Zes vragen over het rentebesluit De Europese Centrale Bank in Frankfurt maakt donderdag bekend of ze de rente voor de 21 eurolanden verhoogt. Dat zou voor het eerst zijn in drie jaar. Waarom is dit belangrijk? En nog wat vragen voor rentedummy’s.
Het hoofdkantoor van de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt.
De rente – alles in de economie hangt ermee samen: de inflatie, de prijzen in de winkel en die van huizen, sparen, lenen, de staatsschuld. In de landen die als munt de euro gebruiken, de eurozone, is de rente drie jaar lang niet verhoogd. Komende donderdag, 11 juni, zal dat waarschijnlijk toch gebeuren. De belangrijkste rente is nu 2 procent en stijgt vermoedelijk naar 2,25 procent. Reden daarvoor is stijgende inflatie, die nu 3,2 procent bedraagt. Dat vindt de Europese Centrale Bank (ECB) te hoog. Overheden, financiële markten, banken en andere bedrijven en sommige particulieren wachten met spanning op het ‘rentebesluit’ van de ECB.
De rente is relevant voor iedereen die geld leent – of dat nu voor een studie is, een investering, een verbouwing of de aankoop van een huis. Maar ook voor iedereen die z’n geld ergens stalt, bijvoorbeeld op een spaarrekening. Stijgt de rente, dan wordt lenen duurder en sparen gunstiger. Daalt hij, dan wordt lenen goedkoper en levert sparen minder op.
Voor bedrijven wordt lenen bij een renteverhoging duurder en investeren of uitbreiden dus lastiger. Daardoor remt de economie als geheel af en zal de inflatie dalen. Voor beleggers op de beurs kan een aandeel in een bedrijf minder aantrekkelijk worden – en de koers ervan dalen – doordat het bedrijf meer moet betalen om te lenen. En ook voor mensen die maandelijks al hun geld uitgeven, is de rentestand belangrijk. Lagere inflatie betekent minder prijsstijgingen in de winkel.
Een besluit over de rente in de eurozone neemt de Europese Centrale Bank in Frankfurt, onafhankelijk van de politiek. Niet alle EU-landen hebben de euro als munt, 21 wel. De voorzitters van de centrale banken van deze eurolanden zitten in het bestuur van de ECB, naast de zes leden van de directie. Voor Nederland is dat Olaf Sleijpen. ECB-president is Christine Lagarde.
In de regel vergadert het bestuur tweemaal per maand in Frankfurt, en valt elke zes á zeven weken een rentebesluit. De laatste keer dat daardoor de rente veranderde, was in juni 2025. Toen werd de rente verlaagd met 0,25 procentpunt, tot 2 procent. De laatste keer dat de ECB hem verhoogde, was in september 2023: van 3,75 naar 4 procent.
De centrale bankiers stemmen over de rente omdat ze verschillende belangen hebben. Het ene land heeft veel schulden en daardoor baat bij een zo laag mogelijke rente. In het andere land draait de economie op volle toeren waardoor de prijzen stijgen. Zo’n land wil juist een wat hogere rente om de inflatie af te remmen. De grotere eurolanden hebben meer invloed op deze besluiten dan de kleinere. Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en Nederland hebben samen vier stemmen. De overige zestien hebben samen elf stemmen.
Voor huiseigenaren – zo’n 60 procent van de huizen in Nederland is een koopwoning – kan verhoging van de rente grote gevolgen hebben. De meeste mensen hebben het rentetarief voor hun hypotheeklening voor vijf of tien jaar vastgelegd. Maar als die afspraak afloopt en de rente is intussen verhoogd, dan kan je over dezelfde lening opeens flink meer betalen aan de bank. Dat kan zo honderden euro’s per maand schelen. Voor mensen die op zoek zijn naar hun eerste koopwoning, kan een renteverhoging zo veel geld schelen dat ze hun wensen moeten verlagen of soms zelfs helemaal van kopen afzien. Een verhoging van de hypotheekrente dempt de vraag naar koophuizen en daarmee, deels, ook de stijging van de huizenprijzen.
Daalt de rente, dan worden hypotheekleningen juist goedkoper. Daarmee groeit de groep die een huis kan kopen, wat de huizenprijzen ook enigszins opdrijft.
De rente die de centrale bank bepaalt, geldt voor leningen die commerciële banken met haar afsluiten. Die commerciële banken, zoals de Nederlandse Rabobank, ING en ABN Amro, baseren de rente die ze van hun klanten vragen op de (lagere) rente die ze zelf aan de centrale bank betalen. De hoogte van de rente die ze hun spaarders betalen, leiden ze af van de rente die ze krijgen op het geld dat ze bij de ECB hebben gestald.
Commerciële banken concurreren met elkaar en zullen daardoor íétsje variëren met de hypotheekrente die ze hun klanten vragen en de rente die ze hun spaarders bieden. Die verschillen zijn zelden groot. Marktbewaker ACM noemde twee jaar geleden gebrek aan concurrentie als belangrijke oorzaak van de lage spaarrentes in Nederland.
Bij een rentestijging wordt sparen aantrekkelijker, omdat je voor dat spaargeld meer rente ontvangt van de bank. Doorgaans is de spaarrente zo laag dat die de waardedaling van spaargeld door inflatie (geldontwaarding) niet compenseert.
Omdat sparen aantrekkelijker wordt en lenen voor particulieren duurder, is het gevolg van een renteverhoging dat mensen mínder geld uitgeven aan extra’s – vakanties, etentjes of nieuwe spullen. Dat remt de economie af.
Geld lenen wordt duurder als de rente stijgt. De prikkel voor de ondernemer om te lenen voor investeringen in machines en andere bedrijfsmiddelen neemt af; terugverdienen wordt immers lastiger. Als bedrijven massaal pas op de plaats maken, remt dat de economie af. De inflatie – doordat bijvoorbeeld de economie té hard draait of als goederen duurder worden door een oorlog – daalt dan.
De ECB streeft naar een inflatie op middellange termijn van onder, maar dicht bij 2 procent per jaar. Prijzen blijven dan redelijk stabiel, net als de koopkracht van de euro.
De overheid doet allerlei uitgaven, voor onderwijs bijvoorbeeld, defensie, politie, sociale uitkeringen. Zijn extra uitgaven aan publieke taken nodig, zoals bij oorlogsdreiging of milieurampen, dan kan ze óf de belastingen voor burgers en bedrijven verhogen, óf lenen. Lenen doet de overheid bij bedrijven, banken en burgers via staatsobligaties.
Sommige landen bouwen zo een hoge staatsschuld op (de VS, Griekenland, Italië), andere een lage (Nederland). Als de rente stijgt, moet de overheid voor leningen meer betalen. Een hoge staatsschuld, en daardoor hoge rentebetalingen, kan de overheid fors in problemen brengen. Als een staat veel geld kwijt is aan rente, kan dat geld niet voor andere doelen worden uitgegeven.
Ten slotte, en misschien minder voor rentedummy’s: de ECB heeft veel invloed, maar niet op de lange rente die autonoom tot stand komt door vraag en aanbod op de internationale kapitaalmarkt. Staatsschuld is vooral langlopend, hypotheekleningen zijn dat ook. Mocht de ECB de rente donderdag niet aanpassen, en ‘de markt’ vindt dat ze niet genoeg optreedt tegen de inflatie, dan zou de lange rente zomaar kunnen stijgen. En dan wordt lenen voor staat en huiseigenaar dus ook duurder.