Home

Betweters stellen geen vragen

Mijn favoriete betweters zijn Angela de Jong, Sander Schimmelpenninck en theoloog Stefan Paas. Angela de Jong vind ik heerlijk om naar te kijken en te luisteren (geen ironie). Soms valt haar verpletterend overzichtelijke wereldbeeld samen met het mijne, soms niet. Schimmelpenninck vent het betweterschap stilistisch formidabel uit; hij hoeft maar op een paar knoppen te drukken om mensen op de kast te jagen. Anders dan de eerste twee, die voor mij tot de betweter ter lering-ende-vermaak behoren, irriteert de pedanterie van Paas (theoloog, onder meer bekend als sidekick in de Ongelooflijke Podcast) me wel écht, en mateloos. Het is, vermoed ik, wederzijds.

Ik maakte mijn top drie omdat Mischa Blok een vierdelige serie heeft gemaakt over de homo betwetericus. In Mischa en de mannen die het beter weten (waarvan ik alle afleveringen al heb mogen zien) volgt ze Wierd Duk, Maarten van Rossem, Victor Vlam en Maurice de Hond. De serie zal ongetwijfeld veel losmaken, want dat is nu eenmaal het grote talent van de betweter: de stelligheid waarmee die uitspraken doet, roept irritatie op. Maar die loont ook, want in een aandachtseconomie regeert de stellige mening. Dat de werkelijkheid vaak complex is, schijnt ze niet te deren, en de meeste talkshows trouwens ook niet.

Aanvankelijk was ik verrast over Van Rossem in dit rijtje. Niet omdat hij geen betweter zou zijn, maar omdat hij me van een ander kaliber leek; meer de slonzige professor die met humor zijn kennis etaleert. Vlam en Duk zijn niet grappig, ook niet dom; de een is Amerikadeskundige, de ander Ruslandkenner. Maar hun betweterschap bestaat eruit dat zij die kennis juist vakkundig verbergen en zich overal over zijn gaan uitspreken vanuit één ideologisch en uiterst rechts en conservatief perspectief: morele betweters, kortom. De Hond is weer een ander type: die dompelt zich onder in onderzoek en laat vervolgens geen twijfel toe.

Wat deze drie gemeen hebben, althans, wanneer ze de betweter uithangen, is een overweldigend gebrek aan zelfreflectie. Toch is Van Rossem de meest klassieke betweter, zo leerde ik van On Pedantry: A Cultural History of the Know-it-All (2025) van Arnoud Q. S. Visser. Hij traceert het betweterschap terug naar de Stoïcijnen, die in hun tijd ook al behoorlijk irritant werden gevonden. De geschiedenis van de pedant is al heel lang de geschiedenis van wetenschappers die kennis etaleren en irritatie opwekken; hun critici waren onder meer anti-intellectualisten. Maar drie van de vier betweters in Bloks serie zijn juist zélf anti-intellectualistisch en populistisch, ze representeren naar eigen zeggen ‘de gewone man’.

Het meest memorabele beeld uit de serie vind ik het gezicht van Mischa Blok, wanneer ze naast Maurice de Hond aan zijn werktafel zit (Duk en De Hond hebben trouwens opmerkelijk grote bureaus waar ze veel tijd doorbrengen). De Hond heeft zojuist lang aan één stuk door gepraat. Mischa ziet er uitgeput uit en laat even haar schouders hangen. Ze legt het hem uiteindelijk voor: ik vind het lastig praten met jou, zegt ze. Hij niet. Hij vond het heerlijk. Misschien is dat tóch het grootste probleem: de betweters stellen geen vragen terug, maar overladen je met kennis en stellige meningen in de overtuiging dat je daarop zit te wachten.

Het zijn vooral mannen die uitblinken in betweterigheid, de mansplainer is daar bij uitstek het voorbeeld in. Dat merk ik zelf ook bij lezingen. De eerste ‘vraag’ bestaat meestal uit een betoog van een man gelardeerd met wetenswaardigheden, gevolgd door enkele correcties op mijn betoog, plus literatuur waarin ik me nog zou moeten verdiepen. Het zal andere vrouwelijke sprekers bekend in de oren klinken. Als de eerste vraag een betoog blijkt, hoop je dat de moderator ingrijpt. Anders doe je het zelf: je laat de man praten en praten, en dan zeg je: „En je vraag is?” Lachers gegarandeerd.

Het mooiste voorbeeld van mansplaining, Visser haalt het aan, komt trouwens van de geoloog Jessica McCarty. In 2021 vertelde ze in een tweet hoe ze op een NASA-conferentie wordt onderbroken door een man, wetenschappelijk gezien een broekie, die haar erop wijst dat ze écht eens het werk van McCarty e.a. moet lezen, gezien haar kennelijke interesse in menselijke oorzaken van brand. Ze kijkt hem aan en schuift haar haren weg zodat haar naamplaatje zichtbaar wordt, zegt dan, stoicijns: „Ik ben McCarty e.a.”

Visser merkt overigens op dat de pedant ook een nuttige functie in de samenleving kán hebben, bijvoorbeeld het debat op scherp zetten, mits de toehoorder de juiste respons weet te vinden. En dus: terug naar Paas. Wanneer ik het waag iets te schrijven over het christendom, in het bijzonder over de ChristenUnie, volgt steevast een bericht van hem met ‘vragen’ die geen vragen zijn, meer kritiek verpakt als vraag. Verschillende reacties probeerde ik uit, zoals van me afbijten („Je bent zelf een gepriviligeerde professor!”), of braaf de screenshots van de door hem gevraagde bronnen sturen. Tot ik hem vroeg: maar wat is eigenlijk je intentie met deze vragen, als je het antwoord al weet?

Het is nu een tijdje rustig. Ik denk dat we er bijna klaar voor zijn: we zouden zomaar eens een gesprék kunnen voeren.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next