Home

Opinie: Ben ik dan geen knappe meid meer nu ik niet kan zien?

Een handicap wordt niet direct veroorzaakt door een lichamelijke of mentale functiebeperking, maar door de wisselwerking tussen die beperking en fysieke en sociale drempels in de samenleving.

Op 14 juni is het tien jaar geleden dat Nederland het VN Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap ratificeerde. Klinkt misschien niet zo boeiend, maar voor mij is het een belangrijk jubileum. Waarom? Ik zal bij het begin beginnen.

Acht jaar geleden, op mijn 20ste, verloor ik door een erfelijke ziekte een groot deel van mijn zicht. Daardoor kan ik nu niet meer lezen, fietsen, of gezichten herkennen. In een periode van ongeveer drie maanden veranderde ik van gewone student in een gehandicapte. Ik behoorde ineens tot een gemarginaliseerde minderheidsgroep.

Over de auteur

Hanna Nijenhuis is Masterstudent Disability Studies aan de Universiteit van Leeds.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Alles zat mee

Dat was wennen. Verder ben ik namelijk wit, hetero, en hoogopgeleid. Ik ben alleen geen man, maar verder zat dus tot dan toe alles mee.

Ik deed ook altijd erg mijn best om me ervan bewust te zijn van hoe goed ik het had, en ik vond mezelf ontzettend progressief. Ik kwam op voor alle minderheden. Vooroordelen? Die had ik niet. Dacht ik. Totdat ik zelf dus ineens bij een van die minderheden hoorde. Ik werd compleet overvallen door alle onbewuste vooroordelen die ik had.

Want hoe ging ik een leuk leven leiden zonder zicht? Dat kan toch helemaal niet? Ik had een beeld in mijn hoofd van een zielige blinde die thuis zat met een uitkering en nooit meer echt waardevolle dingen zou kunnen doen. En zo wilde ik niet zijn.

Vooroordelen

Ik denk dat veel mensen deze onbewuste vooroordelen hebben over hoe een leven met een handicap is. Misschien denk je nu, nee hoor, ik niet. Maar weet je dat zeker? Denk je niet ergens: oh wat sneu voor haar. Heb je echt geen medelijden met me?

Want dat is wat ik vaak te horen krijg. ‘Ach, wat zonde, zo’n knappe meid!’, zei bijvoorbeeld een buurvrouw. Ben ik dan geen knappe meid meer nu ik niet kan zien? Naast medelijden word ik ook vaak bedolven onder opmerkingen over hoe dapper en inspirerend ik ben. Dat lijkt misschien positief, maar zo voelt het niet wanneer de bakker tegen je zegt dat het zó knap is dat je, ondanks je beperking, ‘hier gewoon bent’.

Goed bedoeld natuurlijk, maar als je het indrukwekkend vindt dat ik de straat uit ben gelopen en in je winkel een halfje volkoren kom halen, hoe weinig denk je dan wel niet dat ik kan?

Medelijden en bewondering

In de jaren na mijn zichtverlies leerde ik dat ik medelijden en bewondering echt niet nodig heb. Dat ik gehandicapt én gelukkig kan zijn. Dat ik (met de juiste hulpmiddelen) gewoon kan werken, reizen, leven. Dat slechtziend zijn niet het einde van de wereld is. Natuurlijk is het soms jammer dat ik de gezichten van mijn vrienden niet meer kan zien, of niet meer kan genieten van een nieuw boek in mijn handen. Maar op de meeste dagen vergeet ik dat ik die dingen ooit wel kon en geniet ik van de vele mooie non-visuele dingen in het leven, zoals de schaterlach van mijn beste vriendin of een goed ingesproken luisterboek.

Toch is mijn leven soms moeilijker dan voordat ik gehandicapt werd. Dat komt alleen niet zo zeer door het niet kunnen zien, maar doordat de maatschappij niet is ingericht met mij in gedachten. Ons dagelijks leven zit vol visuele informatie die aan me totaal voorbij gaat. Stoplichten zonder geluid. Websites die zo zijn geprogrammeerd dat mijn voorleessoftware ze niet kan lezen. Liften met ingewikkelde touchscreen systemen die ik niet kan bedienen. En de vele mensen die denken dat ik, nu ik minder zie, ook minder ben.

Fysieke en sociale drempels

Volgens het sociale model van handicap, waarop het VN Verdrag is gebaseerd, wordt een handicap niet direct veroorzaakt door een lichamelijke of mentale functiebeperking, maar door de wisselwerking tussen die functiebeperking en fysieke en sociale drempels in de samenleving. Slechtziend zijn vind ik niet zo erg, het zijn die drempels die me soms tot wanhoop drijven.

Want hoewel ik nu trots ben op mijn identiteit als gehandicapte vrouw, blijven de vooroordelen van anderen me soms onzeker maken. Blijft het vermoeiend om altijd maar om aanpassingen te moeten vragen. Dan zegt een klein stemmetje achter in mijn hoofd: ben je deze moeite wel waard? Ik heb het gevoel alsof ik iets moet bewijzen. Dat ik slim ben, en hard werk. Dat ik goed gebruik zal maken van wat ik krijg, zodat het wél economisch rendabel is om me te helpen. Dat ik, kortom, de moeite waard ben.

En ik wíl me ook wel bewijzen. Ik wil dat mensen weten dat ik cum laude ben afgestudeerd en in mijn eentje door Australië heb gereisd. Dat ik gelukkig ben. Dat slechtziendheid niet zo erg is als ze denken.

Maar aan de andere kant word ik zo moe van die bewijsdrang. Waarom moet ik nu ook weer dit stuk schrijven? Want wat nou als dingen me niet lukken? Als het niet geplaatst wordt? Ben ik dan de moeite niet meer waard? Het voelt soms als een onmogelijke opgave om mensen ervan te overtuigen dat gehandicapten ook dingen kunnen, en tegelijkertijd af te komen van het hardnekkige idee dat je waarde als mens gelijk staat aan je economische waarde.

Geen gunst, maar een recht

En daarmee komen we bij wat deze dag voor mij betekent.

Dit jubileum herinnert me eraan dat toegankelijkheid geen gunst is die mensen als ik moeten verdienen, maar een recht. Dat niemand hoeft te bewijzen dat zij het waard zijn om te helpen. Dat je niet super productief of nuttig hoeft te zijn, om volwaardig deel te mogen nemen.

Want het gaat hier om mensenrechten. Die hoef je niet te verdienen. Daar heb je gewoon recht op.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next