Hoger onderwijs Het voorstel om docenten en studenten te screenen, bedoeld om spionage en ‘weglekken’ van informatie tegen te gaan, is volgens minister Letschert in de huidige vorm niet uitvoerbaar.
Grootste knelpunt in de uitvoering van het voorstel is volgens minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) het gebrek aan „scherpte” en uitwerking van het wetsvoorstel.
Er komt geen brede screening van buitenlandse studenten en docenten in het hoger onderwijs en onderzoek. Het kabinet haalt het wetsvoorstel om dat te regelen van tafel, na een kritische consultatieronde.
Dat heeft minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) de Tweede Kamer donderdag laten weten. In de huidige vorm zou het wetsvoorstel, voorbereid door eerdere kabinetten en nog niet bij de Kamer ingediend, niet uitvoerbaar zijn. Adviezen en toetsing „hebben laten zien dat de brede screening niet [voldoet] aan de criteria van effectiviteit, uitvoerbaarheid en proportionaliteit”. Consultatie van universiteiten en andere betrokken instellingen leverde een waslijst op aan praktische en juridische bedenkingen.
De rem op het wetsvoorstel is het gevolg van een reeks kritiek die al begon toen het kabinet-Schoof het voorlopig afrondde. De wet zou moeten voorzien in screening van duizenden docenten en studenten van buiten de Europese Unie, om de ‘kennisveiligheid’ in het hoger onderwijs en onderzoek te vergroten. Het doel is spionage, hacken of ‘weglekken’ van gevoelige informatie tegen te gaan; met name China, Rusland en Iran gelden daarbij als gevaarlijke landen.
Grootste knelpunt in de uitvoering is volgens Letschert het gebrek aan „scherpte” en uitwerking van het wetsvoorstel. Al eerder werd duidelijk dat de keus in het voorstel om veiligheidsscreening alleen te richten op onderzoekers en postdoc-studenten van buiten de Europese Unie juridisch niet houdbaar was. Dat versterkte de vrees dat screening veel te breed en onuitvoerbaar zou worden.
Er zouden „mogelijk veel meer screenings plaatsvinden dan nodig”, schrijft de minister in haar Kamerbrief, wat een zware wissel zou trekken op uitvoering en toezicht en tot veel hogere kosten zou leiden. Door een tijdrovende screening van wetenschappers zou Nederland bovendien internationale achterstand kunnen oplopen, waardoor het middel „zijn doel voorbij schiet”. De onderwijsinspectie, die belast zou worden met toezicht op naleving van de wet, waarschuwde dat die „onvoldoende uitgewerkt” was om te kunnen beoordelen of toezicht in de praktijk efefctief kon worden uitgevoerd.
Lastig bleek ook de vraag welke delen van ‘gevoelige’ vakgebieden gescreend zouden moeten worden. In het wetsvoorstel zouden de universiteiten en hogescholen die selectie zelf moeten maken, maar Letschert wil die taak bij de overheid leggen. Universiteiten zijn verplicht hun keuzes openbaar te maken en dat is onwenselijk bij „dergelijke sensitieve informatie”. Hoe een aanwijzing door de overheid moet worden worden geregeld roept complexe vragen op die „nog niet beantwoord zijn”, aldus de minister.
Letschert wil nu terug naar de tekentafel met haar collega’s van Justitie en Economische Zaken om een nieuw voorstel te maken „in aangepaste, meer beperkte en gerichtere vorm”. De minister wil ook kijken naar „alternatieven voor screening”. Ze onderstreept in haar brief dat screening van personen een ingrijpende maatregel is die „het sluitstuk” moet zijn van kennisveiligheid en die alleen „bij de grootste risico’s voor de nationale veiligheid moet worden ingezet”. Scherpere eigen regels bij wetenschappelijke instellingen en meer bewustwording van de risico’s moeten de basis zijn van grotere kennisveiligheid.
Wel trekt het kabinet eenmalig 80 miljoen extra uit voor universiteiten, hogescholen en andere instituten om „fysieke en digitale maatregelen” te nemen, onder meer om zich voor te bereiden op de nieuwe Cyberbeveiligingswet. Het bedrag komt bovenop de 17,6 miljoen die het vorige kabinet ervoor beschikbaar stelde. Ook wil de minister het Nationale Loket Kennisveiligheid versterken dat instellingen helpt met het verbeteren van hun kennisveiligheid.
Over de screening leefden al langer zorgen in de academische wereld, met name over de reikwijdte en uitvoerbaarheid – bezwaren die het kabinet nu overneemt. De Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW) schreef een scherpe kritiek op de plannen, in gang gezet door het kabinet-Rutte IV. Toenmalig minister Dijkgraaf (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, D66) noemde screening een „additioneel instrument”. Zijn opvolger Bruins (NSC), die de voorbereiding van het wetsvoorstel in het kabinet-Schoof overnam, verzekerde dat screening een „chirurgisch mes” zou worden.
Zorgen om kennisveiligheid betreffen vooral onderzoek op het gebied van dual use-technologie (innovaties die zowel een civiele als militaire toepassing kunnen krijgen), kunstmatige intelligentie, biotechnologie en fysica.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin