Wie trek heeft, moet van goede huize komen om alle ongezonde eetgelegenheden op het station links te laten liggen. Hoe lukt je dat toch?
Aan het eind van elke werkdag lopen honderdduizenden hongerige en moegestreden forenzen ’s lands stations binnen, om daar op de trein naar huis te wachten. Voor al die knorrende magen is, vooral op de grote stations, de keuze reuze. Links lonkt een snackbar, rechts de To Go-supermarkt vol met snoepgoed en chips en op het perron wacht de snackautomaat.
Niet alleen de treinreiziger krijgt dit soort haast onweerstaanbare verleidingen voorgeschoteld: ook bij de benzinepomp, in de winkelstraat en in de supermarkt zijn de fast- en junkfoodopties talrijk. Hoe wapen je jezelf tegen die snackimpulsen?
‘Dat is bijzonder lastig’, zegt Esther Aarts, in Nijmegen hoogleraar cognitie en voeding aan de Radboud Universiteit en hersenonderzoeker aan het Donders Instituut. Ze schreef het boek Waarom we een zak chips altijd in één keer leegeten.
Onze hersenen loodsten ons namelijk door tienduizenden jaren aan voedselschaarste. ‘Vroeger moest een jager-verzamelaar dagenlang op een dier jagen om aan vettig eten te komen, en voor snelle suikers moest je een bijennest uit een boom plukken. Dat kostte dus vrij veel moeite.’
Was zulk hoogcalorisch voedsel eenmaal voorhanden, dan gaven de hersenen het signaal om zo veel mogelijk te eten. Met diezelfde op schaarste ingestelde hersenen lopen wij nu over straat, door de supermarkt en de stationshal, vertelt Aarts. ‘De combinaties aan vet en koolhydraten die we daar tegenkomen – denk aan gebak, ijs en chocola – komen in de natuur niet voor.’
Gevolg: het limbisch systeem (‘het beloningssysteem van onze hersenen’, dixit Aarts) krijgt een onbehoorlijke hoeveelheid prikkels te verduren van al dat lekkers. Niet alleen door geuren en afbeeldingen van eten, maar ook indirect, door associatie. ‘Als kind leren we al: die grote gele M daar, daar willen we heen, want daar zijn hamburgers en friet.’
Wie tegen die prikkelrijke omgeving wil opboksen, staat bij voorbaat dus al met 3-0 achter. Niettemin heeft Aarts een paar zelfbeheersingstips om de achterstand in elk geval gedeeltelijk mee weg te poetsen.
Het belangrijkste advies: ga met een volle maag op pad. Voor sommigen wellicht een open deur, maar menig forens ontbijt dagelijks met een croissantje uit de stationssuper, weet Aarts. ‘Zo’n gewoonte moet je actief proberen af te leren. Ontbijt thuis, of maak ’s avonds alvast iets en neem dat ‘s ochtends mee. Havermout, bijvoorbeeld.’
Voor de terugreis geldt hetzelfde: ‘Neem iets gezonds, zoals volkoren boterhammen, mee naar werk om de tijd tussen lunch en avondeten te overbruggen.’ Eenmaal op het station is het volgens de hersenwetenschapper zaak om afleiding te zoeken, bijvoorbeeld door tijd te doden met een boek of serie.
Ook negatieve emoties, zoals verdriet, angst en boosheid, kunnen mensen naar ongezond voedsel drijven, zegt Aarts. ‘En de meeste emotionele eters grijpen niet naar een wortel, maar naar iets met veel calorieën.’ Hetzelfde geldt voor stress, in welk geval stresshormoon cortisol de boosdoener is – wederom een evolutionaire erfenis van onze nomadische voorouders.
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
‘Bij stress komt cortisol vrij. Daardoor denkt je lichaam dat je bent gevlucht of hebt gevochten en je energiepeil bijgevuld moet worden’, aldus Aarts. Ook dan is het station een gevaarlijke plek, vooral na een drukke werkdag op een druk perron.
‘Zoek dus een alternatieve uitweg voor je stress of verdriet, bijvoorbeeld door een vriend of vriendin te bellen. Of probeer een korte meditatieoefening, waarbij je op je ademhaling focust. Dat werkt ook bewezen stressverlagend.’ Een goede nachtrust is volgens Aarts eveneens een pré. ‘Je lichaam wil vermoeidheid namelijk compenseren door energie uit voedsel te halen.’
Maar verdrietig, gestrest of moe zijn is menselijk, benadrukt de hoogleraar. ‘Uiteindelijk is niet de consument, maar de ongezonde omgeving het probleem. Daar moet de overheid wat aan doen.’
Wat dat betreft vindt Aarts een medestander in Maartje Poelman, universitair hoofddocent aan de Wageningen Universiteit. 79 procent van het supermarktaanbod én van de supermarktaanbiedingen valt buiten de schijf van vijf en dat is problematisch, stelt zij.
‘Mensen dichten zichzelf gemiddeld meer zelfbeheersing toe dan ze in werkelijkheid hebben. Tegelijkertijd worden we on- en offline aan alle kanten verleid om ongezond voedsel te kopen. Zelfs via advertenties in de Volkskrant-app.’
Ongezond voedsel levert private bedrijven nou eenmaal geld op – de NS incluis. Dat bemoeilijkt verandering, bleek ook tijdens de verbouwing van een treinstation die Poelman met een aantal collega’s onder de loep nam. Pogingen van de gemeente om gezondere eetgelegenheden op het nieuwe station te realiseren waren tevergeefs.
Reden: het voedselaanbod op stations volgt een landelijk stramien en de NS kon geen uitzondering maken, tekenden de onderzoekers onlangs op in vakblad Wellbeing, Space & Society.
Toch is de overheid verre van machteloos, benadrukt Poelman. Een paar potentiële maatregelen uit haar koker: een suikertaks en een marketingverbod voor eten met veel verzadigd vet, suiker of zout.
En: gemeenten het mandaat geven om de komst van, pak ’m beet, een nieuwe McDonald’s tegen te houden. ‘In principe is dat gewoon een kwestie van politieke wil. Voor tabak is uiteindelijk ook soortgelijke wetgeving gekomen.’
Burgers die minder snackimpulsen voor de kiezen willen krijgen, kunnen de petitie van stichting Gezonde Generatie ondertekenen, tipt Poelman. Of: ga de straat op. ‘Het klimaat- en woonprotest kennen we, maar het eerste grootschalige protest voor een gezonde voedselomgeving moet nog komen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant