Strenger migratiebeleid
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Eindeloos is erover onderhandeld. Vrijdag 12 juni treedt in de Europese Unie een systeem in werking om migratie efficiënter te reguleren. Dit migratiepact moet een einde maken aan de Europese lappendeken op dit vlak. Dat EU-landen vanaf nu voor het eerst over een gemeenschappelijk kader beschikken voor migratiebeleid is een belangrijke stap, want juist in dit dossier is er al jaren onvoldoende regie. Het ‘wir schaffen das’ van toenmalig Bondskanselier Angela Merkel uit 2015 kwam voort uit de beste bedoelingen (mensen helpen) maar de Duitse bondskanselier nam deze afslag zonder overleg. Andere EU-leiders voelden zich overvallen, oplossingen raakten juist verder uit zicht. Tegelijkertijd waren er ook genoeg landen, vooral in Midden-Europa, die geen enkele hulp wilden bieden, en daar ook mee wegkwamen door het ontbreken van Europese wetgeving. Het migratiepact moet een einde maken aan dit gebrek aan samenwerking.
Of dit lukt, is onzeker. Het pact voorziet in meer samenwerking, maar biedt EU-landen ook nog steeds ontsnappingsroutes. Landen waar relatief weinig migranten aankomen, kunnen door de Europese Commissie worden verzocht om extra mensen op te nemen, maar ze kunnen voor 20.000 euro per persoon of in ruil voor operationele steun (denk aan extra douaniers) ook besluiten om het verzoek niet uit te voeren. Anders dan Duitsland staat Nederland helaas in het verkeerde rijtje van landen die hun verantwoordelijkheid willen afkopen.
Het geld gaat grotendeels naar landen waar wel veel migranten aankomen, maar dat is moeilijk echte solidariteit te noemen. Als landen steeds de portemonnee trekken om maar geen migranten over te hoeven nemen, zullen de beelden van overvolle opvanglocaties in Zuid-Europa niet verdwijnen. Het doet denken aan het fiasco rond de spreidingswet in Nederland, maar dan op Europese schaal.
In andere woorden: het is goed dat er een migratiepact is, maar het is jammer dat het zo rammelt. Dat EU-landen minder eisen aan elkaar stellen wordt gecompenseerd met een overschot aan daadkracht richting migranten. Eurodac, een database voor asiel- en migratiebeheer, wordt fors uitgebreid en geïntegreerd met andere Europese databases met gegevens over douane, visumaanvragen en reisbewegingen van personen uit derde landen. Deze grensoverschrijdende dataverzameling moet voorkomen dat asielzoekers die in het ene EU-land zijn afgewezen een nieuwe poging kunnen doen in een ander EU-land.
Met de open ruimte die de EU is, is de behoefte aan meer controle op de buitengrenzen op zichzelf begrijpelijk. Maar de zorgen van mensenrechtenorganisaties zijn dat ook. Straks worden ook van zesjarigen vingerafdrukken afgenomen en langjarig bewaard. Hoe redelijk of rechtmatig is het om kinderen op zo’n jonge leeftijd al te belasten met een vergaande registratieplicht? Asielprocedures worden bovendien flink versimpeld en versneld, vaak met het argument dat asielzoekers zo sneller weten waar ze aan toe zijn. Maar is dit ook zorgvuldig? De verwachting is dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), rechters en asieladvocaten het veel drukker gaan krijgen door een stortvloed aan beroepsprocedures.
Met het migratiepact in de hand willen EU-landen afspraken maken met landen die op het terrein van rechtsstaat en democratie slecht scoren. Landen in bijvoorbeeld Noord-Afrika kunnen handelsvoordelen en ontwikkelingshulp tegemoet zien als ze meewerken aan het tegenhouden en opvangen van migranten. De door Europese beleidsmakers stevig aangeprezen ‘opvang in de regio’ blijkt in de praktijk vaak de opmaat naar mensenrechtenschendingen. Wie het Europese migratiedebat over vele jaren beziet, kan niet aan de indruk ontsnappen dat universele mensenrechten – het fundament van de EU – het steeds vaker afleggen tegen de politieke wens om daadkrachtig over te komen.