Home

De al te korte, maar o zo indrukwekkende bloeiperiode van schrijver Nanne Tepper

Biografie Het schrijverschap van de Groninger auteur Nanne Tepper bloeide hooguit een jaar of vijf, ingeklemd tussen een moeizame aanloop en een pijnlijke neergang. De hoofdvraag van zijn biografie is ook niet zozeer waarom hij vastliep, maar eerder wat het geheim was van de korte periode waarin wél alles stroomde.

Nanne Tepper.

Lodewijk Verduin: Zo rijk en allesverpletterend. Leven en werk van Nanne Tepper. Pluim, 495 blz. € 45,-

Wat het was, was nog niet helemaal duidelijk, maar dat het wat was, stond buiten kijf. Niet dat de recensies onverdeeld positief waren bij verschijning van De eeuwige jachtvelden (1995), het debuut van de Groninger schrijver Nanne Tepper (1962-2012). Maar de ingenieus vormgegeven liefdesgeschiedenis tussen een broer en een zus werd herkend als het bewijs van „een niet gering talent als verteller en als stilist” (de Volkskrant) en als een boek waar de recensenten moeiteloos de verwijzingen en invloeden uit konden pikken: Salinger, Reve, Chateubriand, Poe, Mahler en – natuurlijk, natuurlijk – Nabokov; de grote held van de auteur.

„Deze roman zet de nietsvermoedende lezer ongenadig op het verkeerde been”, schrijft Teppers biograaf Lodewijk Verduin (1994, slechts een jaartje ouder dan de roman dus) in het hoofdstuk dat hij aan het spektakeldebuut wijdt. Onbedoeld geeft die zin ook de tragiek van Teppers schrijverschap weer, want wie meende dat hier een nieuw groots hoofdstuk in de Nederlandse literatuurgeschiedenis was begonnen, kwam bedrogen uit.

In 1998 volgden nog de bibliofiel uitgegeven novelle De avonturen van Hilliebillie Veen en de tweede roman De vaders van de gedachte, maar tot een volgende roman kwam Tepper daarna niet meer: zijn verhaal werd het verhaal van de schrijver die niet meer tot schrijven kwam. In 2012 maakte hij, uitgeput, een einde aan zijn leven. Drie jaar later verscheen De kunst is mijn slagveld, een indrukwekkende verzameling brieven, die trouwens óók vrijwel allemaal waren geschreven in de paar jaar dat de romancier Tepper bloeide.

Die – pak ’m beet – vijf jaar waarin het Tepper wél lukte zitten ongeveer halverwege de vierhonderd pagina’s van de biografie Zo rijk en allesverpletterend, waardoor je je gaandeweg realiseert dat de hoofdvraag niet die is waar dit schrijverschap vastliep, maar wat het geheim was van die korte periode waarin het wel stroomde.

Verhuizing

De aanloop was verre van gelijkmatig. Nanne Tepper werd geboren in Hoogezand in een niet bijzonder opvallend gezin dat nog met een anderhalf jaar jongere broer werd uitgebreid. Een jeugd met voetbal, boeken en muziek, maar ook met een door Tepper in zijn teksten later royaal uitgevent trauma: de verhuizing, zo rond zijn tiende, van het veilige Hoogezand naar een desolate nieuwbouwwijk in Veendam, door Tepper vrij consequent aangeduid als Gomorra. „Ach, die hunkering. Was het dan zo dat mijn banale ballingschap mij een even weemoedig als rancuneus hart had geschonken?” Zijn ouders merkten niets van het lijden van hun gevoelige kind.

Verduin geeft ruim baan aan Teppers verslag van ‘het drama van zijn leven’, maar laat niet na te melden dat „voor de buitenstaander op doorreis” het essentiële verschil tussen Hoogezand en Veendam, nu ja, niet zo een-twee-drie vast te stellen is. Het tekent de werkwijze van de biograaf, die geen geheim maakt van zijn bewondering voor Teppers werk, maar zonder dat hij de regie van zijn verhaal uit handen geeft: de even opwindende als onmogelijke persoonlijkheid van Tepper komt helder naar voren.

Verduin vertelt het verhaal vrijwel chronologisch en geeft zijn held royaal het woord: het boek staat vol lange citaten uit Teppers werk, brieven en nalatenschap. Die zijn inzichtelijk, maar omdat Tepper bijna altijd in de overdrive staat, krijgen die fragmenten soms wat monotoons en, tja, ook wat puberaals. Wat dat betreft had de biograaf best nadrukkelijker zelf het woord mogen nemen.

Terug naar Veendam/Gomorra. Daar wordt op scholengemeenschap Winkler Prins duidelijk dat Nanne een jongen voor de kunst is, waarbij zijn muzikale aanleg (niets was vergelijkbaar met zijn ontdekking van Frank Zappa) moeilijk kan uitbotten door een zeker podiumongemak. Wel is er de liefde: op zijn veertiende verliest hij zijn hart aan de dertienjarige Annette, al zal uiteindelijk haar vriendin Sonja zijn halve leven zijn levenspartner zijn. Hij kwalificeert zichzelf als schoolpleinbink en hoewel het met de cijfers allemaal niet zo best gaat, lijkt hij zo’n jongen die al dan niet met een struikelpartij onderweg, zijn weg in de wereld wel zal weten te vinden.

Maar het stokt. Op de lerarenopleiding (maar dat is logisch – Tepper was trouwens ook een Cruijff-adept), maar ook de roeping van het schrijverschap komt maar niet van de grond. Tepper verhuist naar Groningen, wordt geplaagd door angsten en onzekerheden, blowt en drinkt om een en ander te dempen – en dus laat die grote sprong voorwaarts op zich wachten. Hij tikt een vierhonderd pagina’s dikke autobiografische roman bijeen, maar laat die door een vriend begraven in Colorado, wat deze voor zover Verduin kan nagaan, ook daadwerkelijk heeft gedaan – al was dat tot het geluk van de biograaf niet het enige exemplaar.

Pas toen Tepper zich losmaakte van de middelen, bleek hij – als in een nieuwe roes, inderdaad – in staat om in een paar maanden tijd een roman te schrijven. Een ander element was de rust die hij verwierf nadat zijn ouders een woning voor hem hadden gekocht, waarop hij dadelijk Ardis Hall (naar het landhuis in Nabokovs Ada) in zijn briefhoofd zette. In dezelfde periode lukt het hem voor het eerst om enkele korte teksten in druk te laten verschijnen. Al blijkt uit Zo rijk en allesverpletterend dat het enthousiasme van uitgever Mizzi van der Pluijm voor De eeuwige jachtvelden weliswaar groot was, maar dat er een ingrijpende redactieronde door schrijver Atte Jongstra nodig was om de eerste versie tot een publicabele roman te boetseren: „wijdlopige passages, woordherhalingen en overvloedige Nabokov-verwijzingen moesten worden geschrapt”.

‘Hamsterdam’

Intussen was Tepper met een hele reeks literaire figuren in correspondentie getreden en ook dat leek in een roes te gebeuren: de ene na de andere brief verliet ‘Ardis Hall’, epistels vol Schwung, overdrijving en scherpe literaire oordelen – plus tal van schimpscheuten naar wat Tepper aanzag voor het gesloten bastion van de literaire orde: het abjecte ‘Luiletterland’ in ‘Hamsterdam’.

Toen De eeuwige jachtvelden eenmaal was gepubliceerd, bleken de poorten in de literaire wereld open te zwaaien. Tepper ging (vaak vlijmscherpe) recensies schrijven, eerst over literatuur, daarna honderden over popmuziek – onder meer voor NRC Handelsblad. Het waren er wel meteen verschrikkelijk veel: hij dreigde zich journalistiek over de kop te werken, kwam amper nog aan romans toe. Zijn psychische klachten werden bestreden met tal van medicijnen, die het schrijversbrein geen goed deden.

Toen ook drank en drugs terugkeerden in Teppers leven, werd de neergang onafwendbaar, ondanks enkele bijna-oplevingen. Op zeker moment wordt Tepper opgeraapt door een Amsterdamse lezeres; hij verhuist zelfs naar de hoofdstad om enkele maanden ongelukkig samen te wonen met haar en haar zoontje.

In dat deel van de verder zeer geslaagde biografie, blijven nog wel wat vragen open. Verduin citeert uitgebreid de redenen die Tepper zelf aanvoerde voor zijn literaire improductiviteit – zoals geldnood en mantelzorgverplichtingen. Maar bij de overdrijvingslustige schrijver wil je eigenlijk wel wat meer weten over hoe dat nu precies zat – al is het maar omdat Teppers huisbaas bijvoorbeeld zijn vader was. Ergens schrijft Verduin dat hij beter was in zich zorgen maken dan in zorgen, maar daar had ik wel méér over willen horen. Ook krijg je de indruk dat Teppers partner Sonja veel heeft verteld, maar ook behoorlijk wat buiten het boek wilde houden (zoals haar achternaam).

Verduin beschrijft Teppers dood helemaal in het begin van het boek omdat hij niet wilde dat die scène het slotbeeld van de lezer zou bepalen, maar het einde stemt verdrietig genoeg. De laatste jaren was Nanne Tepper steeds eenzamer (zijn talent voor het verjagen van vrienden verliet hem helaas nooit), verslaafder en uitgemergelder. Soms probeerde hij nog wat (zoals een platenlabel oprichten) of hij zocht ruzie op een forum voor hardrockliefhebbers, maar uiteindelijk gleed Nanne Tepper onontkoombaar naar het einde. Alleen De eeuwige jachtvelden waren voor altijd.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next