Voetbal Zondag 14 juni speelt Curaçao zijn eerste WK-wedstrijd ooit, tegen Duitsland. Op het eiland is het enthousiasme groot, ziet fotograaf Mario Heller, al steekt het sommigen dat alle spelers van het nationale elftal zijn opgegroeid in Europa. „Op dit team kunnen we niet helemaal trots zijn.”
Op 19 november 2025 schreef Curaçao sportgeschiedenis door zich als kleinste land ooit te plaatsen voor het WK Voetbal.
Toen hij na de WK-loting in december zag welke landen er bij Duitsland in de poule zaten, knipperde Mario Heller even met de ogen. „Ik zag de naam Curaçao. Ik dacht: wat is dit voor land? Ik had er nog nooit van gehoord.”
De Zwitserse fotograaf ging poolshoogte nemen en reed in april een week lang rond over het eiland, waar 150.000 mensen wonen. Hij leerde dat Curaçao een land is binnen het Koninkrijk der Nederlanden. En dat alle spelers van het nationale elftal zijn opgegroeid in de diaspora, dus in Europees Nederland, waar ongeveer 140.000 Curaçaoënaars wonen.
„Dat vond ik vreemd. Hoe sterk zijn zij verbonden met het eiland? En wat zegt dit over de koloniale verhoudingen?” Veel mensen die hij op Curaçao sprak, zijn hier niet mee bezig. „Men hoopt vooral dat het WK Curaçao op de kaart zet, en toeristen trekt.”
Curaçao is vol van de Blue Wave, zoals het nationale team wordt genoemd.
Overal zie je slogans als: ‘Small island, big dreams’.
Maar de weg naar de vervulling van die dromen loopt vaak via Nederland.
Dat weet ook Bryan Anastatia (33), aanvoerder van Jong Holland, kampioen van Curaçao. Ooit speelde hij voor het nationale team.
Maar sinds de FIFA toestaat dat spelers ook voor het land van hun (groot)ouders mogen uitkomen, is dat voorbij.
Bondscoach Dick Advocaat kiest alleen Curaçaose profs uit Nederland.
Voor Bryan Anastatia smaakt de kwalificatie daarom bitterzoet. „Een WK is het mooiste wat je als voetballer kan meemaken. Maar op dit team kunnen we niet helemaal trots zijn. Veel goede spelers van hier kregen niet de kans om deel uit te maken van dit succes.” Hij hoopt wel dat Curaçao het goed doet. En dat het FIFA-geld wordt geïnvesteerd in de jeugdcompetitie. „Anders verandert er niets.”
In 2020 was er contact tussen voetbalclub Jong Holland op Curaçao en Ajax over het opzetten van een voetbalschool. Tot nog toe is dat nog niet van de grond gekomen. Wel levert Ajax ballen en doeltjes aan basisscholen op Curaçao.
Training van jeugdspelers in Willemstad. Jongeren met talent vertrekken vroeger of later naar Europees Nederland omdat daar voetbalscholen zijn die hen meer kans bieden op een loopbaan als profvoetballer.
Net als Anastatia verliet de beroemde keeper Ergilio Hato, de ‘Zwarte Panter’, naar wie het nationale stadion van Willemstad is vernoemd, Curaçao nooit, al speelde hij in de jaren vijftig enkele malen voor Oranje. De huidige nationale keeper, Eloy Room, heeft een tatoeage van Hato op zijn arm.
Foto van de legendarische keeper Ergilio Hato, de ‘Zwarte Panter’, naar wie het nationale stadion van Willemstad is vernoemd.
„Ajax en Real Madrid hadden interesse, maar Hato wilde geen prof worden”, vertelt cultureel antropoloog Valdemar Marcha (82), die oud-voetballers ondersteunt. Marcha is voetballiefhebber, maar ziet ongelijke kansen. „Als we dezelfde voorzieningen hadden als in Nederland, zouden de talenten hier blijven.” Voor hem zit de ongelijkheid ook in wie straks een eventueel WK-succes claimt. „Als Curaçao wint, is het een Nederlandse overwinning. Als we verliezen, zijn we die ander.”
Cultureel antropoloog Valdemar Marcha (82) was president van de Antilliaanse Luchtvaart Maatschappij ALM. Voor hem betekent de WK-kwalificatie vooral erkenning van Curaçao, al is hij wat bezorgd over te hoge verwachtingen. „Stel: we verliezen met dubbele cijfers van Duitsland, dan komen we getraumatiseerd terug.”
Stephany Seinpaal (39) is optimistischer. Zij was er op Jamaica bij toen Curaçao zich plaatste voor het WK. „Ik moest bijna huilen van vreugde.” Zondag is ze in Houston bij de wedstrijd tegen Duitsland. De kosten zijn hoog: 3.000 dollar. Ze lost dit in termijnen af.
Met haar moeder en twee kinderen woont ze buiten Willemstad.
Haar buurvrouw leeft met vier kinderen van het minimumloon. Soms vraagt ze Seinpaal om eten.
„Alles wordt duurder: benzine, elektriciteit, eten. Het geld is weg voor je het in handen hebt.”
Voor jonge Curaçaoënaars biedt Nederland kansen op een beter bestaan. Seinpaal studeerde in Nederland, en nu wil haar 16-jarige zoon Qmany daarheen om prof te worden. Hij was er net, met een jeugdteam van Curaçao. Ze verloren hun wedstrijden.
„Het was koud. En de Nederlanders waren snel.” Toch is hij enthousiast. Wil hij later voor Curaçao spelen of Nederland? Hij lacht. Dan zegt hij: „Nederland. Daar heb ik altijd van gedroomd.” En als Curaçao een goed WK speelt? Hij denkt na. „Misschien.”
Qmany Seinpaal (16) droomt van een profcarrière als voetballer in Nederland. Als hij zou moeten kiezen voor een nationaal team, dan is dat het Nederlands Elftal.
Drone-foto van het trainingscomplex van CRKSV Jong Holland, de oudste voetbalclub van Curaçao, opgericht in 1919, die twaalf keer landskampioen is geweest. De club werd dit jaar derde in de Promé Divishon.
Toeschouwers bij een wedstrijd dit voorjaar tussen Jong Holland en Victory Boys in de Promé Divishon, de hoogste voetbalklasse van Curaçao. De wedstrijd trok een kleine honderd kijkers.
De voormalige Oranje-international Patrick Kluivert poseert voor bezoekers van het Legends Tournament dat in april in Willemstad werd gehouden, waar ook de Braziliaan Ronaldinho en Wesley Sneijder aan deelnamen. De moeder van Kluivert is afkomstig van Curaçao en Kluivert was hier enkele jaren terug bondscoach.
De spelers van Jong Holland tijdens de warming-up voor een wedstrijd.