Filmjaar 2026 mogen we bestempelen als het jaar van de definitieve doorbraak van de YouTube-regisseurs. Horrorhits Obsession en Backrooms laten de klassieke filmindustrie zien dat je ook met weinig middelen veel creatiefs kunt doen.
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
Van 750 duizend dollar naar een miljoen of 300: menig beursanalist zou daar steil van achteroverslaan. Als je het hebt over een gruwelijk woord als ‘rendement’, dan is de razend succesvolle horrorfilm Obsession daar bij uitstek een voorbeeld van.
Dat de 26-jarige regisseur Curry Barker iets kon, was al wat langer duidelijk. De Amerikaan bracht in 2024 op YouTube zelf zijn horrorfilm Milk and Serial uit, over een stel jonge youtubers die net iets te ver doorslaan in hun internetgrappen.
Barker, die op YouTube eerder vooral komische, ongemakkelijke sketches uitbracht, maakte de film voor zo’n 800 dollar. Verrassend genoeg was Milk and Serial een van de betere found footage-films van de afgelopen jaren, waarin slim de draak werd gestoken met vervelende jongeren die alles doen voor een beetje (online)aandacht. De film werd een hitje, met uiteindelijk een paar miljoen kijkers.
Het succes van Barkers film was ook een teken van de kracht van YouTube. Dat platform biedt tenslotte een uiterst toegankelijk podium, waar zowel de talentlozen als de talentvollen alle ruimte krijgen om te doen wat ze willen. In het beste geval wordt zo’n podium dan een bewijs dat je met weinig middelen veel creatiefs kunt doen. Dat had Barker eerder ook al laten zien met zijn korte YouTube-film The Chair, over een behekste antieke stoel.
Curry Barker kon wat, en dus kreeg de jonge regisseur een budget van 750 duizend dollar om een nieuw project te verwezenlijken: horrorfilm Obsession, over de sociaal ongemakkelijke Bear (Michael Johnston), die heimelijk verliefd is op beste vriendin Nikki (Inde Navarrette), maar dat niet durft te vertellen.
Als Bear in een winkel een ‘wensstokje’ ziet liggen, ziet hij een shortcut naar succes: hij koopt het stokje en wenst dat Nikki ‘smoorverliefd’ op hem wordt.
En verdomd, ineens zijn ze een stelletje en is Nikki totaal door hem geobsedeerd. Dat haar gedrag steeds vreemder, onvoorspelbaarder en gewelddadiger wordt, ziet hij maar even door de vingers. Hij heeft zijn droomvrouw!
Obsession raakt daarbij aan allerlei actuele thema’s, angsten en sociale ongemakken, maar is bovenal een van de beste (horror)films van het jaar, met behoorlijk effectieve schrikmomenten, volop zwarte humor en een sublieme hoofdrol van Navarrette.
En dat alles voor een budget van zo’n 750 duizend dollar. Vergeleken met Milk and Serial is dat best een behoorlijk bedrag, maar voor Hollywoodbegrippen is het een fooi. Het maakt horror ook een van de lucratievere filmgenres: de films zijn vaak goedkoop om te maken, en door de vele liefhebbers zijn de opbrengsten altijd relatief hoog.
Maar de zege van Obsession tart tot nu toe vele wetten: aan de bioscoopkassa’s heeft de film inmiddels meer dan 200 miljoen dollar opgeleverd, en de verwachting is dat hij uiteindelijk ruim boven de 300 miljoen gaat uitkomen.
Daarmee zou het een van de succesvolste onafhankelijk gemaakte films ooit worden, met een budget dat ruim driehonderd keer wordt terugverdiend (de film werd na een succesvolle première op het filmfestival van Toronto voor zo’n 15 miljoen dollar gekocht door filmstudio Focus Features, waarmee er wel direct veel meer geld beschikbaar was voor de marketing).
Dit soort succesverhalen zien we vaker, zeker met relatief goedkoop gemaakte horrorfilms. Voorbeelden hiervan zijn klassiekers als The Texas Chainsaw Massacre (budget van een kleine ton, opbrengst van ruim 30 miljoen dollar), The Blair Witch Project (budget van een paar ton, een opbrengst van bijna 250 miljoen dollar) en Paranormal Activity (een opbrengst van bijna 200 miljoen dollar, tegen een budget van slechts 15 duizend dollar).
Maar Obsession is weer een verhaal op zich. Zo is het de eerste film sinds E.T. in 1982 waarbij de bezoekcijfers ook in het derde weekend na verschijning nog altijd stijgen. Dat is bijzonder, want in vrijwel alle gevallen scoort een film in het tweede weekend na verschijning minder dan in het openingsweekend.
Het succes van Obsession lijkt een typisch geval van geslaagde mond-tot-mondreclame, na lovende reacties van zowel de critici als het bioscooppubliek. Een andere opvallende statistiek: ruim driekwart van de bezoekers is 18 tot 25 jaar.
Het succesverhaal van Obsession staat niet op zichzelf, want min of meer gelijktijdig is daar ook het monstersucces van horrorfilm Backrooms, gemaakt door de 20-jarige (!) Kane Parsons, die eveneens doorbrak op YouTube.
Ook die film breekt allerlei records: het is de succesvolste film die studio A24 tot nu toe heeft uitgebracht, met een opbrengst die inmiddels al de 200 miljoen dollar voorbij is, terwijl de film pas sinds eind mei draait. Bij Backrooms was maar liefst 86 procent van het publiek jonger dan 35 jaar.
En een paar maanden geleden bracht YouTube-ster Markiplier zijn zelf gefinancierde film Iron Lung uit, in tegenstelling tot Obsession en Backrooms zonder hulp van een filmstudio. Ook die film werd een megahit, met een opbrengst van meer dan 50 miljoen dollar.
Daarmee mogen we filmjaar 2026 best bestempelen als het jaar van de definitieve doorbraak van de YouTube-regisseurs. Symbolisch was in dat opzicht het laatste weekend van mei, waarin Backrooms én Obsession meer publiek trokken dan The Mandalorian and Grogu, de zoveelste nieuwe film uit de Star Wars-franchise.
Het is nog altijd een momentopname, maar het is ook een voorzichtig teken dat originele verhalen van jonge, eigengereide makers meer in trek lijken, in ieder geval bij een jong publiek, dan de zoveelste nieuwe film in een miljardenfranchise.
YouTube is daarbij een pijplijn waar steeds meer succesvolle filmmakers uit voortkomen, met in recente jaren bijvoorbeeld ook het Australische duo Michael en Danny Philippou, die goed bekeken films maakten als Talk to Me en Bring Her Back. En ook horrorfilm Shelby Oaks, gemaakt door de populaire YouTube-filmrecensent Chris Stuckmann, was eerder dit jaar een bescheiden succes.
Het succes reikt overigens verder dan alleen horror, want ook in andere genres maken YouTube-sterren met succes de overstap naar het bioscoopscherm. In Nederland zijn er bijvoorbeeld populaire films als De film van Rutger, Thomas & Paco (van YouTube-sterren Rutger Vink en Thomas van Grinsven) en meerdere films van de vloggende familie Bellinga.
En sinds deze week draait ook The Amazing Digital Circus in de bioscopen, een filmvervolg op een razend populaire, geanimeerde webserie over mensen die opgesloten zitten in een virtuele wereld. Die film bracht alleen al in de eerste vier dagen meer dan 35 miljoen dollar op.
Wat al deze makers gemeen hebben, is dat ze al een heel eigen publiek hebben, waardoor ze minder afhankelijk zijn van de inmenging en marketing van een studio. Mensen als Barker, Parsons en Markiplier hadden op YouTube vaak al honderdduizenden tot miljoenen volgers, en dat helpt bij het verkopen van een film.
Voor Hollywood lijkt het een nieuwe reddingsboei, daar de zorgen over het teruglopende bioscoopbezoek al jaren groot zijn. Het kan dus blijkbaar wél, rendabele films maken die ook een heel nieuw publiek naar de bioscoopzaal trekken. Voor grote, dure studiofilms werd het de laatste jaren steeds moeilijker om uit de kosten te komen.
Films uit franchises als Star Wars, Marvel en Mission: Impossible hebben vaak budgetten van honderden miljoenen dollars, en die hebben daarbij vaak een (drie)dubbele opbrengst nodig om weer rendabel te worden. Bij goedkope, slim gemaakte lowbudgetfilms zijn die zorgen er niet.
Wat nu vooral interessant wordt, is om te zien welke lessen er getrokken gaan worden uit het succes van de YouTube-generatie. Het zou in dit geval vooral een goede les zijn voor studio’s om meer ruimte (en geld) te geven aan origineel werk van getalenteerde jonge makers met een eigen achterban.
Maar als we pech hebben, trekt Hollywood hieruit zijn eigen les en gaat het simpelweg meer van hetzelfde maken, met een Obsession 2, 3 en 4 en Backrooms tot in de eeuwigheid.
Duidelijk is wel dat het jonge bioscooppubliek er heus is, zeker als er goede mond-tot-mondreclame is, of als mensen al enige affiniteit hebben met een maker. Het is misschien nog te vroeg om te spreken van een echte revolutie, maar het succesverhaal van uit YouTube voortgekomen films als Obsession en Backrooms biedt in ieder geval hoop voor de toekomst van de bioscoop.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant