WK Voetbal Lange tijd spelen in het nationale elftal van de Nederlandse Antillen alleen jongens die van de eilanden kwamen. In 2003 besluit de bond dat los te laten en het elftal ook open te stellen voor spelers met Antilliaanse wortels. Hoe de kleinste WK-deelnemer in de geschiedenis zich plaatste.
De selectie van Curaçao traint in Boca Raton in aanloop naar de eerste wedstrijd tegen Duitsland
Hoe hij het hoorde? Raymond Victoria kan het zich echt niet meer herinneren. Wellicht was het de bondscoach zelf die belde, misschien ook wel iemand van de voetbalbond, of kwam het verzoek gewoon per brief. Hoe dan ook: zijn oproep voor het nationale elftal van de Nederlandse Antillen maakte in 2004 weinig indruk. Veelzeggend voor het aanzien dat de ploeg destijds genoot.
Toch besloot Victoria op de uitnodiging in te gaan. De oud-voetballer van Feyenoord en Bayern München was 31 jaar, een bepalende speler op het middenveld van Willem II. De hoop dat de bondscoach van het Nederlands elftal hem nog ging bellen had hij wel opgegeven. En omdat zijn vader op Curaçao geboren was, kon de Nederlander ook voor de Antillen uitkomen. „Ik dacht toen: als je Oranje niet haalt, kun je nog wel je roots steunen.”
Wat hem overtuigde, was de droom die de Antilliaanse bond NAVU hem voorhield. Een plan van een lange adem: bouwen aan een selectie die goed genoeg was om óóit aan een wereldkampioenschap mee te doen. Een ongekende ambitie voor een eilandengroep met 190.000 inwoners, met een nationale ploeg die tot dan toe vooral bestond uit amateurvoetballers. Alsof de gemeente Breda aan het WK wilde meedoen.
Om dat te bereiken waren betere voetballers nodig, zo zag de NAVU in. En op de Nederlandse velden liepen die in overvloed. Alleen: veel van hen hadden nooit overwogen om voor het Antilliaanse elftal uit te komen. Ze wisten niet dat het kon, of droomden nog van Oranje. „Dus het idee was”, zegt Victoria, „als een paar van ons meedoen, ontstaat er misschien een beweging, en maken anderen die keuze ook. Dat was voor mij een reden om mee te doen.”
De Antilliaanse WK-deelname kwam er nooit: door de staatkundige hervormingen van 2010 hield ook het nationale voetbalelftal op te bestaan. Maar het grootste eiland van allemaal, Curaçao, ging verder op in de ingeslagen koers, als afzonderlijk land, met een eigen nationaal elftal. Met succes: in november 2025 plaatste het elftal zich onder bondscoach Dick Advocaat voor het WK in de VS, Canada en Mexico, als kleinste land ooit. De eerste wedstrijd is op 14 juni tegen Duitsland.
Om te begrijpen hoe het eiland, amper tweeënhalf keer Texel, in die missie slaagde, moet je teruggaan naar die jaren net na de millenniumwisseling. Want het traject richting de historische kwalificatie begon al ruim twee decennia vóór Advocaat op het Caribische eiland neerstreek. Een reconstructie over voetballen op cricketvelden, een confrontatie tussen profs en amateurs, en de aanhoudende zoektocht naar Antilliaans bloed.
Het scheelde weinig of Henk Duut was al na zijn eerste training weer in het vliegtuig naar huis gestapt. Om zeven uur zouden ze beginnen, had de assistent-bondscoach van het Antilliaanse elftal zijn selectie laten weten. Maar als hij op een najaarsavond in 2003 om kwart voor zeven het trainingsveld oploopt, ziet de oud-voetballer van Feyenoord alleen Etienne Siliee, de technisch directeur van de voetbalbond.
Ze wachten, terwijl Duut langzaam het kookpunt bereikt. „Tijd is tijd”, heeft hij in Nederland altijd geleerd. „Maar om zeven uur: niemand. Kwart over zeven: nog steeds niet. Dus ik naar Etienne, vragen hoe dat zat. ‘Het komt goed, maak je niet druk.’ Om half acht komen er eindelijk twee man aansloffen. Niet rennen, slóffen! Weer wat later nog een paar.” Van de zestien genodigden komen er zes of zeven opdagen.
Duut is razend. Zo kan hij toch geen elftal runnen? Nog diezelfde avond belt hij wijlen Pim Verbeek, dan de bondscoach. Die moet de eerste trainingen richting de kwalificatie voor het WK van 2006 overslaan, omdat hij zijn contract bij een Japanse club nog moet uitdienen. „Pim, ik kom weer naar huis”, foetert de assistent. „Ik laat me niet voor gek zetten hiero.”
Patrick Kluivert (tweede van links) tekent in 2015 een contract als adviseur van het Curaçaose voetbalelftal, later werd hij bondscoach
Verbeek probeert zijn assistent te kalmeren. Hetzelfde doet ook Jean Francisca, voorzitter van de NAVU. „Zo werkt het nou eenmaal op dit eiland”, krijgt Duut te horen. „Die jongens moeten overdag allemaal nog werken.” De Rotterdammer besluit het nog een paar trainingen aan te zien, waarin de opkomst langzaam toeneemt. Voor de laatkomers verzint hij een truc: hij verplaatst de training naar half acht, maar dat vertelt hij niemand.
De komst van Verbeek en Duut markeert een kantelpunt in de geschiedenis van het Antilliaanse elftal. Tot een jaar ervoor laat de ploeg alleen spelers toe die op de eilandengroep geboren zijn, vrijwel allemaal amateurs. Maar in aanloop naar het WK van 2006 besluit de NAVU die regels aan te passen, zegt Francisca. „We zagen wel: met een elftal vol jongens van Curaçao gingen we het niet halen.”
Francisca besluit de nationale ploeg ook open te stellen voor voetballers die geboren zijn in Nederland, maar Antilliaanse wortels hebben, omdat hun ouders of grootouders er vandaan komen. Geen goedkope verandering, want de profs vragen vaak een hogere vergoeding en moeten voor interlands en trainingen worden ingevlogen. Maar door de komst van een aantal nieuwe sponsoren en de giften van weldoener en trustadviseur Gregory Elias is dat te bekostigen.
Op aanraden van de KNVB benadert Francisca trainer Verbeek, oud-trainer van onder meer Feyenoord, FC Groningen en assistent-bondscoach van Zuid-Korea onder Dick Advocaat, om het proces te begeleiden. Aan hem de taak om Nederlandse profs te overtuigen om voor het Antilliaanse elftal te kiezen. Dat is ook nodig, ziet assistent Duut bij de eerste trainingen. Het niveau van de meeste lokale spelers schat hij hooguit gelijkwaardig aan de tweede klasse in Nederland, het vijfde niveau. „Maar er zaten ook vijf of zes jongens bij die toch aardig konden voetballen.”
Hun zoektocht begint in de Nederlandse top, bij de beste spelers die ze kunnen bedenken. Robin Nelisse bijvoorbeeld, aanvaller van AZ. Maar die voelt weinig voor het avontuur, net als oud-Feyenoorder Civard Sprockel, dan actief bij Excelsior. Dus verleggen ze hun aandacht. Regelmatig bezoekt Duut wedstrijden in de hoogste amateurniveaus, op zoek naar spelers die Antilliaanse voorouders hebben.
Waar die wortels bij de topvoetballers vaak wel zijn blootgelegd, is het in de Eerste Divisie en bij de amateurs niet altijd duidelijk wie in aanmerking komt. Maar de trainers merken ook: de Antilliaanse gemeenschap in Nederland is hecht. Zodra ze één speler polsen, „gaat het circuit werken”, aldus Duut. „Die jongen gaat dan weer anderen bellen, en voor je het weet krijg je de ene naam na de andere toegestuurd.”
Zo komen Verbeek en Duut tot ongeveer vijftien spelers die volgens hen een aanwinst vormen. Angelo Cijntje bijvoorbeeld, de geblokte verdediger van BV Veendam, en de jonge Rocky Siberie, invalspits bij Cambuur Leeuwarden. Van eersteklasser DOTO in Pernis komt Giovanni Franken, die de jeugdopleiding van Feyenoord doorliep. Ook vragen ze Brutil Hosé, ooit bestempeld tot „het grootse talent van Ajax sinds jaren”, nu neergestreken in het derde niveau van Griekenland. En dus Raymond Victoria en teamgenoot Nuelson Wau, basisspelers in de Eredivisie.
Als keeper Raymond Homoet (Ajax Amateurs) op 18 februari 2004 zijn doel opzoekt, ziet hij nog nét de lat aan de overzijde van het veld. Het eerste kwalificatieduel staat op punt van beginnen, tegenstander deze woensdag is het nog kleinere Antigua en Barbuda. De wedstrijd wordt afgewerkt in het nationale stadion van Antigua. Dat wordt ook gebruikt voor cricket, waardoor het veld in het midden een flinke bolling heeft.
Bondscoach Remko Bicentini viert dat zijn team de ‘Kings Cup’ heeft gewonnen Vietnam te verslaan in de finale
De aanloop naar het duel is niet ideaal. „We hadden misschien een of twee keer nog samen getraind”, blikt Raymond Victoria hij terug. Bovendien blijkt het hotel dat op Antigua is geregeld na een lange, vertraagde vlucht vol te zitten. „Dus toen hebben we zelf maar iets geregeld.”
Even lijkt het een korte campagne te worden. Voor 1.500 toeschouwers verliest de Antilliaanse ploeg met 2-0. Maar bij de tweede ontmoeting, zes weken later, zet de ploeg van Verbeek dat recht: 3-0. In de ronde die volgt, wacht Honduras, en „op dat moment waren we nog niet klaar voor zo’n team”, aldus Victoria. Het is een elftal vol profs, met op het middenveld een speler van het Italiaanse Fiorentina en een spits die kort erna naar Inter zal gaan. De Antillen verliezen twee keer en zijn uitgeschakeld.
In de jaren die volgen, lijkt het proces te stagneren. Sommige profs die onder Verbeek kwamen, stoppen na de kwalificatiereeks, net als de coach en zijn assistent zelf. Pas richting de volgende WK-kwalificatie krijgt het elftal weer een impuls, met de komst van trainer Leen Looijen, voormalig coach van NEC en Vitesse. Ook hij weet het WK van 2010 niet te halen, net zoals zijn opvolger van vier jaar later, de Argentijn Manuel Bilches, dan inmiddels onder de vlag van Curaçao.
Wie in die periode wel blijft, is Remko Bicentini, een oud-voetballer van NEC en zoon van Moises Bicentini, in de jaren zestig de eerste Antilliaanse profvoetballer in Nederland. Hij begint als assistent onder Looijen, wordt na diens vertrek tijdelijk plaatsvervanger, en na de benoeming van Bilches vervolgens weer assistent. Dat blijft hij ook in 2015, als Patrick Kluivert wordt aangesteld als bondscoach van Curaçao.
Bicentini is verzot op voetbal, zegt hij. Als het moet, bezoekt hij vijf wedstrijden in een weekeinde. Waar hoofdtrainers komen en gaan, vervolgt hij de zoektocht waarmee Verbeek en Duut ooit begonnen. Zo komt hij bijvoorbeeld Shanon Carmelia op het spoor, een voetballer van hoofdklasser IJsselmeervogels, die uitgroeit tot een basisspeler voor Curaçao. Een andere aanwinst in die tijd is Cuco Martina, een verdediger van RKC, de latere aanvoerder van de nationale ploeg.
Wat Bicentini ook merkt: soms willen voetballers die aanvankelijk weigerden na een aantal jaar polsen toch opeens wel. Zo sluit Robin Nelisse onder Looijen alsnog aan bij de nationale ploeg. De nieuwe aanwas komt met golven. Richting elk toernooi komt er een plukje voetballers bij, telkens van een iets hoger niveau. Op weg naar het WK van 2016 zijn dat bijvoorbeeld Eloy Room, eerste doelman bij Vitesse, en Leandro Bacuna, die dan voor Aston Villa in de Premier League speelt.
Kritiek op die aanpak is er dan nog wel. Bondsvoorzitter Jean Francisca krijgt vragen, of het nou echt nodig is dat de voetballers van het eiland worden verdrongen door die „geldverkwistende jongens uit Nederland”. Hij besluit bij Patrick Kluivert, dan de bondscoach, aan te dringen op een oefenduel. De allerbeste amateurs van Curaçao, tegen uit Nederland overgevlogen profs. „Bij rust was het 6-0 voor de profs. Toen was de discussie voorbij.”
In zijn werkkamer in Wijchen, vlakbij Nijmegen, zoekt Bicentini in lange rijen met ordners. Elke map is het plan van aanpak voor een interland die hij als bondscoach of assistent begeleidde. Een hele wand van de ruimte wordt in beslag genomen door een kolossaal magneetbord voor opstellingen. Maar in zijn goed geordende kantoor kan Bicentini nou net niet die ene map vinden die hij wilde laten zien: de voorbereiding voor de oefeninterland tegen Argentinië.
Lionel Messi met Argentinië in een oefenwedstrijd tegen Curaçao in 2023
Voor Bicentini is de wedstrijd, een 7-0 nederlaag begin 2023, zonder twijfel één van de hoogtepunten in zijn loopbaan als bondscoach, vertelt hij. Dat Argentinië zijn team uitnodigde voor een vriendschappelijk duel vormt voor hem hét bewijs dat Curaçao na al die jaren nu voor vol werd aangezien. Argentinië, de kersverse wereldkampioen, het land van Lionel Messi. Wie hem moest dekken die dag? Bicentini lacht. „Iedereen.”
Als Kluivert in het voorjaar van 2016 vertrekt als bondscoach, wordt Bicentini voor het eerst zelf eindverantwoordelijk. In het voorgaande jaar is Curaçao er opnieuw niet in geslaagd zich te plaatsen voor het WK, maar het vormt wel de start van een nieuwe bloeiperiode, zegt bondsvoorzitter Jean Francisca. Want Bicentini slaagt er in zijn eerste jaar meteen in om zich met Curaçao te plaatsen voor het eindtoernooi van de Caribbean cup, een voetbaltoernooi tussen de vier beste landen in het Caribisch gebied.
Ook op de eindronde, een jaar later, is Curaçao in topvorm. De halve finale wordt gewonnen van Martinique, de finale van Jamaica, beide met 2-1. De eindzege is het grootste succes in de geschiedenis van de ploeg, ook als je de periode van het Antilliaanse elftal meerekent. Bovendien levert de winst een ticket op voor de Gold Cup, het kampioenschap voor Noord- en Centraal-Amerika, waar Curaçao en de Antillen zich nooit eerder voor plaatsten.
Dat zijn ploeg met drie nederlagen in de groepsfase blijft steken is jammer, maar ook onderdeel van het „leerproces”, zegt Bicentini. Het voordeel ervan is: de aanwezigheid op een dusdanig groot podium overtuigt ook weer nieuwe plukjes met voetballers om zich beschikbaar te stellen. De bekendste daarvan is Brandley Kuwas van Heracles, op dat moment een subtopper in de Eredivisie.
Twee jaar later volgt nog een hoogtepunt: na een kwalificatie waarin Curaçao alle wedstrijden wint, weet de ploeg van Bicentini nu ook de groepsfase van de Gold Cup te overleven. Door een 1-0 overwinning op Honduras en een gelijkspel tegen Jamaica bereikt het elftal de kwartfinale. Die wedstrijd gaat nipt verloren tegen de Verenigde Staten (1-0), de latere finalist, maar de prestatie oogt alom bewondering. „Hoe kan het dat zo’n klein land dit bereikt”, hoort Bicentini steeds.
Toch zal het zijn laatste toernooi zijn als bondscoach, voorlopig. Na het afscheid van Jean Francisca krijgt de Curaçaose voetbalbond, inmiddels FFK gedoopt, een nieuwe voorzitter. Die geeft in aanloop naar een nieuwe WK-kwalificatiereeks de voorkeur aan een grotere naam. Hij wil Guus Hiddink als bondscoach. Het brengt geen succes. Hiddink stopt al na twee duels vanwege een covid-infectie, Kluivert neemt het tijdelijk over, maar slaagt niet in de missie.
Kortstondig keert Bicentini daarna nog terug, onder wéér een nieuwe voorzitter. Na een jaar wordt hij ontslagen, uit onvrede bij de bond over de sportieve prestaties, een besluit dat de trainer nog altijd pijn doet.
In zijn hoofd had Gilbert Martina een duidelijke top-drie. Allereerst Bert van Marwijk, daarna Louis van Gaal en vervolgens Fred Rutten. Al jaren is de bestuurder in verschillende rollen bij het elftal van Curaçao en de Antillen betrokken als hij in 2023 wordt gevraagd zich te beschikbaar te stellen als voorzitter. Martina kauwt dan al even op de vraag wie ‘The Blue Wave’, zoals de bijnaam van het elftal luidt, naar het WK van 2026 moet leiden.
Van Gaal en Van Marwijk weigeren: ze zijn inmiddels met pensioen. Rutten toont interesse, maar ziet er om privéredenen later toch vanaf, hoort Martina. Of de oud-coach van PSV en Feyenoord dan iemand kan adviseren, vraagt hij. Rutten noemt de naam van Advocaat, dan inmiddels 75 jaar oud. En nog voor Martina contact heeft opgenomen, belt de zaakwaarnemer van de voormalig bondscoach van Oranje: Advocaat hoorde dat er interesse was, en ziet het avontuur zitten.
Martina kan zijn geluk niet op. „Vanaf dat moment wist ik zeker: we gingen ons kwalificeren.” Want wat Advocaat toevoegt, is dat hij een elftal efficiënt kan laten voetballen, zegt Martina, sinds 2024 voorzitter van de FFK. Curaçao heeft op dat moment een selectie van een behoorlijk niveau, bij wie het voetbalplezier eraf spat. „Maar Dick is iemand die óók goed is in resultaatvoetbal. Dat is cruciaal in kwalificaties: het draait allemaal om punten pakken, en dat besef heeft hij kunnen overbrengen op de spelers.”
Het traject begint voortvarend, waardoor gaandeweg nog een aantal spelers zich beschikbaar stellen. Shurandy Sambo van Sparta komt bij de groep, net als Riechedly Bazoer, het voormalige toptalent van PSV en Ajax, dat inmiddels in Turkije voetbalt. Een andere aanwinst is Tahith Chong, opgeleid door Manchester United en nu actief bij Sheffield United.
Juninho Bacuna (links) en Leandro Bacuna signeren ballen tijdens een supportersbijeenkomst in Willemstad
Een maand later volgt een nieuwe kwaliteitsimpuls, als ook Armando Obispo (PSV) en Sontje Hansen (Middlesbrough FC) zich melden. Het zijn spelers met wie soms al jaren werd gesproken, maar die altijd „de boot afhielden”, zegt Wouter Jansen, sinds 2023 teammanager bij de nationale ploeg van Curaçao. Tot nu dus.
Zelf kan Jansen als geen ander vergelijken welke groei het elftal heeft doorgemaakt. De hbo-docent, zijn primaire baan, kent het elftal al sinds 2003, toen hij als voetballer van De Graafschap werd uitgenodigd voor twee oefeninterlands. „De ondergrens is echt enorm omhoog gegaan”, zegt hij. Ooit was een Nederlandse topamateur een aanwinst, nu zijn die nauwelijks nog in de selectie te vinden. Vrijwel iedereen in de basis speelt Eredivisie, of op een vergelijkbaar niveau in het buitenland.
Met die selectie gaat eind 2025 de droom in vervulling die het team dan al dik twintig jaar voortdrijft. In de laatste kwalificatiewedstrijd is een gelijkspel tegen Jamaica genoeg, Curaçao viert de hele nacht feest. Advocaat is er dan niet meer bij. Hij mist het laatste kwalificatieduel en legt zijn functie later neer, vanwege de gezondheid van zijn vrouw en dochter. Hij wordt opgevolgd door Fred Rutten, de man die hem drie jaar eerder aandroeg. Maar als de situatie thuis een paar maanden later is gestabiliseerd, willen de spelers en een belangrijke sponsor hem toch terug. Rutten stapt op, en maakt zo de weg vrij voor een terugkeer.
Als de 78-jarige bondscoach twee weken later zijn selectie deelt, zijn er geen verrassingen. Meteen na de kwalificatie nam Advocaat namelijk al een rigoureus besluit, zegt Jansen. Zoals na elk succes melden zich ook begin 2026 weer spelers die de nationale ploeg van Curaçao nu opeens wel zien zitten. „Daarvan heeft Dick gezegd: ik wil niet dat spelers die de afgelopen jaren hebben geholpen bij de plaatsing nu worden vervangen. We hebben dit ook bereikt door het karakter van dit team. Prima dat je wilt aansluiten: na het WK ben je welkom.”