Home

Haar drieling bleek verwekt met het zaad van de gynaecoloog. ‘Ik heb kinderen van een ander gedragen, dat vind ik het ergst’

Donorconceptie In plaats van met het zaad van haar man werd Johanna geïnsemineerd met dat van Jan Wildschut, de gynaecoloog. Bij de rechter vechten zij en haar drie kinderen ervoor dat het ziekenhuis aansprakelijk gesteld wordt. „Ik wil dat ze leren dat ze hier niet mee wegkomen.”

Drie baby’s in haar buik. En het eerste dat door Johanna’s hoofd ging nadat de arts het nieuws had gebracht, was de nieuwe tent. „Een vierpersoons-bungalowtje, maar die was nu dus te klein.” Hersenen maken vreemde sprongen als ze informatie moeten verwerken die zo onwaarschijnlijk is als het nieuws dat zij en haar man die dag kregen. „Het was een wonder.”

De kans dat een vrouw zwanger raakt van een drieling, is minder dan 0,1 procent. En bij Johanna was de kans op een zwangerschap van één al nihil. Het was het einde van de jaren tachtig. Zij en haar man zaten al jaren in een vruchtbaarheidstraject. „Uit onderzoeken was gebleken dat het niet lukte door het slechte zaad van mijn man.” Het stel had de hoop op een gezin bijna opgegeven en ze waren hun kinderloze leven al aan het inrichten. Nog één keer zouden ze een behandeling ondergaan.

Johanna vertelt erover in haar appartement dat uitkijkt op het grote park waar ze vaak haar hond uitlaat. Die was aan het begin van het gesprek even onrustig, maar ligt nu op zijn kussen naast de kamerplant te slapen. Op tafel staan chocolate chip cookies. Een van Johanna’s inmiddels volwassen kinderen is er ook, vooral ter ondersteuning van zijn moeder, want eigenlijk wil hij net als zijn broer en zus geen interview geven. En advocaat Mark de Hek zit aan tafel.

We zijn hier om het te hebben over het fertiliteitsbedrog waar Johanna slachtoffer van werd. Johanna is haar tweede naam, want ze wil anoniem blijven, haar volledige naam is bekend bij de redactie. In de kliniek werd zij bevrucht met het zaad van de gynaecoloog in plaats van het zaad van haar man, zoals hun was beloofd.

Johanna en haar kinderen, die inmiddels achter in de dertig zijn, moeten leven met wat hen toen is aangedaan, en zij willen erkenning voor het leed dat uit het bedrog is voortgekomen. In eerste instantie van het ziekenhuis, maar omdat het gesprek daar niet verloopt zoals ze willen, beginnen ze een rechtszaak om het ziekenhuis aansprakelijk te stellen. Door haar verhaal aan NRC te vertellen hoop Johanna op een breder besef van wat er in het verleden is gebeurd. Het is de eerste keer dat ze er in de media over spreekt.

De pasgeboren drieling in het ziekenhuis, in 1988.

27 voedingen per dag

Dit kreeg Johanna aan het einde van de jaren tachtig te horen in het Sophia Ziekenhuis in Zwolle (nu Isala): het zaad van haar man zou weer worden ‘opgewerkt’ – dat is een procedure waarbij de beste zaadcellen in het laboratorium worden uitgezocht. En het zou net als eerdere keren geïnsemineerd worden, dus in haar baarmoeder worden ingebracht. „Het moment van de bevruchting en het moment van de ovulatie werden zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. Zodat het de grootste kans van slagen had.” Het verschil met de eerdere behandelingen, was dat er dit keer met hormoonstimulatie gewerkt werd. Met medicatie worden de eierstokken dan gestimuleerd zodat er meer eitjes tegelijk rijpen.

Het was dus raak. Dat het een drieling was, zou niet het schokkendste nieuws blijken, maar zij waren wel het begin van een heel lastig gezinsleven. „Drie baby’s krijsen, huilen, ze willen allemaal tegelijk borstvoeding of een flesje. 21 voedingen per dag. Je bent maar met zijn tweeën. Je hebt altijd handen tekort.”

Het lukte Johanna, huisvrouw en naar eigen zeggen een „vechter”, allemaal maar net. Haar man lukte het niet om voor de kinderen te zorgen. „Hij was een hele grote kindervriend, maar met die van ons ging het gewoon niet. Hij voelde geen band.”

Volgens Johanna herkende hij niets van zichzelf in hun drieling en gaf dat enorm veel frustratie. De kinderen gingen hem „intellectueel voorbij”, zegt Johanna. „Hij was niet dom, maar hij was heel gewoon. Normaal.” Haar man werd een „vreemde in zijn eigen gezin”, kreeg mentale problemen. De stress heeft de psychoses doen oplaaien, denkt zij. „En dat, nou ja, de hele situatie eigenlijk, heeft gezorgd voor zijn vroegtijdige dood in 2016.” Hij heeft zijn leven beëindigd. De kinderen waren inmiddels eind twintig.

Het gezin ploeterde door, totdat er in 2021 nieuws kwam waardoor alles op zijn plek viel. In dat jaar werd bekend dat gynaecoloog Jan Wildschut, in de jaren tachtig en negentig werkzaam in het ziekenhuis in Zwolle, zijn eigen zaad voor behandelingen had gebruikt. Dat leidde ertoe dat de kinderen van Johanna een dna-test deden.

Inmiddels is bekend dat Wildschut meer dan zestig kinderen met zijn eigen zaad heeft verwekt. Bij stellen en vrouwen die een anonieme donor wilden, maar ook bij in ieder geval vier koppels (zeven kinderen) aan wie was beloofd dat de behandeling met het zaad van de wensvader zou zijn.

Heeft het gezin van Johanna ooit iets vermoed? „Het was nooit bij ons opgekomen dat hij niet onze vader was”, zegt hun zoon, die tot nu toe alleen heeft zitten luisteren. „Je denkt: oké, blijkbaar kan het dat je als kind helemaal niet op je vader lijkt qua uiterlijk. Blijkbaar kan het dat je geen enkele klik hebt.”

De man van Johanna heeft nooit te horen gekregen waar de disconnectie die hij voelde mogelijk vandaan kwam omdat hij al overleden was. Wildschut is in 2009 overleden en kon ook niet vertellen waarom hij zijn eigen zaad heeft gebruikt. Het vermoeden bestaat dat hij bij behandelingen met donorzaad zijn eigen sperma gebruikte als donoren niet kwamen opdagen. Hij wist dat het van goede kwaliteit was. Dat is de reden dat Johanna een drieling kreeg: ze was behandeld met hormonen en kreeg toen niet het slechte zaad van haar man geïnsemineerd, maar dat van de gynaecoloog. „Ik ben in wezen door hem verkracht. Zo voelt dat voor mij. Ik heb kinderen van een ander gedragen, dat vind ik het ergst. Het voelt als een vorm van overspel.”

Nietsvermoedend een dna-test

De afgelopen jaren zijn steeds opnieuw misstanden met betrekking tot donorconceptie aan het licht gekomen. Duidelijk werd dat gynaecologen decennialang en stelselmatig hebben gefraudeerd met behandelingen, op allerlei manieren. Meestal werden die misstanden ontdekt doordat mensen – soms nietsvermoedend – een dna-test deden bij commerciële databanken en ontdekten dat hun genetische vader iemand anders was dan ze dachten.

Vorige week werd in de Tweede Kamer met een overgrote meerderheid een motie aangenomen om onderzoek te doen naar het verleden. Wat ging er precies mis? En wie was daarvoor verantwoordelijk?

Van acht zorgverleners van vruchtbaarheidsklinieken – zeven gynaecologen en één vooralsnog anonieme laborant – is inmiddels bekend dat ze hun eigen sperma gebruikten, of ander zaad dan beloofd. Stichting Donorkind, die de misstanden bijhoudt, zegt bewijs te hebben dat meer artsen zich hieraan schuldig hebben gemaakt. De stichting heeft hun namen nog niet bekendgemaakt.

Na de ontdekking heeft Johanna zich lang geschaamd. Het voelde haast of zij had kunnen voorkomen wat haar was aangedaan. Maar in de loop der tijd maakte die schaamte plaats voor boosheid. „Ik weet nog goed dat ik in gesprek ging met het ziekenhuis, en dat ze zeiden dat ik het niet erger moest maken dan het is – al hebben ze later ontkend dat ze dat hebben gezegd. Toen knapte er iets in mij. Ik ben hulp gaan zoeken.”

Het onbegrip dat Johanna van het ziekenhuis ervoer, wakkerde de behoefte aan erkenning aan voor wat haar is overkomen. Zo kwam ze in 2023 bij letselschade-advocaat Mark de Hek, die de laatste jaren zijn werk heeft gemaakt van mensen die het slachtoffer zijn geworden van fertiliteitsfraude.

In de rechtbank kreeg Johanna aanvankelijk weinig erkenning. „Het ging heel anders dan we hadden verwacht, we voelden ons niet gehoord.” De rechtbank stelde het ziekenhuis in het gelijk en wees daarbij naar een verjaringstermijn van twintig jaar, die in 2008 verstreken zou zijn omdat de drieling in 1988 geboren was. Daartegen gingen Johanna en haar kinderen tegen in hoger beroep. Bij het hof voelde ze zich wél gehoord. „Het begon ermee dat de rechter mij een sterke vrouw noemde. Ze zei dat ze het heel schrijnend vond wat wij hadden meegemaakt.”

In hoger beroep werd bepaald dat Isala wel aansprakelijk was en dat het ziekenhuis een schadevergoeding zou moeten betalen. Het hof pleitte vanwege „de aard van de schade” en „de gevolgen van de gebeurtenis” voor doorbreking van de verjaring. Uit de uitspraak: „Met het ernstig verwijtbare handelen werd een inbreuk gepleegd op het zelfbeschikkingsrecht en de persoonlijkheidsrechten van de kinderen.” Het was voor het eerst dat een ziekenhuis ondanks het verstrijken van de verjaringstermijn aansprakelijk werd gesteld. 

Isala voerde in de rechtszaak het argument aan dat het ziekenhuis niet aansprakelijk kon worden gesteld voor de praktijken van de gynaecoloog, omdat die niet in loondienst was maar als ‘vrijgevestigd’ medisch specialist zijn eigen praktijk in het ziekenhuis runde. Daar ging het hof niet in mee: „Bestuurlijk-juridisch gezien was het ziekenhuis verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de gehele organisatie en daarmee ook van de afdeling fertiliteit”, staat in de uitspraak.

De kleinkinderen

„De mooiste manier om zo’n pijnlijk vraagstuk op te lossen is als partijen er onderling uitkomen”, zegt advocaat Mark de Hek. In zijn praktijk ziet hij dat mensen die te maken hebben gekregen met bedrog van gynaecologen meestal op zoek zijn naar erkenning. „Daarvoor is het belangrijk dat de partij die verantwoordelijk is, die verantwoordelijkheid ook neemt. Dat is ook wat wij wilden bereiken.”

Maar dat is niet gelukt. Het ziekenhuis is tegen de uitspraak in cassatie gegaan en het gezin wacht de uitspraak van de Hoge Raad nu af. Het is niet bekend wanneer die openbaar wordt. De Hek: „Ook in andere zaken rondom fertiliteitsfraude zie ik vaak dat de tegenpartij zich verhard opstelt. Ik denk dat ze vrezen dat anderen ook bij hen aan zullen kloppen.”

Johanna heeft van het ziekenhuis weinig „menselijkheid” ervaren, zegt ze. „Het voelde als een betonnen muur.” Het frustreert haar dat de procedure al jaren duurt en nog niet afgelopen is. „Ik ben ook niet meer de jongste.” Johanna en haar zoon hopen met hun rechtszaak een signaal af te geven aan grote organisaties met macht, zoals ziekenhuizen. „Ik wil dat ze leren dat ze hier niet mee wegkomen”, zegt zij.

De zoon vindt het voor zijn vader, die in 2016 overleed, ook heel triest, zegt hij aan het einde van het gesprek nog. „Hij was ons hele leven psychiatrisch patiënt, maar hij wilde altijd wel contact met ons. Daarom wilde hij ook steeds weer herstellen. Uiteindelijk lukte het nooit om contact te onderhouden. Nu weten we denk ik waarom het voor hem zo moeilijk was, maar zelf heeft hij dat geheim nooit gekend.”

Wildschut heeft het gezin opgezadeld met een probleem dat nooit meer weg zal gaan, constateert Johanna. Soms openbaren de consequenties zich op onverwachte momenten. „Toen ik bij het afzwemmen van een van mijn kleinkinderen was, ging ik terug in het verleden. Ik dacht aan mijn eigen kinderen, aan wat zij allemaal hebben gemist. En ik besefte dat het dna van Wildschut ook in mijn kleinkinderen zit.”

Met medewerking van Cas Reijnders

Over dit artikel Podcastserie Koekoekskind

Dit artikel maakt deel uit van een NRC-project over fertiliteitsfraude. Johanna, de vrouw die in dit verhaal aan het woord komt, is ook te horen in aflevering 5 van de podcastserie Koekoekskind. Heeft u ervaringen die u met NRC wil delen? Mail dan naar donorkind@nrc.nl

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next