Home

Honderden pagina’s aan verbluffende eruditie: de dagboeken van Cees Nooteboom zijn ronduit fascinerend

Vele dagen leef je als lezer mee met de rusteloze Nooteboom, die met wereldwijsheid en genadeloze zelfkritiek zijn bestaan beschouwt. Toch komt, ondanks al dat intellect, ook de sensatiebeluste lezer bij Nooteboom aan zijn trekken.

schrijft voor de Volkskrant over Nederlandstalige literatuur.

Cees Nooteboom (1933-2026) was nooit waar hij was. Hij reisde rusteloos over de wereld, maar schreef geen proza of poëzie die speelde op de plek waar hij zich op dat moment bevond.

Aan Allerzielen, zijn grote roman over Berlijn na de Wende, werkte Nooteboom tussen 1996 en 1998 overal behalve in Berlijn: in Santa Monica, in Port Willunga bij Adelaide in Australië en in zijn hagelwitte huis in Sant Lluís op het Spaanse eiland Menorca, waar hij zich samen met zijn vrouw, de fotograaf Simone Sassen, in de zomers terugtrok.

‘Altijd dat idiote dubbel – de zon buiten over de oceaan, en mijn eenzame held in de sneeuw in de Knesebeckstraße.’

In zijn dagboek viel Nooteboom wel met zichzelf samen. Toch is het beeld dat hij van zichzelf schetste nooit eenduidig, maar versplinterd. Een zelfportret in een gebarsten spiegel. Hij toont zich, ook in de intieme beslotenheid van zijn dagboek, altijd reflectief en analytisch. Geplaagd door intellectuele twijfel en zelfkritiek. ‘Mijn gruwelijke traagheid’, mopperde hij. ‘Waar vinden anderen de tijd?’

Miskend in eigen land

Deze week verscheen de tweede van drie te verschijnen bundelingen van zijn dagboeken, Naar de wereld, in de wereld, uit de wereld, over de jaren 1996-2006, de periode waarin Nooteboom zich op het toppunt van zijn roem bevond. Hij zag zijn boeken in veel talen vertaald en werd overladen met internationale prijzen en literaire onderscheidingen. Hoewel hem in 2005 de langverwachte P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre werd toegekend, voelde hij zich in zijn Nederland miskend – naar het Bijbelwoord dat een profeet niet in zijn vaderland wordt geëerd.

Zo reisde hij zijn werk, dat over de wereld ging, opnieuw over de wereld na. In een moordend tempo. 27 november 1996: ‘Parijs. Trachten terug te denken: Roermond, Hasselt, Luik, Düsseldorf, Amsterdam, Innsbruck, München, Boedapest, Amsterdam, München, Berlijn, Bad Segeberg, Amsterdam, Parijs. En daartussen Kyoto, Tokio – alles in vijf weken.’

Zonder dit dagboek kon hij steeds minder, al was het maar als geheugensteun. Nooteboom beweerde dat hij geen geheugen had, dat hij niet wist of hij wel ooit had bestaan. Toen hij een essay over Willem Frederik Hermans moest schrijven, belde hij zijn oude vriend, de fotograaf Philip Mechanicus (wiens voornaam Nooteboom leende voor zijn debuutroman Philip en de anderen) om te weten wat hij eigenlijk met zijn even gevreesde als beminnelijke collega had meegemaakt.

‘Hoe, wanneer, was de trip met Hermans naar Turijn? Ik herinner me een aantal dingen heel goed, het eten bij Bocuse [*heel goed? of was het toch Alain Chapel?], het hoesten van W.F. in het hotel in Mercurey, de scène met het jongetje in het restaurant in Turijn. De foto, vaak teruggezien, in de ouderwetse tram, waar H. precies in thuis was. Ph.M. niet thuis, alweer niet. Zo schiet ik niet op, want moet dinsdag beginnen.’

Een echt schrijversdagboek

Nooteboom schreef zijn weerbarstige dagboek niet met de intentie om gepubliceerd te worden, zoals de door hem bewonderde Ernst Jünger. Pas in 2015, toen Nooteboom zijn met de hand in kasboeken en Moleskines geschreven notities overzette op de computer, en een aantal opmerkingen toevoegde, besloot hij die ooit openbaar te maken.

Philippe Noble, zijn Franse vertaler, heeft de dagboeken uitstekend en uitgebreid bezorgd – en respecteerde dat Nooteboom een aantal passages schrapte en personen anonimiseerde.

Voor het ophelderen van de laatste onduidelijkheden in dit dagboekdeel kon Noble al niet meer rekenen op de auteur, die zich had teruggetrokken op zijn eiland en daar op 11 februari van dit jaar, 93 jaar oud, stierf.

Een echt schrijversdagboek is het, waarin tot in de details is te volgen welke spanning, chaos, geluk en teleurstelling het schrijven in zijn leven teweegbrengt. Allerzielen ontwikkelde zich, zoals altijd bij Nooteboom, zonder vooropgezet plan, tastend, wikkend en wegend. ‘Kan me voorstellen wat ze over mijn Daane (de held van Allerzielen) zullen zeggen: dodelijk vervelend, pseudo dit en dat; maar dat zouden ze sowieso zeggen. Af en toe wanhoop ik aan het boek – dan gaat het weer. De dagelijkse leegte van het ‘ergens vandaan moeten halen’.’

Twee andere romans, Urraca, zich afspelend in middeleeuws Spanje, en Album, in het fascistische Italië tijdens het interbellum, bleven onvoltooid. Heel langzaam nam Nooteboom rond de eeuwwisseling afscheid van het genre van de roman, richtte zich op de poëzie – die hij uiteindelijk het belangrijkste van alles achtte –, zijn reisverhalen en het dagboek.

Lezen is beschaafder dan schrijven

Meer nog dan een schrijversdagboek is dit een lezersdagboek. ‘Lezen is beschaafder dan schrijven, behalve dat lezen dat je doet om te schrijven’, citeerde hij een van zijn lievelingsschrijvers, Jorge Luis Borges.

Nooteboom las nog rustelozer dan hij reisde. Kafka, Nabokov, Voltaire – allemaal in een paar dagen tijd. Zijn eruditie is ronduit verbluffend.

Op 16 augustus 1997 herlas hij, voor het slapengaan, het eerste Pléiade-deel van Proust, in wiens zoektocht naar de verloren tijd hij zich het meest herkende. ‘Wat me nu, nu ik de betekenis, het verloop van dat eerste deel zo goed ken, opvalt is het ritme, klassiek, een golfslag – terwijl ik het las kon ik het reciteren, zoals een musicus a prima vista… ‘Longtemps…’ en daar daalt en stijgt het, kalm, gestaag, alsof het zo niet duizenden pagina’s zou doorgaan. Ach, nog een extra leven om te lezen!’

Gretig las hij andere schrijversdagboeken, die van Witold Gombrowicz, John Cheever, Ernst Jünger en Thomas Mann.‘Gombrowicz’ dagboek is echt een uitdaging: de durf, de onbeschaamdheid, de dan weer fantastische, dan weer idiote opinies.’

Het onbeschaamde paste Nooteboom niet. ‘Het eeuwige dilemma van het dagboek’, noteerde hij op 8 september 1996, ‘zichzelf iets duidelijk willen maken, iets vast willen leggen (ook, of vooral, als aide-mémoire) maar tegelijkertijd verborgen willen blijven. Dat laatste zelfs met ijdele genotzucht, de geheimen meenemen ‘in het graf’. (Heerlijke uitdrukking.) Schaamte? Misschien, maar toch ook overtuiging: alles is in de boeken, of is niet. Voor het overige is men een min of meer eigenaardige burger. En daarbij, niet alles is zwart, of verwerpelijk, maar mijn gelukkige dagen (deze) zijn ook van mij. Drama en luxe. Geen jeugd. Alsof men er niet geweest was. Dat voortzetten.’

Een stormachtige affaire

Nooteboom liet veel ongeschreven. In het eerste deel, De danser en de monnik, de dagboeken uit de jaren 1970-1995, werden nauwelijks amoureuze of erotische bekentenissen gedaan. De slordige jaren na de breuk met zangeres Liesbeth List, met wie hij dertien jaar samen was, ontbreken zelfs geheel. ‘Dit is geen dagboek van T. Mann’, bromde hij, ‘de genadeloze descriptieve eerlijkheid. Alles half.’

Des te opmerkelijker is het dat Nooteboom de passages niet schrapte die hij wijdde aan de stormachtige affaire in 1998 en 1999 met ‘M.’, een meer dan dertig jaar jongere Amerikaanse schrijver die woonde in Sligo, Ierland. De verhouding verontrustte Nooteboom. Hij voelde zich schuldig, wilde niet breken met de trouwe, loyale Simone. Toch kon hij aan zijn begeerte geen weerstand bieden.

18 februari 1999. ‘Te weten dat de ander ergens in de wereld bestaat, in een fysiek lichaam. Tegelijkertijd geluk, en onverdraaglijk. Daarom misschien ook onverschilligheid: de fatale manier waarop dingen onderweg zijn. Aan de andere kant M. ook al geen happy mood. ‘I don’t like the role I play in this.’ Maar dat is misschien zelfs niet zo. Iets beweegt me. Het is wreed, en gebeurt toch. Iets verderfelijks in dat alles.’

Zelfs als hij over de liefde schreef, bleef hij beschouwelijk. Hij kwam tot de conclusie dat de affaire met ‘de ander’ moest stoppen. ‘M. alleen in Sligo – het geheel is van een vreemde wanhoop – of zoiets eigenlijk niet meer kan gebeuren. Finira mal? Ik wil echt twee levens, maar het blijft er maar één.’

Niets menselijks is uw criticus vreemd. Natuurlijk heb ik gezocht naar wie M. moest zijn. En ik heb haar gevonden – op basis van de initiaal, de woonplaats, de titel van een kort verhaal, ‘Here, Now’, waar Nooteboom lyrisch over was, was het niet al te moeilijk. Zoekt u zelf maar even, dat levert intrigerende gegevens op. Dat M. nog in 2006 een lovende recensie schreef in The Irish Times over Nootebooms Nomad’s Hotel en dat in de laatste roman van M. een Amerikaanse, Alice, die als twintiger in Sligo is komen wonen een affaire aanknoopt met een toneelschrijver. Voer voor biografen.

De Herenclub

Nooteboom hield zich ook niet in bij het leveren van snijdende commentaren over zijn Amsterdamse vrienden van de Herenclub. Geregeld bevond hij zich politiek lijnrecht tegenover de andere mannen, Harry Mulisch voorop.

Zijn woede vlamde op toen de vliegtuigen zich op 9/11 in de Twin Towers in New York boorden. ‘Afgezien van de imploderende toren – mensen verpulverend – blijft een beeld mij het meeste bij, menselijke figuren als kleine vogels, of insecten die naast het dan nog staande Babelgebouw (meermalen geweest, over houten plankieren langs het water gelopen) omlaag fladderden, de dood tegemoet.’

Harry Mulisch raakte in die dagen in de greep van de angst. Hij stelde zich achter de Amerikaanse war on terror in Irak en verdedigde in de Herenclub blind het beleid van Israël in de bezette gebieden. Het sloeg Nooteboom met verbijstering.

Over Mulisch schreef hij: ‘De moslims bedreigen ons, dit alles meestal aan het eind van de avond, laat een vervelende smaak na. Voor bijna 76 ziet hij er buitengewoon uit – ik ben zeker dat als iemand van onze contreien de Nobel krijgt hij het is. Want n’en déplaise veel onzintheorieën die hij voor ons gereserveerd houdt heeft hij toch een consistent, alleen maar oppervlakkig gezien disparaat oeuvre opgebouwd. Ik heb er vrede mee, ik zit van rafels aan elkaar, moet af en toe echt naar mijn boeken kijken om te zien of ik ze echt geschreven heb.’

Nooteboom en Mulisch waren echte vrienden, maar ook echte concurrenten. En elkaars antipode. Waar Cees tot aan zijn laatste dag de wereld over reisde, verklaarde Harry dat hij lekker thuisbleef.

Volgens zijn vriend versteende Mulisch. In zekere zin vertegenwoordigde hij voor Nooteboom de verstoorde verhouding tot zijn vaderland.

Het verkeerde land

29 november 2002. ‘Ik heb mijn autisme altijd verborgen onder een wolk uiterlijkheid, dat is de discrepantie die kennelijk onacceptabel is. Het autisme uitstallen in een voor de anderen ontworpen persoonlijkheid: Hermans, Reve, Harry – met dat ‘ontworpen’ bedoel ik niet dat het niet authentiek zou zijn, eerder het gevolg – het wordt van een eigenschap een masker dat niet meer af kan, en dan een merk; ik geloof niet dat ik zo’n merk heb, al was het maar omdat ik er nooit (of bijna nooit) ben.’

Allerzielen werd lauwtjes ontvangen in Nederland, juichend in Duitsland, waar hij een echte ster was. Nooteboom zag het hoofdschuddend aan. ‘Kennis, ‘iets weten’ wordt niet op prijs gesteld, ‘doe maar gewoon’ – au fond het verlangen van het kind om een verhaaltje verteld te krijgen. Alles wat daaroverheen gaat is te veel, of aanstellerij, opschepperij: wat dat betreft heb ik het verkeerde land uitgezocht, maar het is wel stimulerend.’

Fascinerende lectuur is het, Nootebooms dagboek. Honderden bladzijden en vele dagen leef je mee met een schrijver die met een indrukwekkende eruditie, wereldwijsheid en met genadeloze zelfkritiek zijn bestaan beschouwt.

Bij de verschijning van het eerste dikke deel is wel geschreven dat het dagboek, zo authentiek en volledig, gebukt ging onder het teveel. Daar ben ik het niet mee eens. Juist de onnavolgbare invallen en de gemaskerde inzichten zorgen ervoor dat je in het hoofd van de schrijver kunt kijken. Hem echt nabij komt.

Cees Nooteboom: Naar de wereld, in de wereld, uit de wereld. Koppernik; 832 pagina’s; € 39,90.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next