Home

Geboortelanden en landen van herkomst zijn in het voetbal een allang gepasseerd station

is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Laten we het ook eens van de positieve kant bekijken: het wereldkampioenschap voetbal is een feest van internationalisering en diversiteit. Formeel is het een sportieve strijd tussen de landen van de wereld: wie kan er het beste voetballen? Chauvinisme is de drijfveer achter tv-contracten, sponsordeals en uitbundig versierde straten.

Maar in een schitterend stuk dat donderdag online verscheen, laat Pepijn de Lange zien dat het WK helemaal geen viering van chauvinisme is, maar juist een feestelijk mengelmoesje: een kwart van de WK-spelers komt helemaal niet uit het land waarvoor ze voetballen.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het voetbalfeest speelt zich voornamelijk af in het land dat is gemaakt door migranten, nadat die de oorspronkelijke bewoners hadden vermoord of in reservaten hadden opgesloten. Een deel van de migranten – de zwarte – kwam niet uit vrije wil.

Nu is Amerika een eng land geworden dat zich steeds meer van de wereld afkeert en dat zo doodsbang is geworden dat het een Afrikaanse scheidsrechter die een paar WK-wedstrijdjes kwam fluiten bij de grens heeft teruggestuurd. Dat incident, en nog een paar andere, laat nog eens zien dat we te maken hebben met een zieke, meelijwekkende natie.

Daar staat veel moois tegenover, laat De Lange zien. Bijvoorbeeld dat meer dan een op de vijf WK-spelers afkomstig is uit vier landen: Frankrijk, Duitsland, Engeland en Nederland. Met de in die landen geboren spelers zou je tien WK-selecties kunnen vullen.

Dat kun je zien als een teken van nieuwe vrijheid: voetbal waar je wilt, landsgrenzen zijn ook maar een bedenksel. Pessimisten zien het als een teken van gebrekkige integratie of onvoldoende kwaliteit: sommige spelers kiezen voor het land van herkomst van hun ouders of grootouders, andere zouden niet in aanmerking komen voor het nationaal elftal van hun geboorteland maar vormen een welkome versterking voor Kaapverdië – prima en uitstekend.

De nadruk op geboortelanden en landen van herkomst is in het voetbal een allang gepasseerd station. Een Engelse minister van Sport stelde in de jaren negentig serieus voor om het Engels elftal voortaan samen te stellen uit spelers die actief waren in de Premier League: dan zou Engeland tenminste weer eens wereldkampioen worden. Dat plan was een prettige breuk met het vermaledijde nationalisme dat het voetbal in zijn greep houdt, maar het was uiteraard kansloos.

Het voetbal is de discussie over afkomst allang voorbij. Oranje bijvoorbeeld is een aangename multiculturele mix van spelers met roots in Suriname, Togo, Ghana, Ivoorkust, Aruba, Indonesië en Curaçao – en Frenkie de Jong uit de Betuwe. De herkomst van de selectie van de grote favoriet Frankrijk is nog diverser: als het land wereldkampioen wordt, kan de halve wereld feestvieren vanwege de bijdrage aan het elftal.

Dat is de stand van zaken. De voetbalmondialisering is een realiteit die vanwege duistere motieven wordt verdonkeremaand. Ondanks de racistische geluiden die nog regelmatig neerdalen vanaf voetbaltribunes, interesseert het feitelijk niemand waar Cody Gakpo’s vader vandaan komt, zolang Gakpo maar lekkere voorzetten geeft en de bal namens Oranje strak in de kruising kegelt. Voetbal is pragmatisch en vreemdelingenhaat is dat per definitie niet.

De demonstranten bij azc’s zijn een vloek voor de toekomst van Oranje. Zij jagen jonge voetbaltalenten de schrik op het lijf. Als hij het beste voorheeft met de toekomst van het Nederlandse voetbal, zegt bondscoach Koeman dat het een keer afgelopen moet zijn met het gedonder.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next