Home

Naar Spanje met de elektrische auto. ‘Dag drie. Weer een laadpaalloos hotel’

Elektrisch reizen Met hun nieuwe elektrische auto naar Barcelona, dat moet kunnen, dachten Mariët Meester en haar man. Onderweg troffen ze onbruikbare laadpalen, niet-bestaande laadpalen en héle langzame laadpalen.

Welke auto in de showroom was voor ons? We hoefden het ons niet af te vragen; op de neus van een glanzende zwarte bolide zagen we een enorme roodfluwelen strik liggen. Het was een onwerkelijk moment voor twee kunstenaarstypes die altijd van weinig geld hebben geleefd. Mijn schoonmoeder, die ons twintigduizend euro heeft nagelaten, had een heel groot cadeau uit de hemel laten vallen.

Naar de strik glurend vervoegden we ons bij de verkoper bij wie we de auto hadden besteld. Het was een voorraadmodel dat sinds enige maanden in de opslag stond, zodat we korting hadden gekregen. ‘Voorraadmodel’, ‘opslag’, voor ons waren het onbekende fenomenen. Onze vorige auto’s waren tweedehands; eerst een bestelbus met opklapbed waarmee we heel Europa doorkruisten, daarna een zuinig stadsautootje. Zelf heb ik geen rijbewijs en mijn levensgezel is pas op zijn 43ste aan autorijden begonnen, waardoor we een matig ervaren koppel zijn. Elektrisch rijden was onze grote wens. Aangezien autokenner Bas van Putten in NRC ”niets aan deze auto is dom” had geschreven, was de keus op een Hyundai Inster gevallen.

Na het nodige papierwerk en een uitgebreide uitleg werd de karikaturale strik verwijderd en onze aanwinst de showroom uit gereden. Buiten leek hij ineens kleiner, gelukkig maar.

De nieuwe auto reed fantastisch. Wel moesten we onszelf een andere manier van denken aanleren. Het bereik was kleiner dan we hadden verwacht, met de batterij-inhoud van 49kWh lukte het niet de beloofde 370 kilometer te halen. Nadat ik er een nacht wakker over had gelegen, belde de verkoper voor de nazorg. Het kwam door het weer, legde hij uit. Het was toevallig erg koud. Boven de vijf graden haalde je volgens hem het beloofde bereik wel degelijk, wat later ruimschoots bleek te kloppen. Op één batterijlading leggen we makkelijk vierhonderd kilometer af.

Het opladen was ook even wennen. We bezitten geen oprit, laat staan zonnepanelen, zodat we van openbare laadpalen afhankelijk zijn. De stroomprijs per paal verschilt, alweer iets dat we niet wisten. Zelfs het moment waarop je laadt doet ertoe. Via een app van Greenchoice, ook thuis onze energieleverancier, ontdekten we ‘slim laden’. Je auto laadt dan op de goedkoopste momenten, bij onze favoriete laadpaal betalen we zo nog geen 35 cent per kilowattuur.

Ondanks de verworven kennis bleef het ietwat lastig om na twee Fred Flintstone-auto’s de overgang naar de 21ste eeuw te maken. „Nu is er ineens nóg iemand die zich ermee bemoeit”, hoorde ik regelmatig vanaf de bestuurdersstoel, er klonken irritante piepjes. Soms verscheen er een kop koffie op het display, dan wilde de auto dat we pauzeerden.

Met het stadsautootje was het altijd blijven wringen dat je er niet in kon slapen. Dat was ook een reden dat we voor de Inster hadden gekozen, sommige mensen maken er een kleine camper van. Toen we probeerden de banken plat te klappen, kwamen ze inderdaad mooi vlak te liggen. Matrasje erop, lange lijven erop: we hadden weer een rijdend bed.

Nóóit moeilijkheden

Omdat we waren uitgenodigd voor een feest in Zuid-Spanje, besloten we meteen een experiment te wagen. Was het mogelijk met deze auto naar Spanje te reizen? In een latere tekst had Bas van Putten geschreven dat hij er best mee naar Zuid-Frankrijk durfde, Barcelona moest dan ook haalbaar zijn. Daarvandaan wilden we per hogesnelheidstrein verdergaan. Om niet verkreukeld op het feest te arriveren, zouden we het slapen in de auto voor een volgende keer bewaren. Voor de heenweg trokken we vier dagen uit, dan konden we onderweg à l’improviste hotelletjes zoeken. Op de terugweg wilden we in een dorp in de Bourgogne verblijven waar we vroeger hebben gewoond.

En zo zoefden we op een zondagochtend om 6.15 uur in ons luxe vervoermiddel zuidwaarts. Van alle kanten was ons verzekerd dat een achterneef of een verre kennis reizend met een elektrische auto nóóit moeilijkheden ondervond, we waren vol vertrouwen. Zoals wordt aanbevolen hadden we meerdere laadpassen op zak; niet alle buitenlandse oplaadpalen werken op dezelfde pas.

In een elektrische auto zit je in feite in het binnenste van een computer, via corresponderende apps had ik een eerste stopplaats kunnen plannen. Op het juiste moment zouden we een zogenaamde snellader bereiken. Terwijl jij dan je benen strekt, laadt je accu in twintig minuten weer op. Onze autoverkoper had uitgelegd dat je dat maximaal vier maal per maand mag doen, de batterij wordt er heet van, dan kunnen de cellen beschadigen.

Het verwijsbord naar de snellader stond op de geplande plek in Noord-Frankrijk. Er was alleen wel een rood kruis overheen gekalkt. Terwijl ons bereik tot onder de tachtig kilometer daalde, begon ik paniekerig te hannesen met apps op twee telefoons. Lukraak namen we een afslag en belandden op de parkeerplaats van een winkelcentrum. Daar stonden, halleluja, wel tien laders opgesteld, gewone, snelladers en één ultrasnelle, een display gaf de prijzen aan. De laadpas van Greenchoice deed het en het aankoppelen ging goed, weer wat geleerd. Aan een snellaadpaal zit al een kabel, waardoor je die van jezelf niet hoeft uit te rollen, ideaal.

We vulden de batterij tot 80 procent, bij snelladen is dat het verstandigste, anders forceer je hem te veel. Terwijl we verder reden, probeerde ik uit te vinden waar we waren geweest, hoeveel er was geladen en wat dat kostte. Maar gek genoeg verscheen er niets in de laadgeschiedenis van de Greenchoice-app, als gunst van de voorzienigheid hadden we proletarisch geladen. Toen we vlak voor Parijs nog eens snellaadden, verschenen de kosten wel.

Die eerste dag kwamen we tot Orléans. Onderweg had ik een kamer van een hotelketen geboekt die zich laat voorstaan op duurzaamheid, op het parkeerterrein stond vast een oplader. Maar nee, die stond er niet, de receptionist wist ook geen laadpaal op straat. Dan morgen maar een oplossing zoeken, besloten we.

Geen oplader te bekennen

Vanuit Orléans kachelden we de volgende ochtend over een binnenweg richting Vierzon. Het plan was om daar langzaam te laden en ondertussen een stadswandeling te maken. We zijn zuinig op onze nieuwe auto en wilden niet te vaak snelladen. Helaas bleek het centrum van Vierzon tijdelijk afgesloten en kwamen we toch weer bij een winkelcentrum terecht. We deden boodschappen, wandelden in een onaantrekkelijke omgeving en testten een eigen uitvinding: een dienblad als eettafel op de platgeklapte passagiersstoel, de volgende stap richting kampeerauto. De een gebruikte de maaltijd achterin, de ander vanaf de bestuurdersstoel. Daarna was de batterij nog steeds niet gevuld.

’s Middags bereikten we een hotel in Clermont-Ferrand, waar opnieuw geen oplader te bekennen was. De volgende ochtend zochten we een Aldi die een oplader zou hebben, het bleek een Lidl met ouderwetse, onbruikbare laadpaalstopcontacten. Bij het verlaten van de stad zagen we toch een Aldi, waar we de auto aan de oplader zetten, boodschappen deden en een wandelpad langs een beekje troffen. Zo idyllisch had ik het ongeveer verwacht.

Dag drie, Béziers. Weer een laadpaalloos hotel. In het vervolg moest ik bij het online boeken ‘laadpaal’ als criterium invullen. Hier stond op loopafstand wel een oplader op straat, waarmee alleen de pas van de ANWB correspondeerde. „Wat een gedoe!” noteerde ik in mijn dagboek. „Je bent er de halve dag mee bezig, het beheerst je denken.” In onze vorige auto kreeg ik altijd ideeën voor mijn werk, door alle spanningen bleven die nu uit.

Toen we de grens naar Spanje overstaken hadden we al viermaal een snellader gebruikt, je wordt vanzelf makkelijker. Bij een Spaanse Aldi bleef onze laadstekker muurvast in de laadpaal zitten, een personeelslid zei nuchter: „O, dat gebeurde vorige week ook al eens.” In een hotel net boven Barcelona, in Mataró, mocht de auto in de parkeergarage blijven staan terwijl we zelf naar het feest waren. We kregen er gratis een lader tot onze beschikking, service van de zaak.

Na vier zorgeloze dagen in het zuiden vertrokken we vanuit Mataró naar de Bourgogne met een 100 procent volle batterij. Om de levensduur te verlengen is het bij langzaam laden beter hem voor maar 90 procent te vullen, maar ja, dat vermindert het bereik. Wel probeerden we er altijd 20 procent in te laten zitten. In Zuid-Frankrijk troffen we snelladers die op geen enkele app stonden, zo nieuw waren ze. Groot display, heldere uitleg; zo moet het in de toekomst overal. Het volgende laadstation daarentegen bestond uit één sneue paal tussen wat puinhopen, maar hij werkte wel.

Heel laat ’s avonds arriveerden we op onze bestemming, negenhonderd kilometer noordwaarts. Jammer genoeg konden we de volgende ochtend de klep van de dorpslaadpaal niet open krijgen. We reden naar het dichtstbijzijnde stadje, waar we er eentje troffen die met spinrag was overdekt, hij had het leven gelaten. Een andere, bij een supermarkt, bleek al vijf jaar geleden weggehaald. Ook een poging bij het treinstation mislukte, waarna we naast een volgende supermarkt toch weer moesten snelladen. „Niets aan deze auto is dom”, zei een van ons moedeloos. „Behalve de inzittenden.”

Koeien aan een melkmachine

Na vijf dagen in het lieflijke Bourgondische heuvellandschap ving de terugreis richting Nederland aan. Eerst namen we binnenwegen, ongelooflijk hoe zuinig een elektrische auto dan is. Bij afdalingen zagen we het bereik omhoog gaan, erg leuk. Toen we met een vijftal andere auto’s stonden te snelladen, kreeg ik associaties met een boerderij, alsof we koeien waren aan een melkmachine. Bij een volgende snellader dacht ik aan paarden en begon ik de romantiek van de situatie in te zien. We waren ons paard aan het drenken, we lieten hem rusten en eten, aan een halstertouw onderging hij het goedmoedig.

In het donker reden we onze wijk in Nederland binnen met voor nog slechts 35 kilometer stroom in de batterij. In totaal hadden we in vijftien dagen 3.278 kilometer gereden en elfmaal snelgeladen. De laadkosten bedroegen €142,49, nog geen 4,5 cent per kilometer. Vijfmaal hadden we niets hoeven betalen, meestal bij een supermarkt.

En toen had het lot nog een grande finale in petto. De volgende dag lukte opladen bij de vertrouwde laadpaal niet, hoe kon dat nou? Vol stress wisten we een garage vlakbij te bereiken, waar een monteur het raadsel oploste: in onze laadstekker was een steentje tussen twee polen terechtgekomen. Een steentje, een minuscuul onderdeel van de natuur, had een ingewikkelde mensenvinding een loer gedraaid.

Reizen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next