De meeste Nederlanders gebruiken in de supermarkt de zelfscankassa, in plaats van de spullen nog op de lopende band te zetten. Dat levert tijdwinst op, maar er gaat veel mee verloren. ‘Mensen komen graag bij mijn kassa. Ik denk door mijn aura, ik ben altijd positief.’
Niet iedereen heeft er zin in, een praatje bij de kassa. Sterker nog: sinds de opkomst van de zelfscankassa’s vermijden velen elk contact bij het boodschappen doen. Oortjes in, blik op de grond. Het merendeel van de Nederlandse klanten scant liever zelf, in plaats van de spullen nog op de lopende band te zetten, blijkt uit cijfers van supermarkten.
Maar daarmee gaat veel verloren. De supermarkt is al decennia voor jongeren het begin van hun werkende bestaan, zoals ook voor de verslaggevers van dit stuk. Het is een plek waar jonge werknemers hun eerste salaris verdienden en leerden spiegelen, terugtellen en hoe om te gaan met lastige klanten of collega’s.
Een plek waar deze verslaggevers werden ingewerkt door beroepscaissières: veelal vrouwen die van dit werk leefden en een bezoek aan de supermarkt kleur gaven. Zoals Chantal, die klanten de oren van het hoofd kletste met roddels en relatieadvies. Of Jolanda, die iedere maand weer de nieuwe weekendkrachten uitlegde dat het belangrijk was om ook met alcoholisten een praatje te maken.
De beroepscaissière bestaat zeker nog. Maar de groep krimpt en het werk verandert, laten de supermarkten weten. Caissières zijn veelal servicemedewerker geworden, en staan afwisselend bij de kassa en het ‘zelfscanplein’. Of, zoals Lidl het verwoordt, ‘de winkelmedewerker van de toekomst is een allround host die klanten verwelkomt, helpt en adviseert’. Tegelijkertijd voorspellen de winkels dat de kassa nooit helemaal zal verdwijnen. Het persoonlijke contact in de winkel blijft wat hen betreft onmisbaar.
Hoog tijd om de bedreigde beroepsgroep zelf aan het woord te laten. Want hoe is het om achter de kassa te zitten, en soms een hele carrière in dezelfde winkel door te brengen? Hoe voelt het als iemand uit de winkel steelt, welke grappen kun je wel of niet maken en hoe ga je om met een demente klant? Hoe hebben de beroepscaissières hun werk zien veranderen, en wat vinden ze daarvan?
Naam: Joke van Snoo
Leeftijd: 66
Winkel: Jumbo in winkelcentrum Walburg, Zwijndrecht
Werkt in een supermarkt sinds: 1976
‘Ik begon op mijn 15de bij de Torro, ook hier in het winkelcentrum. Toen vroeg die baas: ‘ken je nie bij ons komen?’ Nou, dat wilde ik wel. Rond mijn 18de heb ik nog even getwijfeld over de zorg. Maar dan heb je soms ook mensen die dement en vervelend worden. Bij de kassa heb je dat ook weleens, maar het duurt altijd maar even.
‘Vroeger was het werk anders. Ik had zo’n kassa waar je lekker hard op kon rammen. Het was toen niet gemoderniseerd zoals nu. Net zoals met die zelfscankassa’s. Ik weet niet of ik het mag zeggen, maar mijn ding is het niet. Er wordt veel gepikt. Van mijn bedrijfsleider mag ik gelukkig altijd achter de kletskassa.
‘Ik zeg weleens: ik ben een soort sociaal medewerkster. Hier in de buurt wonen veel ouderen. Ik kijk altijd naar de mensen en als ik denk: die zit om een praatje verlegen, zeg ik ‘oh, gaat het niet zo lekker?’ Nou, dan krijg je een hele riedel natuurlijk. En dan voelt zo’n oudje zich toch weer gezien. Er zijn genoeg mensen die een grapje maken. Dan zeg ik: ‘Als je nu je lip niet dichthoudt, dan sla ik hem dicht.’ Nou, dan hebben ze de grootste lol. Ik weet nog dat ik op Mallorca liep met mijn man en toen riepen ze: dat is Joke van de Jumbo!
‘Een keer stond er een vrouw aan de kassa, ik had eerder gezien dat ze zwanger was, dus ik zeg: wat is het geworden? Was het kindje doodgeboren. Ik heb met haar staan huilen. Maar ook andersom. Toen mijn man overleden was, stonden de collega’s, maar ook klanten achter de kassa: ‘Oh we hoorden van je man.’ Ik weer janken. Op zulke momenten voelt het echt alsof het mijn eigen supertie is.
‘Volgend jaar februari ga ik met pensioen, dat moet volgens de cao. Maar ik ben toch bang voor een zwart gat. Na mijn man zijn ook mijn twee katten overleden. Dus ik had het er met de bedrijfsleider over. En hij zegt: dan solliciteer je gewoon opnieuw, en kom je desnoods één of twee ochtenden, weet je wel?’
Naam: Michael Sijahailatua
Leeftijd: 55
Winkel: Lidl in Stein
Werkt in een supermarkt sinds: 2007
‘Vroeger wilde ik altijd de verzorging in. Maar bij het praktijkgedeelte was ik te lief, te zacht. Ik ben een gevoelig mens. In de supermarkt kan ik ook mensen helpen. Als ik zie dat iemand de hele tijd rondjes loopt, vraag ik: ‘Zoekt u iets? Kan ik u helpen?’ Bij de kassa help ik de oudere klanten met het inpakken.
‘We hebben hier sinds februari een zelfscan. Alleen maar leuk. Je loopt van hot naar her en leert nieuwe dingen. Ik probeer mensen erheen te lokken, want ze moeten nog wennen. Daar kun je mensen ook helpen. Als ik zelf boodschappen doe, ga ik meestal ook naar de zelfscan.
‘Vrienden zeiden weleens: dat houd jij niet lang vol. Maar ik ben er nog. En nu zijn ze soms jaloers: Michael, bij jou staat altijd zo’n lange rij. In Den Bosch heb ik weleens tegen de laatste in de rij gezegd: ‘De andere kassa is ook open.’ Die mevrouw keek naar de caissière en zei: ‘Nee, ik blijf bij jou.’
‘Er was ook een oude man die altijd met zijn dochter boodschappen kwam doen, en op een dag vroeg zijn dochter of ik op zijn verjaardag wilde komen in het bejaardentehuis. Dat heb ik gedaan. Hij vroeg altijd naar mij, dan moet je toch iets terugdoen?
‘Ik zie mezelf ook als een ambassadeur van de Lidl. Als ik aan het werk ben, ben ik alert. Als ik denk dat iemand probeert te stelen, zeg ik daar wat van. Het gaat ook mij aan. Of in een ander filiaal waar ik eerder werkte, daar had een overval plaatsgevonden. Ik moest daarna werken. Toen de rayonmanager open deed, begon ik meteen te huilen. ‘Waarom huil je?’, vroeg hij. Ik zei ‘Ja, potverdorie, het is ook mijn filiaal hè?’’
Naam: Anna Jacoba Koning
Leeftijd: 49
Winkel: Spar Boonstra Dokkum
Werkt in een supermarkt sinds: 1994
‘Ik heb na de mavo de kappersopleiding gedaan, maar ik wist toen eigenlijk niet wat ik wilde. Op mijn 15de was ik al begonnen bij de Super, op de slagersafdeling. Toen er na mijn afstuderen weinig kapperswerk was, heb ik maar meer uren bij de supermarkt genomen. Daarna gingen we samenwonen en toen dacht ik: ach, ik kijk later nog weleens.
‘Toen ik hier al een tijdje werkte, vroegen mensen me soms: wil je niet eens iets anders? Ik schrok daar van, moet dat dan? Maar eigenlijk wist ik: nee, ik zit hier goed. Ik werk in de buurt waar ik ben opgegroeid, drie ochtenden, en kan altijd diensten ruilen met collega’s als het nodig is. We kennen de meeste klanten, en sturen ze ook kaartjes: bij een vijftigjarig huwelijk, of als iemand in het ziekenhuis ligt.
‘Aan de kassa heb je echt contact met mensen uit de buurt. Even inchecken. ‘Oh bent u vandaag alleen?’ ‘Ja mijn man is gevallen’, en dan de volgende keer vragen hoe het nu is. ‘Dat doe ik altijd in het Fries. ‘No, binne Jo der ek wer?’ Veel ouderen kunnen ook niet anders. Het is je moedertaal, daar kun je je beter in uiten.
‘Ik ben wel blij dat we geen sigaretten meer verkopen. Een tijdlang moesten we iedereen onder de 25 vragen hoe oud ze waren. Dan kwam er soms iemand undercover controleren en kon je een rode kaart krijgen als je het niet had gevraagd. Die heb ik ook een keer gehad. Daar heb ik last van gehad. Het voelde vervelend dat ze die verantwoordelijkheid bij ons legden.
‘Het valt me wel op dat het contact afneemt. Ik zie het vooral bij de jeugd, die gaat altijd naar de zelfscan. Dan hoeven ze niet te praten. Ook de jonge meiden die hier komen werken, die moet ik leren goedemorgen te zeggen en een praatje te maken. Maar ik snap het ook, het is een andere tijd.
‘Het maakt het ook niet beter dat er zoveel kassa’s verdwijnen. Natuurlijk, iedereen heeft haast, en voor winkels is het goedkoper, maar het is allemaal zo onpersoonlijk. Als je mensen moet controleren, denken ze dat je ze niet vertrouwt. Nee, ik ben blij dat de meeste mensen bij mij bij de kassa komen, dat is de kracht van een buurtwinkel.
‘Niet iedereen heeft het geduld om om te gaan met oude mensen, maar mij geeft het juist een fijn gevoel om ze te helpen. Er kwam hier vaak een demente man. Zijn pinpas werkte niet meer. Mijn collega’s zeiden dan weleens: ‘Oh, daar heb je er weer één.’ Maar ik vind dat sneu. Ik ging dan naar hem toe en praatte met hem. ‘Zullen we anders kijken of uw pinpas het wel doet?’ Je moet geduld hebben en het spelletje meespelen. Want ik denk dan: het zou jouw vader maar zijn.’
Naam: Ari Souza
Leeftijd: 63
Winkel: Albert Heijn op de Europaboulevard, Alkmaar
Werkt in een supermarkt sinds: 1991
‘Ik kom uit Brazilië, en heb daar als reisleider een hoop meegemaakt. Overvallen bijvoorbeeld. Ik had wat gespaard en besloot in augustus 1990 naar Europa te vertrekken, om een vriend van mijn ouders in Heerhugowaard te bezoeken. Bij hem mocht ik blijven.
‘Ik kwam altijd in deze Albert Heijn om boodschappen te doen. Op een dag zag ik een folder met ‘Ik zoek u’. Ik was meteen enthousiast. Een leidinggevende vertelde me wat ik moest doen. Ik pakte een mop en begon schoon te maken. Ik sprak de taal niet, dus wat moest ik anders? De leidinggevende kwam terug en zei: ‘Wat doe je nou? Je moet niet schoonmaken, maar vakkenvullen.’
‘Ik ben wel nostalgisch naar die begintijd. We waren zes dagen per week open, van negen tot zes. Vijfentwintig kassa’s naast elkaar. We zaten gewoon met zijn allen te scannen, ‘piep, piep, piep’. En op koopavonden samen eten bij de cafetaria. Dat was geweldig.
‘Nu hebben we nog maar twee kassa’s, en verder zelfscan. Dat is een grote verandering geweest. Maar ik vind ook: je moet met je tijd meegaan. Ik vind het ook helemaal niet erg om iemand erop aan te spreken als hij iets vergeten is te scannen. Je moet het met humor brengen, maar wel een beetje streng: ‘Wat heb jij nou gedaan? Niet meer doen hoor, anders roep ik de bedrijfsleider.’
‘Mensen komen graag bij mijn kassa. Ik denk door mijn aura, ik ben altijd positief. Toen een vaste klant met een blauwe plek aan mijn kassa kwam, zei ik eens: ‘Wat heeft je man nou gedaan?’ Ze barstte in huilen uit. Ik maakte een grapje, maar het bleek echt waar. Het was niet zo druk, dus ik heb haar even apart genomen en met haar gepraat. Dat betekende veel voor haar.
‘Sinds een aantal jaar ben ik ook reis-influencer. Na mijn pensioen wil ik daarmee door, maar ik ga het werk hier echt missen. Albert Heijn is als een familie voor me, ik heb hier veel vrienden leren kennen, zekerheid en veiligheid gekregen. In Brazilië moet je eerst een volledig jaar werken voor je een vakantiedag krijgt.’
Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant