Home

Wat als je aanbelt en al iemands schulden afkoopt? ‘Het viel me meteen op dat jullie geen bed hadden’

Wat doet het kwijtschelden van een flink deel van de schulden met een huishouden in problemen? In Arnhem in een van de armste wijken van Nederland, deden ze dat. ‘Je lach is nu oprecht, geen masker meer.’

Rianne Langenbach was na het eerste bezoek van schuldencoach Petra Wouda zo hoopvol gestemd, dat ze spontaan haar wc verfde. ‘Dat wilde ik al heel lang doen, maar ik had er gewoonweg de energie niet voor’, vertelt de 40-jarige Arnhemse met een stralende glimlach. ‘Ik zei toen tegen mijn vriend: ‘O, wat zou het toch fijn zijn als het lukt wat deze coach voorstelt, dat wij van onze schulden afkomen.’’

Langenbach ontvangt in haar woning op de zevende van een twaalf verdiepingen hoge flat in de Arnhemse buurt Immerloo II. Achter de felgroene voordeur woont ze met haar vriend en twee dochters (5 en 11 jaar). Ze zijn een van de veertig huishoudens die de afgelopen twee jaar meededen aan het Experiment Immerloo Schuldenvrij.

Door te beginnen met het afkopen van al iemands schulden, wordt in Arnhem de gangbare schuldenaanpak omgedraaid. Het is niet het eerste experiment met kwijtschelden van schulden, maar wel is nieuw dat het op deze schaal gebeurt en dat het gepaard gaat met intensieve coaching. De deelnemers zijn door de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) bovendien langdurig gevolgd om de langetermijneffecten van deze aanpak te kunnen onderzoeken – ook dat is voor het eerst.

Twee jaar geleden had Langenbach fikse betalingsachterstanden bij de Belastingdienst. Zo was ze op de gemeentelijke lijst terechtgekomen van mogelijke kandidaten voor het experiment. Ze kampt al haar hele volwassen leven met schulden, aanvankelijk vooral doordat ze ‘verkeerde beslissingen’ nam, zegt ze zelf. ‘Eerst leuke dingen doen en dan pas de rekening betalen.’ Waar dan vaak geen geld meer voor was.

Ook haar vriend had meer schulden dan hij zelf kon oplossen, ontdekte ze toen ze zeven jaar geleden gingen samenwonen. Het gezin leeft van uitkeringen. Door trombose in haar benen, vier jaar geleden ontdekt, stopte Langenbach met haar werk in een schoenenwinkel. Haar vriend, die voorheen werkte als kok, heeft recentelijk zijn derde herseninfarct gehad. Langenbach is nu ook zijn mantelzorger.

Door de geldzorgen sliep ze slecht, ze was soms lusteloos, somber en kortaf tegen haar kinderen. ‘Dan goochelde ik met de paar beschikbare tientjes’, vertelt ze. ‘Ga ik eten kopen of ga ik de deurwaarder wat toestoppen?’

Gewaagde proef

Haar verhaal zal herkenbaar zijn voor veel van de ongeveer 725 duizend Nederlandse huishoudens met problematische schulden. De continue stress die schulden geven, van bijvoorbeeld de angst dat de elektriciteit wordt afgesloten, schaadt niet alleen de mensen die het betreft, maar ook de maatschappij.

Bij elkaar zouden schulden de samenleving 8,5 miljard euro kosten, volgens een berekening van budgetinstituut Nibud en de Hogeschool Utrecht uit 2024. Onder meer vanwege verlies aan arbeidsproductiviteit en extra gezondheidszorgkosten. Duidelijk is inmiddels dat pas als de schuldenstress wordt verlicht, er weer ruimte komt om vooruit te kijken, pak ’m beet een wc te schilderen of om weer eens iets leuks te doen met de kinderen.

Daarom breekt de overheid zich het hoofd hoe zij het aantal mensen met schulden kan verminderen. Bijvoorbeeld door meer mensen naar de schuldhulpverlening te ‘lokken’; nu maakt slechts een kleine 10 procent daarvan gebruik.

Ook in Arnhem werden ze er vaak moedeloos van, zo is te lezen in het eindrapport over het experiment, dat donderdag wordt gepresenteerd. Toen een deskundige suggereerde dat schulden afkopen waarschijnlijk goedkoper is voor de maatschappij dan blijven doormodderen, ontstond het idee voor de gewaagde proef in Arnhem. Wat zou er gebeuren als we bij mensen gaan aanbellen met het aanbod: we nemen al je schulden over en helpen je ook om uit de schulden te blijven?

De jarenzeventigflatwijk Immerloo is er de ideale plek voor. Het is een van de armste buurten van Nederland: een op de vijf huishoudens kampt er met problematische schulden. Het experiment werd mogelijk gemaakt door drie filantropische Arnhemse stichtingen, die ruim vier ton bij elkaar legden voor het afkopen van de schulden.

Het experiment werd geleid door wijkverbeteringsprogramma Nationaal Programma Arnhem-Oost, een alliantie waarbij de gemeente een bijrol heeft tussen zeventig andere organisaties. Deze ‘vrijplaats’ gaf volgens directeur Monaïm Benrida ‘de ruimte om echt te doen wat nodig was’. Benrida: ‘Binnen de gemeente zou de uitvoering van dit experiment op deze manier niet mogelijk zijn geweest.’

Zo kregen de coaches volledige autonomie om te bepalen wat per huishouden nodig was. De eerste stap zetten zij in april 2024 door aan te bellen bij de mogelijke kandidaten en hun vertrouwen te winnen.

Dat bleek veel langer te duren dan verwacht. Lang niet alle deuren gingen meteen open, en veel mensen reageerden wantrouwend op het aanbod, dat sommigen te mooi leek om waar te zijn. Pas in april van dit jaar werd het veertigste deelnemende gezin geworven – de doelstelling was veertig tot zestig. Gemiddeld hadden de deelnemende gezinnen een schuld van 32 duizend euro.

My Little Pony-behang

Langenbach was een van de eerste deelnemers. ‘Wij hadden meteen een goede klik’, zegt ze tegen coach Wouda, die is aangeschoven. ‘Het is zo fijn dat je bij ons thuis komt en dat we je altijd kunnen bellen.’

De eerste stap is elkaar leren kennen, legt Wouda uit, die zo’n vijftien van de deelnemende gezinnen begeleidt. ‘Ik heb ook ruimte om meteen bij te dragen aan iets wat een gezin nodig heeft of waar ze blij van worden.’

In het geval van Langenbach was dat een knalroze My Little Pony-behangwand in de kinderkamer, die daarvoor wat kaal oogde. ‘Het viel me ook meteen op dat jullie woonkamer er goed uitzag’, zegt Wouda, ‘maar dat jullie zelf geen bed en kledingkast hadden.’

Omdat Wouda zelf een schuldverleden heeft, durfde Langenbach meer te delen. ‘Het gaf extra vertrouwen’, zegt ze tegen haar coach. ‘Je kwam elke week. Samen werkten we de plastic zakken met ongeopende post door, en ook hielp je ons met de instanties.’

Wouda vertelt dat ze is geschrokken van het wantrouwen van die instanties richting mensen die in de knel zitten. Bij dit gezin kwam de coach erachter dat de vriend van Langenbach na zijn herseninfarct ten onrechte geen WIA-uitkering ontving. Wouda wist dit recht te zetten. ‘Dat was zeker niet gelukt zonder Petra’, zegt Langenbach op besliste toon.

Eén gezin, één plan

‘Dit is herkenbaar’, zegt schuldenlector Nadja Jungmann. ‘Het gebeurt vaker dat er bij mensen met schulden iets niet blijkt te kloppen door bijvoorbeeld een verkeerde berekening of aanname, en dat zoiets pas naar boven komt als een deskundige naast hen komt staan. We hebben de overheid zo ingewikkeld gemaakt, dat soms een betaalde hulpverlener nodig is om de regelingen te doorgronden.’

Het is ook een van de conclusies die de onderzoekers in het rapport trekken: deze aanpak loont, mede omdat een coach de problemen die er spelen in samenhang bekijkt en samen met het gezin aanpakt. En zoals gehoopt neemt de afkoop van de schulden veel stress weg, waardoor veel deelnemers zich gezonder voelen en bijvoorbeeld weer eens een broodnodig tandartsbezoek inplannen.

Ook neemt een aanzienlijk aantal deelnemers weer stappen om (vrijwilligers)werk te vinden. Al zijn er ook enkelen die vrezen voor de gevolgen als ze de ‘zekerheid’ die een uitkering biedt achter zich laten.

Voorzichtig durven de onderzoekers te stellen dat elke euro die in het experiment is gegaan, is terugverdiend door het weggevallen van maatschappelijke kosten. Met als kanttekening dat dit alleen standhoudt als de deelnemers schuldenvrij blijven.

Voor wie de schuldenproblematiek een beetje volgt, zijn deze conclusies niet verrassend. Ruim tien jaar geleden klonk al het mantra van één gezin, één plan en dat samenhangende hulp voor families met meerdere problemen veel effectiever is dan versnipperde hulp. En ook dat het loont om op gezinnen af te gaan en te investeren in het winnen van vertrouwen, in plaats van te wachten totdat ze zichzelf melden, om vervolgens afstandelijk te communiceren.

Langenbach zegt te hopen dat de reguliere schuldhulp van het experiment leert. ‘Dat ze hun cliënten niet louter mogen mailen of op bepaalde tijden mogen bellen, maar dat er persoonlijk contact is.’

Coach Wouda beklemtoont dat deze arbeidsintensieve methode zeker niet voor alle mensen met schulden nodig is. ‘Alleen voor de kleine groep met meervoudige problemen, die het niet lukt om zelf naar de schuldhulp te stappen.’

De branchevereniging van schuldhulpverleners NVVK erkent dat het project in Arnhem laat zien dat er een bepaalde groep is die extra aandacht nodig heeft. Gemeenten zijn, zegt directeur Ruud van den Tillaar, wettelijk verplicht om contact te leggen met inwoners die achterstanden hebben bij de betaling van huur, energie, water en de zorgverzekering. Maar dit gebeurt volgens hem meestal per telefoon of per mail, niet door bij hen aan te bellen. ‘Meer begeleiding en naast mensen gaan staan werkt, dat laat deze aanpak zien.’

Wel staat de NVVK-directeur kritisch tegenover het afkopen van schulden zoals dat in Arnhem gebeurde. Bij het experiment in Immerloo II werd na onderhandelingen gemiddeld 34 procent van alle schulden afgekocht, terwijl bij schuldhulpverlening na afspraken met de schuldeisers rond de 5 tot 10 procent wordt betaald. ‘Het risico bestaat dat zij ook van ons meer gaan vragen.’

Schaamte

Op straat in Immerloo klinkt steun voor het project (‘schulden zouden mij ook kunnen overkomen’), maar er zijn ook kritische geluiden. Van bewoners die het project te gul vinden. Langenbach snapt wel dat zo wordt gedacht. ‘Toch zit het voor ons echt anders, zo’n wirwar van problemen met geld, gezondheid en instanties konden wij niet zelf oplossen.’

En dan is er nog de schaamte. Zo kwam Langenbach er pas tijdens dit project achter dat haar nicht, die ook in deze buurt woont, eveneens schulden had waarmee ze werd geholpen.

Toen de schuld van Langenbach was opgelost, hebben ze dat met taart gevierd. En is ze met haar vriend voor het eerst sinds tijden uit eten gegaan, in het restaurant waar hij vroeger werkte.

Nu bezweert ze dat ze nooit meer in de oude situatie terecht zal komen. Ze heeft, zegt ze, geleerd dat ze brieven moet openen en beantwoorden. En ze maakt potjes voor verschillende uitgavenposten.

De deskundigen zijn nog wel benieuwd of de deelnemers ook in de toekomst schuldenvrij blijven. En of er nog een vervolg komt op het project en of er iets wordt gedaan met de resultaten. Directeur Benrida wil allereerst blijven leren van de veertig deelnemers. Welke hulp blijft nodig om ze schuldenvrij te houden? Want hij plaatst ook een kanttekening bij zijn eigen experiment: ‘Schuldenvrij zijn is pas het begin. De vraag is nu: zijn ze ook bestaanszeker? Is hun inkomensniveau voldoende? Dat geldt echt niet voor een deel van de mensen.’

Daar ligt ook een opdracht voor het Rijk, zegt Benrida. ‘Wij zien dat mensen zaken tekortkomen omdat ze het vertrouwen in overheidsinstanties volledig kwijt zijn en daarom bijvoorbeeld hun toeslagen niet aanvragen.’

Benrida hoopt vooral dat de lessen van het kwijtschelden van schulden en de persoonlijke aanpak geïntegreerd worden in de schuldhulpverlening van de gemeente. Bijvoorbeeld door waar dat nodig is proactieve coaches in te zetten. Voor het precieze vervolg van het experiment is het ‘nog even wachten’ op het nieuwe gemeentebestuur.

Langenbach zou wel onderdeel willen uitmaken van een vervolg, door zelf net als haar coach Wouda anderen te helpen met de ervaring die ze heeft. Wouda merkt op hoezeer ze Langebach heeft zien veranderen, dat ze nu een heel andere vrouw voor zich ziet dan twee jaar geleden. ‘Je lach is nu oprecht, geen masker meer.’

Ze gaat weer naar de sportschool, is tien kilo afgevallen en zit veel lekkerder in haar vel, beaamt Langenbach. Maar na de vraag of ze het nu helemaal zelf kan, zonder de hulp van coach Wouda, valt Langenbach even stil.

‘Ik denk het wel’, zegt ze uiteindelijk, en dan met een lach: ‘Maar ik bewaar toch je telefoonnummer nog even.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next