Home

Thuisonderwijskinderen moeten terug naar school, krijgen wel overgangsperiode

De 2.860 kinderen die vanwege de levensbeschouwing van hun ouders niet naar school hoeven, moeten in principe alsnog de schoolbanken in. Wel krijgen ze de tijd voor een zorgvuldige overgang. Zo luidt althans het advies van branchevereniging Ingrado aan alle leerplichtambtenaren.

Ingrado vindt "een zorgvuldige overgang noodzakelijk", want vaak gaat het om kinderen die al jaren niet naar school zijn geweest. "Voor deze kinderen kan de stap naar onderwijs groot zijn", schrijft Ingrado.

De leerplichtvereniging wil dat gemeenten om tafel gaan met ouders om samen tot een plan van aanpak te komen. "Het uitgangspunt daarbij is dat wordt toegewerkt naar deelname aan onderwijs" en dat er een "passende onderwijsplek" wordt gevonden, staat in de zogeheten handreiking.

"De overgang van thuis(onderwijs) naar zo'n passende onderwijsplek moet natuurlijk in goed overleg met ouders vorm krijgen", licht een woordvoerder toe aan NU.nl. En zeker niet overhaast, benadrukt ze. "Daarom adviseren we gemeenten om er komend schooljaar nog geen (handhavings)consequenties aan te verbinden als een kind nog niet is ingeschreven op school."

Oftewel: Ingrado wil dat kinderen weer naar school gaan, maar ouders hoeven komend jaar niet meteen voor vervolging te vrezen als de passende school nog niet gevonden is.

Staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs) is blij met de richtlijn van Ingrado. "Ik deel het uitgangspunt dat het recht voor kinderen op goed onderwijs gegarandeerd moet worden en dat dit het beste op school kan. In mijn optiek betekent dat: les van een vakbekwame docent, op een school met leeftijdsgenootjes", laat ze weten.

Veel ouders van kinderen met levensbeschouwelijke vrijstelling zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NvVTO). Die wijst erop dat bezwaren van ouders tegen 'gewoon' onderwijs zijn niet ineens zijn verdwenen. "We verwachten dan ook dat veel ouders nog altijd geen passende school kunnen vinden."

De NvVTO heeft het gevoel dat "bestaande rechten van een kleine minderheid steeds verder worden beperkt", zegt een woordvoerder. "Het recht op vrijstelling is er namelijk niet zomaar. Het beschermt minderheden: gezinnen voor wie binnen hun nabije woonomgeving geen school is die aansluit bij hun levensbeschouwing."

Het advies van Ingrado moet een einde maken aan jarenlang gesteggel over artikel 5 onder b van de onderwijswet. Dat bepaalt dat ouders hun kinderen mogen thuishouden als er geen enkele school is die bij hun geloof of levensbeschouwing past. Als ouders aan voorwaarden voldoen hebben ze daar automatisch recht op, maar de ene leerplichtambtenaar was daar altijd veel meegaander in dan de ander.

De verschillen waren zo groot, dat het Openbaar Ministerie stopte met het vervolgen van ouders die hun kind volgens de leerplichtambtenaar onterecht thuislieten. In 2024 waren er volgens het OM zo'n 60 strafzaken vanwege artikel 5 onder b.

Een uitspraak van de Hoge Raad zou duidelijkheid moeten bieden. Alle kinderen kunnen en moeten in principe naar een openbare school toe, ongeacht de levensbeschouwing van hun ouders, concludeerde die in april. Maar er bleef onduidelijkheid: geldt dat dan alleen voor jonge kinderen die net leerplichtig worden, of ook voor alle kinderen die al een vrijstelling hebben?

Daarom kwam Ingrado nu met deze richtlijn. Leerplichtambtenaren zijn niet verplicht het advies op te volgen, maar het ligt wel voor de hand.

In theorie kan er voor sommige kinderen nog steeds een uitzondering worden gemaakt: wanneer er geen enkele "objectieve, kritische en pluralistische" school in de buurt is, bleek uit de uitspraak van de Hoge Raad. Maar Ingrado-bestuurder Corien van Sterkenburg gaf eerder in gesprek met NU.nl aan dat je juist van openbare scholen kunt verwachten dat die objectief, kritisch en pluralistisch zijn.

Om deze laatste onduidelijkheid en uitzonderingssituaties weg te nemen, werkt staatssecretaris Tielen aan een langetermijnplan. Ze kijkt naar ofwel het helemaal afschaffen van de vrijstellingsmogelijkheid, ofwel het regelen van toezicht op het thuisonderwijs.

"Daar is uiteindelijk wel politiek draagvlak voor nodig", zegt Thielen. "Daar informeer ik de Tweede Kamer vóór de zomer over."

Zo'n vrijstelling klinkt alsof ouders thuisonderwijs moeten gaan geven, maar officieel bestaat dat helemaal niet in Nederland. De meeste ouders zullen het in de praktijk ook doen, maar er is geen enkel toezicht op. Het kan dus ook dat ouders hun kinderen niet goed onderwijzen, of dat sommigen het helemaal niet doen: dat weten we simpelweg niet.

De thuisonderwijsvereniging pleit daarom voor "thuisonderwijs in de wet, met passend toezicht", zegt de woordvoerder.

Het aantal met zo'n levensbeschouwelijke vrijstelling stijgt hard. In heel Nederland ging het vorig schooljaar om 2.860 kinderen. Dat is 16 procent meer dan het schooljaar daarvoor en bijna twee keer zo veel als vijf jaar eerder. Cijfers van dit schooljaar zijn nog niet bekend.




Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next