Home

Opinie: Europa kan en moet vooroplopen in mondiale pandemische paraatheid

In een veranderde wereldorde kan Europa zijn strategische autonomie versterken door in te zetten op biomedisch onderzoek en internationale infectieziektebestrijding.

De iconische roman De stad der blinden van de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago begint met een ogenschijnlijk op zichzelf staande gebeurtenis: een man die plots blind wordt in het verkeer. De blindheid blijkt besmettelijk en begint zich binnen enkele dagen door de stad te verspreiden. Wat volgt is geen heldhaftige strijd van een goed voorbereide samenleving, maar de chaotische teloorgang ervan. Instituties falen, solidariteit brokkelt af, en mensen blijken angstig, irrationeel en egocentrisch.

De parallel met covid is helder: we waren onvoldoende voorbereid en werden overvallen door een onzichtbare dreiging die zich exponentieel verspreidde. De gevolgen waren groot. In het eerste jaar overleden er twee miljoen Europeanen aan het virus en daalde het bruto binnenlands product (bbp) van de Europese Unie met 6,1 procent, een slordige 850 miljard euro.

Over de auteur

Geert Roozen is gepromoveerd op onderzoek naar vaccinontwikkeling voor malaria en covid-19. Momenteel is hij in opleiding tot arts infectieziektebestrijding.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Blindstaren

Momenteel worden we in Europa opnieuw overvallen door een onverwachte dreiging. Er heerst een oorlog op ons continent en in het Witte Huis zit een president die constant dreigt met het opblazen van de Navo. We moeten ons echter niet blindstaren op militaire gevaren. De recente uitbraak van het hantavirus op de MV Hondius en ebola in de Democratische Republiek Congo maakt ons weer pijnlijk duidelijk hoe ontregelend infectieziekten kunnen zijn.

In een spraakmakende toespraak op het World Economic Forum in Davos waarschuwde Mark Carney, minister-president van Canada, dat geopolitieke verhoudingen verschuiven: de internationale rechtsorde brokkelt af en we kunnen niet langer achter één supermacht schuilen. Landen die hun strategische autonomie niet op orde hebben, zijn gedoemd een speelbal te worden van de grootmachten.

Carney doelt hierbij op strategische autonomie in de volle breedte. Dit gaat over veel meer dan militaire macht alleen. Door nu eenzijdig te focussen op dreigingen uit vijandelijke staten verliest Europa de infectieuze dreigingen uit het oog. Dit terwijl de covidcrisis ons zulke waardevolle lessen heeft geleerd. Juist nu, ten tijde van een veranderende wereldorde, zou Europa een leidende positie in moeten nemen in infectieziektebestrijding. Hierdoor zijn we niet alleen beter voorbereid op een volgende pandemie; dit biedt ook een kans om Europese soft power uit te breiden en onze economische positie te versterken.

Landelijke bestrijding

Even leek het erop dat we in Nederland geleerd hadden van de covidpandemie. Er werd geld uitgetrokken om de uitbreiding en professionalisering die bij de GGD’s had plaatsgevonden te bestendigen. Ook werd de Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI) opgericht: een nieuwe afdeling van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), dat bij een toekomstige grote uitbraak als een commandocentrum de landelijke bestrijding zou gaan aansturen.

Erg lang bleven de lessen van de covidcrisis niet hangen. Onlangs werd de 300 miljoen euro die gereserveerd was voor pandemische paraatheid geschrapt van de begroting. Het nieuwe commandocentrum van het RIVM zou alweer moeten sluiten, nog voordat het goed en wel was opgebouwd. Toen de Onderzoeksraad voor Veiligheid dit vergeleek met ‘het afschaffen van de brandweer omdat er nu geen vuur is’, werd deze bezuiniging slechts deels teruggedraaid.

Waarom zijn we bereid om 5 procent van ons bbp te reserveren voor defensie, maar wordt de 0.02 procent die gereserveerd was voor pandemische paraatheid nu bijna gehalveerd? Dit terwijl de gevolgen van een volgende pandemie net als van een oorlog desastreus kunnen zijn.

Psychologische gevolgen

Naast de vele overlijdens en de economische schade door covid heeft een hele generatie psychologische gevolgen ondervonden van de lockdowns. Bovendien heeft onvrede over de covidmaatregelen bijgedragen aan de opkomst van extreemrechts. Een volgende uitbraak kan net zo schadelijk zijn, zo niet schadelijker. In dat licht is deze bezuiniging onbegrijpelijk. Of denken we dat het risico op een gewapend conflict groter is dan de kans op een volgende pandemie?

Hoe waarschijnlijk is de volgende pandemie? Het korte antwoord: zeer waarschijnlijk.

De combinatie van factoren is bekend, maar wordt vaak onderschat. Globalisering zorgt voor snelle verspreiding van ziekten, klimaatverandering vergroot de verspreidingsgebieden van ziektedragers zoals muggen en intensieve veehouderij creëert ideale omstandigheden voor zoönosen: ziekten die overspringen van dier op mens.

We zijn geneigd om hierbij aan dierenmarkten in Azië te denken, maar juist Nederland en België vormen een groot risico. Kippen, varkens en mensen leven hier dicht op elkaar, in een klein gebied met twee wereldhavens en meerdere grote internationale vliegvelden. Dat is, epidemiologisch gezien, een tikkende tijdbom.

Uitzonderlijk

De coronacrisis voelde als een uitzonderlijke gebeurtenis. De Spaanse griep (vijftig tot honderd miljoen doden) was te lang geleden om herinnerd te worden en de hiv/aids-epidemie (33 miljoen doden) sloeg met name toe in de homoscene en in Sub-Saharaans Afrika. Corona voelde daarom voor veel mensen als een once in a lifetime.

In de huidige wereld met meer dan acht miljard mensen en veel internationale reisbewegingen is het echter wachten op de volgende pandemie. Vogelgriep is een van de kandidaten om deze boosaardige taak op zich te nemen, maar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft in totaal 33 priority pathogens geïdentificeerd met pandemisch potentieel. Met andere woorden: er staat een heel bataljon ziekteverwekkers klaar om op ieder moment een invasie uit te voeren.

Internationale samenwerking is essentieel, niet alleen voor defensie, maar ook voor het bestrijden van infectieziekten. Zoals er nu wordt geïnvesteerd in de Europese defensie-industrie en er wordt nagedacht over een geïntegreerd Europees leger, zo zou Europa ook een gezamenlijke weerbaarheid tegen infectieziekten moeten opbouwen.

Wereldtop

Op het gebied van biofarmaceutisch onderzoek en vaccinontwikkeling behoort Europa tot de wereldtop. Denk aan bedrijven als BioNTech (Duitsland), Sanofi (Frankrijk) en AstraZeneca (Brits-Zweeds). Tijdens de pandemie bleek hoe krachtig dit ecosysteem kan zijn.

Binnen een jaar na het identificeren van het virus waren er meerdere effectieve vaccins ontwikkeld en goedgekeurd. Het mRNA-vaccin van BioNTech werd zelfs een van de eerste wereldwijd uitgerolde vaccins (weliswaar in samenwerking met het Amerikaanse Pfizer). De EU kocht gezamenlijk vaccins in en, na een wat trage start, wisten de Europese landen een efficiënte vaccinatiecampagne op te zetten met de hoogste dekkingsgraad ter wereld.

Dit succes was geen toeval. Het was het resultaat van decennia aan publieke investeringen, sterke academische netwerken, en een industrie die diep verankerd is in Europa.

Verzwakken

Tegelijkertijd is president Trump hard bezig om de positie van de VS op dit gebied te verzwakken. Sinds hij vaccincriticus Robert Kennedy jr. heeft aangesteld als minister van Volksgezondheid, worden onderzoeksgelden geschrapt en zijn leden van het Amerikaanse adviesorgaan voor vaccins vervangen door vaccincritici. Omdat de Trump-regering essentiële wetenschappelijke data verwijdert en manipuleert, is er een digitaal archief opgericht, gerund door vrijwilligers, om de website van de Centers for Disease Control (het Amerikaanse RIVM) beschikbaar te houden in de staat van vóór Trumps tweede termijn. Ondertussen krijgen Amerikaanse onderzoekers in Europa ‘wetenschappelijk asiel’. Hier ligt een enorme kans voor Europa.

Wat is er concreet nodig voor Europese strategische autonomie op het gebied van infectieziekten?

Ten eerste: investeren in onderzoek en ontwikkeling op Europees niveau. Niet incidenteel, maar structureel. Europa moet zijn sterke positie in biomedisch onderzoek verder uitbouwen en een voorloper blijven in de ontwikkeling van vaccins, antivirale middelen, antibiotica en diagnostiek. En als we in Europa de academische vrijheid wél in stand houden en royale onderzoeksbeurzen uitschrijven, zullen veel Amerikaanse wetenschappers de overstap snel maken. Onze Europese werkcultuur is prettiger, onze steden zijn leefbaarder en in vergelijking met de VS zijn onze ziekenhuizen en universiteiten vrij toegankelijk.

Ook als een pandemie ons in de nabije toekomst bespaard blijft, zullen deze investeringen goed zijn voor Europa. Biotechnologie en de farmaceutische industrie vormen een belangrijk onderdeel van de economie van de EU en horen al jarenlang tot de snelst groeiende sectoren. Tegelijkertijd besluit het merendeel van de Europese biotech start-ups zich uiteindelijk buiten de EU te vestigen, onder andere vanwege een tekort aan investeringsmogelijkheden. Deze bedrijven behouden is niet alleen goed voor onze strategische autonomie, maar ook voor de economische kracht van Europa.

Productiecapaciteit

Ten tweede: productiecapaciteit binnen de EU. Tijdens de covidpandemie bleek hoe kwetsbaar wereldwijde aanvoerroutes zijn. Exportrestricties, grondstoffentekorten en een gebrek aan lokale productieketens zorgden voor tekorten aan mondkapjes, PCR-testen en vriezers. Europese overheden sloten vervolgens massaal louche mondkapjesdeals. De aanleg van lokale productiefaciliteiten en distributiecentra stellen in geval van een crisis Europa in staat om snel op te schalen zonder afhankelijk te zijn van externe partijen.

Ten derde: investeren in responsecapaciteit. Elk EU-lid heeft een centrum nodig dat uiteenlopende scenario’s voorbereidt en in geval van een grote uitbraak een gecoördineerde aanpak kan garanderen en snel kan opschalen. Deze Europese commandocentra moeten met elkaar verbonden zijn middels een geïntegreerd surveillancesysteem. Vroege detectie van uitbraken is cruciaal. Dat betekent investeren in surveillance, data-uitwisseling en intensieve samenwerking tussen de Europese landen.

De EU heeft een eerste stap gezet met de oprichting van HERA (Health Emergency Preparedness and Response Authority), die hard werkt aan zulke hervormingen. De EU is voor onderzoek, surveillance en respons echter volledig afhankelijk van haar lidstaten. Als die vervolgens hun pandemische paraatheid wegbezuinigen, dan stort HERA tijdens een volgende pandemie als een kaartenhuis in elkaar.

Minder steun

Tot slot: naast pandemische paraatheid en een impuls voor Europese biotech, biedt de bestrijding van infectieziekten ook een kans om Europese soft power uit te breiden. De VS trekken zich terug uit de internationale gezondheidszorg. Ze zijn uit de WHO gestapt, hebben de financiering van Pepfar (President’s Emergency Plan for AIDS Relief) grotendeels geschrapt en geven minder steun aan de multilaterale vaccinalliantie GAVI.

Landen als Nigeria en Bangladesh zijn voor HIV-medicatie en vaccins grotendeels afhankelijk van dit soort initiatieven. In de toekomst zullen goede relaties met deze grote landen met opkomende economieën van enorm strategisch belang zijn. De VS laten op dit gebied een vacuüm achter. Dit is de kans van Europa om het op te vullen.

Of zoals Mark Carney het in Davos verwoordde: ‘De middelgrote machten hebben het meest te verliezen in een wereld van opgetrokken muren, en het meest te winnen bij oprechte samenwerking.’

Oude patronen

In Saramago’s roman De stad der blinden is er één vrouw die niet wordt getroffen door de mysterieuze ziekte; haar zicht blijft intact. Zo goed en kwaad als ze kan, blijft ze zorgen voor de blinden in haar omgeving. Wanneer aan het eind van het verhaal hun zicht weer terugkeert, vraagt ze zich af of de mensheid iets heeft geleerd van deze crisis, of dat ze zal vervallen in oude patronen. Dat is de vraag waar Europa nu ook voor staat.

Covid toonde hoe snel een virus zich kan verspreiden en hoe kwetsbaar onze systemen zijn. We zagen ook wat mogelijk is: ongekende wetenschappelijke samenwerking, razendsnelle innovatie, en solidariteit, ware het soms met horten en stoten. De keuze is nu of we die lessen vertalen in beleid. Strategische autonomie op het gebied van infectieziekten is geen luxe, maar noodzaak. Het is een kans voor Europa om niet alleen te floreren in een nieuwe wereldorde waarin de VS niet langer onze bondgenoot zijn, maar ook om die wereldorde mede vorm te geven.

Om, in een wereld die soms verblind lijkt door kortetermijndenken, degene te zijn die blijft zien.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next