakenman in de wereld van het grote geld, zich ervan verzekerend dat er meer is dan kwartaalcijfers.

En nu is Bob dood, en is Larry dementerend en herkent hij hem niet meer. ‘Het valt niet mee om ouder te worden’, zegt Meijer. ‘Dat je vrienden overlijden, of uit je leven verdwijnen.’

Opeens klinkt het: ‘Op Bob!’, waarna er collectief wordt geproost.

‘Ja, op Bob’, zegt Meijer, en nipt van zijn biertje.

Dit is een verhaal uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next