In Amsterdam viert Iron Maiden de eigen glorietijd, en dus de eerste albums. Het is vintage, maar wel van de meeslepende soort.
is pop- en gamejournalist van de Volkskrant, met speciale aandacht voor de opkomst van artificiële intelligentie in de kunst.
Wie de net verschenen documentaire Burning Ambition heeft gezien, weet dat Iron Maiden eeuwigdurend zal blijven toeren. Maar toch. De Engelse metalband zit in een levensfase waarbij je als liefhebber denkt: het kán een keer de laatste show zijn. Dus verkoopt die Amsterdamse Ziggo Dome gewoon weer uit.
Zo’n concerthal is eigenlijk een intiem zaaltje voor een band die alle voetbalstadions van de wereld op de grondvesten deed trillen. De setlist past bij de bescheiden setting. Iron Maiden maakt nog steeds prima albums, maar viert vanavond uitsluitend de eerste platen. Dat is weliswaar veilig, maar tegelijkertijd best spectaculair.
Neem alleen al het begin: drie nummers van het album Killers uit 1981, dat de muziekgeschiedenis veranderde omdat punk ineens werd omgebogen naar riffende metalagressie. Wrathchild heeft nog steeds dat smerige randje en de galmende stem van Bruce Dickinson klinkt gemeen scherp, waardoor je echt denkt dat je voor hem moet oppassen.
Het decor is minder exorbitant dan gebruikelijk: we kijken vooral naar animaties op een filmscherm. Alsof we ‘Maiden’ dus zien in die glorietijd: gewoon, een onvermoeibaar rockbandje zonder fratsen, maar met ongezond veel geldingsdrang.
Na twee uur nostalgie en werkelijk alle krakers uit het vroege oeuvre, van Number of the Beast tot Run to the Hills, snak je wel naar iets nieuws. Naar iets dat je niet al duizend keer hebt gezien en gehoord, al zijn de harmonieën van de drie gitaristen en het galopperende baswerk van bandbrein Steve Harris nog zo meeslepend.
Maar dan brult de hele Ziggo mee met Powerslave, en merk je dat je eigen vuist ook gaten in de lucht begint te slaan: ‘I’m a slave to the power of death.’ Je hoeft je er niet voor te schamen.
Pop
★★★☆☆
Ziggo Dome, Amsterdam, 10/6.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant